Drones voor de politie Big Brother in de lucht

Na de oorlogen in Iran en Afghanistan staan drones - onbemande vliegtuigen - aan de rand van een doorbraak in de burgerluchtvaart. Politiekorpsen staan vooraan in de rij. Maar de privacy van de burger gaat eraan, zeggen sceptici.

DE LUCHTVAARTSCHOOL van de University of North Dakota (UND) in Grand Forks ligt even ten oosten van de naar het stadje vernoemde luchtmachtbasis en een uurtje ten zuiden van de Canadese grens. Tijdens de Koude oorlog waren hier strategische bommenwerpers en ballistische raketten gestationeerd. Grand Forks Air Force Base is sindsdien een groot deel van zijn strategisch belang verloren. De raketten en de meeste bommenwerpers zijn weg. Maar onder de radar zijn hier dingen aan de gang die de toekomst van de luchtvaart grondig kunnen veranderen. Vandaag is Grand Forks ook de thuisbasis voor Predator-drones van de U.S. Customs & Border Protection, de grenspolitie, die ze gebruikt om de instroom van illegale immigranten en vermeende terroristen tegen te houden.
Tenminste: in principe. Begin december werd één Predator B (hetzelfde toestel waarmee de VS in het buitenland op terroristen jagen) in North Dakota ingezet om enkele Amerikaanse staatsburgers te helpen inrekenen. Het ging om zes leden van de familie Brossart. Die hadden geweigerd om zes op hun land verdwaalde koeien terug te geven aan hun buurman. De Brossarts stonden bij de politie bekend als gewapende ‘sovereign citizens’, extreem-rechtse lui die het niet op de overheid begrepen hebben. De plaatselijke sheriff riep dan ook de hulp in van de grenspolitie, die de Brossarts vond met de Predator en vaststelde dat ze niet gewapend waren, waarna ze zonder al te veel verdere incidenten gearresteerd werden.
Het was niet de eerste keer dat de politie de drones gebruikte. In de nasleep van de interventie gaf de plaatselijke politie aan The Los Angeles Times toe dat ze al 'minstens een keer of twintig’ de hulp van de Predators heeft ingeroepen. Ook in andere delen van de VS zijn er drones ingezet door de politiediensten en de Drug Enforcement Agency (DEA). En daar zijn critici bezorgd over. Voor het gebruik van onbemande vliegtuigen bestaan namelijk geen wettelijke regels. De politie bespioneert de bevolking op ongeoorloofde wijze, zo luidt de kritiek.
Op UND is men niet ongelukkig met die evolutie. Daar heeft men sinds 2005 een school voor dronepiloten en een onderzoekscentrum voor onbemande luchtvaarttechnologie dat onder meer het Pentagon en de Nasa onder zijn klanten telt.
'Wat je met deze toestellen kan, wordt alleen beperkt door je eigen verbeelding’, zegt Alan W. Palmer, de generaal die het hoofd is van het Center for UAS Research, Education & Training, zoals de droneschool voluit heet. 'Volgens ons zal de onbemande luchtvaart de komende jaren heel wat banen scheppen.’
Palmer heeft overigens liever niet dat je over drones praat. Hij gebruikt 'UAS’ (Unmanned Aerial System), of 'RPA’ (Remotely Piloted Aircraft). Op afstand bedienbare vliegtuigjes.
Hoe dan ook kan hij het met zijn optimistische toekomstverwachtingen wel eens bij het rechte eind hebben. Nu de oorlog in Irak voorbij is en die in Afghanistan zijn eindfase ingaat, zijn de fabrikanten van drones naarstig op zoek naar nieuwe afzetmarkten. Veel aandacht gaat daarbij naar de burgermarkt.
Tot nog toe laten de burgerluchtvaartregels nauwelijks toe dat er met onbemande vliegtuigen rondgevlogen wordt in het Amerikaanse luchtruim. In Europa is het niet anders. Maar dat lijkt te gaan veranderen, want de fabrikanten lobbyen volop voor nieuwe regels, zodat de burgermarkt open kan. Op UND wordt er dan ook geëxperimenteerd met boordcomputers die vermijden dat onbemande toestellen ongelukken veroorzaken in de lucht en dat ze volautomatisch kunnen landen, zelfs als ze het contact verliezen met de piloot op de grond.
Potentiële burgertoepassingen zijn er bij de vleet (zie kader). Zo stuurde UND vorig jaar met succes een kleine ScanEagle-drone uit om een verdwaalde jager terug te vinden in de dichte noordelijke wouden van de buurstaat Minnesota. Maar de grootste potentiële klanten zijn politiekorpsen.
'Steden die niet de middelen hebben voor een eigen helikopter kunnen misschien een klein UAS gebruiken om luchtbeelden te krijgen als ze die nodig hebben’, zegt Trevor J. Woods, vluchtinstructeur voor dronepiloten op UND. 'Dat kan zijn om een gestolen auto te volgen, voor snelheidscontroles uit de lucht, of om verkeersopstoppingen in de gaten te houden.’
Vooral het prijskaartje is aantrekkelijk. Palmer: 'Een typische politiehelikopter is de Bell 206. Die kost ongeveer een miljoen dollar. Een klein UAS kost tien- tot twintigduizend dollar. Tel uit je winst. En dan tel je de piloot en de operationele kosten niet eens mee. In de VS zijn er negentienduizend politiekorpsen. 670 daarvan hebben luchtsteun. Alleen de grote steden, met andere woorden. Die kunnen zich dat permitteren.’

EN DAAR BEGINT het probleem. Als politiekorpsen massaal zulke goedkope drones ter beschikking krijgen, dan is dat een rechtstreekse bedreiging voor de privacy van de burgers, stellen critici.
'Drones maken een nooit geziene politiestaat mogelijk’, stelde de invloedrijke Amerikaanse advocaat/publicist Glenn Greenwald onlangs op de website Salon.com. 'Omdat kleine drones veel goedkoper zijn dan politiehelikopters kan men er veel meer tegelijkertijd inzetten, zodat een veel groter gebied onder surveillance gehouden kan worden. Omdat ze zo klein zijn, kunnen ze veel langer in de lucht blijven dan politiehelikopters, zonder opgemerkt te worden.’ Een ScanEagle past in de koffer van een flinke auto. Een vliegveld heeft het toestel niet nodig: je lanceert hem met een katapult. Een kabel vangt hem op bij de landing.
Tegelijkertijd worden er nog veel kleinere drones ontwikkeld, toestelletjes die niet veel groter zijn dan een libel en binnen in gebouwen kunnen opereren.
Palmer: 'In augustus hadden we hier een competitie en ze hadden er toen een die binnenvloog in een gebouw en helemaal alleen uitzocht waar de ramen en deuren waren en hoe de ruimtes eruitzagen. Heel goed voor bijvoorbeeld een interventieteam van de politie dat met een gijzelingssituatie te maken heeft.’
'We zitten op een hellend vlak’, zegt Lambèr Royakkers, professor in de ethiek aan de Technische Universiteit Eindhoven. 'Je moet je afvragen: hoe ver gaan we hiermee? Anders gaan we echt langzaan naar een cultuur van Big Brother is watching you.’
Palmer erkent dat er potentiële privacy-issues zijn, maar daar wordt te paniekerig op gereageerd, vindt hij.
'Je hoort vertellen dat die drones uitgerust zijn met zeer krachtige camera’s die je nummerplaat kunnen lezen vanuit de lucht. Ik zeg je: dat is onmogelijk. Op de kleinere onbemande systemen - degene die je in de nabije toekomst zult zien bij de politie - zitten camera’s met onderdelen die je gewoon in de winkel kunt krijgen. Je kunt niet in iemands raam binnenkijken vanwege de weerspiegeling van het zonlicht en je kunt geen nummerplaat lezen, want dat is een heel klein doelwit en de helft van de tijd film je het uit zo'n scherpe hoek dat je sowieso niks kunt zien.’

IN NEDERLAND is er wel denkwerk verricht over politiedrones. Men onderzocht scenario’s als het inzetten van drones om mensen te vinden die vermist zijn in natuurgebieden, of het opsporen van cannabisplantages. Daar is in principe niets op tegen, zegt Royakkers, maar er moeten regels zijn over wat wel en niet mag: 'We zitten sinds 9/11 in een tendens waarin veiligheid het steeds wint van privacy. Maar je moet je afvragen: waarom zouden we een deel van onze privacy opgeven? Mogen we constant gevolgd worden?’
Ook dat vindt Palmer meevallen: 'Ik was pas nog in New York. Ik liep over Fifth Avenue met mijn vrouw en dan word je toch ook constant gefilmd door bewakingscamera’s? Maar daar denk je niet eens over.’
Daar gaat het niet om, zegt Royakkers. Neem de veiligheidscamera’s op de grond samen met drones en software die steeds beter wordt in gezichtsherkenning en het identificeren van verdacht gedrag en je kunt jezelf zonder al te veel moeite een alziende surveillancestaat voorstellen.
'De gedachte dat je constant gevolgd kunt worden op zich zorgt ervoor dat je niet echt meer een vrij mens bent. De vraag is: is het nog te stoppen? Vanuit de politiek hoor je weinig aanzet tot debat. Daar laat men de technologie komen en pas als het er is, grijpt men in. Maar de politiek hoort dus nu al te reageren, want als de techniek er is en sluipend wordt ingevoerd in de maatschappij, dan lopen we achter de feiten aan en is het heel moeilijk om het nog terug te draaien.’


De opmars van de drones

Behalve bij de politie kunnen onbemande vliegtuigen ook elders gebruikt worden. • In de landbouw: drones kunnen niet alleen – voor de hand liggend – gewassen besproeien, ze kunnen ook uitgerust worden met sensoren die de gezondheid van gewassen registeren, of de vruchtbaarheid van de bodem. Vooral in ontwikkelingslanden, waar er weinig wegen zijn, kan dat een verschil maken.
• Bij natuurrampen. Het grote voordeel: een drone moet veel minder tanken – en dus landen – dan een bemand toestel. De grotere drones kunnen tot 36 uur aan een stuk doorvliegen. De piloten op de grond kunnen elkaar zo vaak als nodig aflossen. Gevolg: het toestel kan zich veel langer bezighouden met het opsporen van vermisten. Is de communicatie uitgevallen, dan kun je een drone volproppen met gsm-apparatuur en hem gebruiken als vliegende zendmast. Toen de kerncentrale in Fukushima aan het smelten ging, vlogen Amerikaanse drones eroverheen om de straling te meten.
• In de luchtvaart: vrachtvliegtuigen hebben vandaag doorgaans meerdere piloten aan boord die elkaar aflossen bij lange vluchten. Dat hoeft niet zo te blijven. In principe heb je genoeg aan één piloot die het opstijgen voor zijn rekening neemt en dan desnoods kan dutten terwijl piloten op de grond overnemen, tot het tijd is om te landen. In principe kan dat net zo goed met passagiersvliegtuigen.