Muse dit weekend op Rock Werchter

Drones zijn slecht

Muse is een wonderlijke band. Feitelijk zijn ze de hedendaagse versie van Rush: een trio geleid door een zanger met een hoge stem, dat op een technisch zeer hoog niveau muziek maakt waarvoor het woord ‘episch’ tekortschiet: Muse is ronduit bombastisch en bij vlagen, wanneer de band keyboards inzet, zelfs op het kitscherige af.

Medium muziek

Dat klinkt allemaal niet van deze tijd, maar Muse is inmiddels zeker in Europa, Australië én de Verenigde Staten uitgegroeid tot een van de weinige nieuwe bands die stadions vullen met vooral jong, alternatief publiek.

Vorige week was de band de headliner van de eerste Pinkpop-dag. Te midden van de enorme podiumpersoonlijkheden van Pinkpop (Ice-T, Robbie Williams, Mike Patton, Typhoon, Anouk, Frank Turner, Miles Kennedy, Guy Garvey) is Muse-voorman Matthew James Bellamy (37) een zeer atypische figuur. Hij weet duidelijk precies wat hij doet, had er op Pinkpop zichtbaar plezier in, maakt veel indruk als zanger en multi-instrumentalist, maar Bellamy is verre van een podiumbeest. Het is een nerd met een vol hoofd en een gitaar.

Op het nieuwe Muse-album, dat vorige week in Nederland, Engeland én de Verenigde Staten op 1 binnenkwam in de albumlijst, trekt Muse de knipoog naar symfonische rock nog verder door: het is een conceptalbum. Het overkoepelende thema: de relatie tussen individu en collectief, tussen burger en staat en tussen mens en techniek (ook al een van de favoriete tekstthema’s van… Rush). De titel van het album en vooral de hoes (willoze mensen, aangestuurd door een enorme joystick, die wordt bediend door een grote hand: Het Systeem!) doen al vermoeden dat Muse het onderwerp meer pamflettistisch dan essayistisch aanpakt, en dat blijkt ook het geval, want zowel de samples als de tussenstukjes en de teksten rammen de boodschap erin. Die drones zijn uiteraard de metafoor van de ontmenselijking van de mens.

Het openingsnummer Dead Inside maakte ook live veel indruk, gedreven als het wordt door een harde, staccato beat, die het de lucht geeft waar het Muse wel eens aan ontbreekt.

Producer Robert John Lange produceerde in de jaren tachtig de (in de Verenigde Staten) onwaarschijnlijke albums van hardrockband Def Leppard. Toen hij daarna de Canadese rocker Bryan Adams ging produceren, klonk die opeens even gelikt en overgeproduceerd. Wanneer je zo iemand inhuurt, weet je wat je wil: een grootse, galmende rockplaat.

Precies dat is Drones geworden. Druk, vol, soms ronduit vermoeiend, maar ook bol van de muzikale ideeën, technische overrompeling en in de beste nummers (zoals Reapers) een woede die Muse ondanks alles toch een rauw randje geeft. En zo’n meeslepend Mercy, met al z’n oneindig op elkaar gestapeld drama: het heeft alles wat Queen in haar beste jaren zo onweerstaanbaar maakte. Het contrast met de teksten die soms niet zouden misstaan bij een doorsnee punkband is des te frappanter.


Muse, Drones (Warner)


Beeld: (1) Muse (Warner Bros. Records)