Dromerig

Door geel en lichtgrijs door het gebladerte te mengen liet Claude Monet de zon op zijn bomen schijnen. Hij liet zich meeslepen door de natuur.

Samen met enkele soortgelijke idyllische schilderijen heeft Claude Monet (in 1876, in de herfst) Vijver in Montgeron in opdracht gemaakt. Een decoratief doek is het, voor het landhuis van een rijke maecenas net ten zuiden van Parijs. Omdat het moest passen in een wandbekleding (waarvoor vroeger kleurige tapisserie werd gebruikt) is het schilderij bijna twee meter hoog, wat voor Monets doen een groot formaat was. Het kon daarom niet, zoals in de impressionistische praktijk gebruikelijk was geworden, ter plekke in de open lucht worden geschilderd. Voor het decoratieve ensemble heeft Monet, stel ik me voor, in de tuinen rond het huis gekeken naar passende motieven, dat wil zeggen mooie, dromerige plekjes tussen de bomen. Daar heeft hij dan eerst een kleine _plein air-_studie van gemaakt die er zeker nog levendiger uitzag dan de grote decoratieve versie. Omdat Monet zich in zijn kunst richtte op de directe ervaring van de levende natuur moest hij erg alert zijn, bijvoorbeeld, op de veranderlijkheid van het weer. Zijn schilderijen buiten werden daarom relatief snel gemaakt – met vlotte en kortaffe penseelstreken, met frisse kleuren direct van het palet op het doek gebracht. Kleur door menging op toon brengen, was in zijn praktijk te omslachtig. Het schilderij werd al schilderend een weefsel van snel en toetsgewijs opgebrachte kleuren die dan, in het oog van de kijker, optisch gingen samenvallen.

Ze worden dan een soort tonale schemeringen van kleur: als ergens op bomen en struikgewas de zon schijnt, worden toetsen van fris groen voor het oog lichter gemaakt door ze te vermengen met vlekken geel. Hoe meer lichtgeel de schilder aan het stugge groen toevoegt, terwijl hij buiten zit en de zon ziet verschijnen, des te zonniger wordt het geboomte. We zien het gebeuren in het schilderij Vijver in Montgeron. Over het donkere water vol met reflecties van hoge bomen wier schaduw erin weerspiegeld wordt, kijken we naar de gebogen rand van de donkergroene oever aan de overkant. Een coulisse van verschillende boomkruinen, in verschillende soorten groen, sluit aan de bovenkant het beeld af, maar laat tussen het dichtgegroeide geboomte dat de vijver omzoomt een brede plek open waar, zag Monet, de zon het groen bijna goudkleurig deed oplichten. Daar mengen het lichte geel en ook lichtgrijs zich in het groene gebladerte. Bloemen, in de herfst, kunnen het nauwelijks zijn. Trouwens: het stralende effect van het fraaie arrangement van kleuren zou hetzelfde zijn. Het licht in de open plek wordt vervolgens een grillige plas licht op het overwegend donkere water van de vijver. Dit schilderij is een grote en langzamer bewerkte versie van de kleinere eerste blik die Monet buiten had gemaakt. Bewerken is onvermijdelijk ook herzien. De grote versie moet aan een decoratieve functie voldoen en lijkt mij in zijn uitvoering daarom iets voornaams gekregen te hebben – meer gearrangeerd. Het hoofdmotief is de open plek van zonlicht: eerst omgeven door andere bomen rondom de vijver en het schemerende blauwgroen daarvan, vervolgens de weerspiegelingen van kleuren (van grijsgroen naar bruinzwart) in het water en daar bovenal de ravissante reflectie van het licht van de open plek.

Monet zich liet meeslepen in alles wat een motief aan beweeglijke wisselingen van kleuren te bieden had. Zo keek hij naar de natuur en hij zag alles tegelijkertijd. Die overweldigende veelheid aan indrukken van rusteloze kleur kon hij alleen maar aan, zogezegd, als hij alle fragmenten door een overdaad aan kleuren liet overwoekeren – zoals hij in een schilderij van Blauwe regen een motief gevonden had dat, met die luchtig sliertige kleuren en lichte, vlekkerige trossen van blauwpaars en roze, al van zichzelf bijna vormloos was – en als hij alle ­gelegenheid had kleuren te laten wiegen en dansen en ­slingeren, waar zijn penseel maar wou. In 1883 was hij met vrouw en kinderen van Parijs naar Giverny verhuisd waar hij in zijn grote tuin al de woekerende kleurenpracht zelf kon planten en laten bloeien. Daar schilderde hij ook Blauwe regen, een jaar of zo voor zijn dood in 1926. Hij was 86. In de hoofdstad (van de kunst toen) ­kwamen Picasso voorbij, Matisse, en Mondriaan – de oude man schilderde intussen overgetelijke kleuren van bloemen, van de lelies in zijn vijver.


PS Het schilderij Vijver in Montgeron is, samen met De tuin van Montgeron uit dezelfde serie, nog tot 13 januari te zien op de tentoonstelling rond impressionisme in de Hermitage, Amsterdam. Blauwe regen bevindt zich in de collectie van het Haags Gemeentemuseum