Muziek: Luc de Vos en zijn Vlaamse band Gorki

Dronken van de liefde

«Als God dood is, dan maar zonder scrupules goud om de nek.» Luc de Vos, zanger van de Vlaamse band Gorki, over de plicht tot dronkenschap en het verlangen naar decadentie.

Eerder was het Brezjnev, nu is het die «karakteristieke kalibatenkop» van Joerie Gagarin, de eerste mens in de ruimte, die op de hoes van een Gorki-album prijkt.

Luc de Vos (40), zanger van de «beste band van België na dEus», licht zijn fascinatie voor het voormalige evil empire toe: «Ik hou van die pogingen om de menselijke geschiedenis te veranderen, van die ambities die gedoemd zijn om te mislukken. Want het lukt natuurlijk nooit, dat sturen van de loop van de mensheid in de gewenste richting. Zo maakbaar is de samenleving uiteindelijk niet. Op politiek vlak wil ik zelf ook wel in die mythe geloven, en denken dat armoede in de Derde Wereld uiteindelijk oplost als we allemaal een pakje rijst sturen. En binnenshuis, met mensen die me vertrouwd zijn, geloof ik ook wel dat we meer zijn dan een bende egoïsten. Maar eenmaal buiten blijkt het dan toch gewoon weer de dierenwereld. Joerie belichaamt voor mij de metafoor van de ambitie op te stijgen van de aarde, richting hemel. Dat hij uiteindelijk dronken in zijn Mig stapte en tegen een boom aan zijn einde komt, doet daar niets aan af. Van dat korte leven heeft hij volgens mij gemaakt wat hij ervan wilde maken.»

Vorig jaar hield Gorki een sabbatical, een tegenwoordig tamelijk populaire gewoonte onder muzikanten. En in een werkgebied zo klein als Vlaanderen, al staat het vol met «culturele centra», leek het noodzaak, want het was voor de zoveelste keer hetzelfde rondje, het is gauw gemaakt. «Vlaanderen leek in 2004 een beetje te lijden aan Gorki-moeheid. Meer in het bijzonder aan Luc de Vos-moeheid. Dat komt ook door mijn andere hobby: in praatprogramma’s de lollige televisiegast uithangen.»

In Nederland wordt wel eens met nauwelijks verholen jaloezie gesproken over dat culturele klimaat in Vlaanderen, waar schrijvers niet tegen het geroezemoes van de bar hoeven op te voordragen, en waar «moeilijke bands» op de nationale radio klinken, en zalen vullen. «Zijn jullie niet wat te bescheiden?» vraagt De Vos. Om vervolgens te stellen: «Wij hebben de beste bands, dat klopt wel. Bij jullie moet popmuziek vooral gezellig zijn. Een hobby. Je gaat volleyballen en je gaat naar een bandje kijken. Vergeleken daarmee speelt de popmuziek zich bij ons af op het snijvlak van leven en dood. En misschien nemen wij het wel weer te au serieux, hoor. Maar populaire Nederlandse artiesten lijken altijd vrienden van het volk. In België mag het ook best moeilijk zijn. dEus maakt geen voor de hand liggende muziek, maar is wel heel populair. Zij waren de eerste Belgische band die in het buitenland doorbrak, je hebt in de Belgische popmuziek ook echt de generatie bands voor en de generatie bands na dEus. Misschien wordt bij jullie popmuziek als vrijblijvender ervaren, omdat jullie al langer bands kennen die in het buitenland succes hadden. Of door die subsidiecultuur. Wellicht is het heel raar, maar ik heb geen enkele moeite met het subsidiëren van opera of toneel. Maar zo gauw het over popmuziek gaat, denk ik: wil jij een bandje? Ga maar borden wassen en koop daar een gitaar van.»

In De zomer van de liefde, de nieuwe single van Gorki, gaat het over jongensvriendschappen en komt het woord «beminnen» voor. Inderdaad, dit is niets minder dan een coming out, beaamt De Vos met een gulle grijns. «Tussen mijn zestiende en achttiende heb ik bepaalde gevoelens voor jongens gehad. Superseksuele gevoelens, om precies te zijn. In het zwembad, vooral. Ik zat op kostschool hè, dus eigenlijk moest het er wel van komen. Op mijn achttiende ben ik weer hetero geworden.» Lachend: «Ik ben overigens van mening dat homo’s meer lol hebben in het leven. Ze hebben allemaal een vaste relatie, maar toch blijkt die relatie vaak maar een beetje los-vast. Dat vind ik een positieve benadering van de geslachtsgemeenschap. In mijn belevingswereld is dat exclusief voor homo’s ja, dus is heteroseksualiteit in zekere zin een straf.»

Zie hier het eeuwigdurende juk van een katholieke jeugd. «Met name mijn moeder heeft me echt met veel schuldgevoelens opgezadeld. Zo gauw er een borst op tv kwam, moest de tv uit.» Glimlachend: «Dat ben ik nu allemaal aan het inhalen, daarom leid ik zo’n decadent leven. Gisteren nog stonden er bij ons optreden vier prachtige meisjes op de eerste rij die allemaal seksuele gebaren naar me maakten. Dan is het fijn hoor, spelen in een bandje. Ik vind dan ook dat je elke dag dronken moet zijn. Niet alleen van de drank, bedoel ik. Van de kunst, de liefde. Daarom zing ik in het openingsnummer van ons nieuwe album: ‹In Hedonia, daar leef ik nou.› Vind ik zo’n mooi woord. Kees van Kooten heeft dat uitgevonden.»

Dat was misschien wel de grootste verrassing van De Vos’ roman De rest is geschiedenis: dat hij tamelijk mild bleek over het katholicisme. En hij schreef opvallend veel over Queen-zanger Freddy Mercury en schrijver Houellebecq, voor De Vos blijkbaar de twee ijkpersonen van die decadentie.

Groot is ook zijn fascinatie voor de hiphopcultuur: «Ik moet die mannen wel bewonderen. Omdat ze zo gemakkelijk genieten van het geld, de drugs en de mooie meisjes. Zonder scrupules al dat goud om hun nek. Vooral 50 Cent hè? Wat die allemaal heeft meegemaakt! Als God dood is, ja: dan maar dit. Net zoals de hoofdpersonen in de boeken van Houellebecq. Zij leven het ware seculiere leven. Van de weeromstuit hebben we met Gorki ook maar een enorm sexy clip gemaakt, met een meisje dat zich ontkleedt. Maar uiteindelijk heeft ook die clip weer veel met de liefde te maken, en is hij dus ook mooi en ontroerend. Fucking hell, het lukt ons maar niet, hè: gewoon alleen een sexy clip maken en meer niet.»

De smeulende resten van het katholicisme, ze blijven op zijn weg liggen: «In enkele tientallen jaren is dat hele geloofssysteem van ons in elkaar gestort. Dat is niet niks. Ik ben nog opgevoed met het sprookje van de liefde die nooit zou sterven. Mijn vader is dat sprookje tot zijn einde blijven geloven, en mijn moeder gelooft er nog steeds in. Zij belde me ook boos op toen ze in de krant las: ‹Gorki maakt sexclip›. Sinds ik zie dat het een sprookje was, zit ik met het probleem dat ik weet dat we allemaal verdwijnen. Dat is heel jammer, vooral in verband met de liefde. Dat ik zelf verdwijn, daar heb ik niet zo veel moeite mee. Maar dat ook de liefde die ik voel voor mijn vrouw, mijn kind, mijn vrienden, met mij de grond in gaat en zal worden opgegeten door de wormen, dat is wel een heel moeilijke situatie.»

Daar had hij als puber allemaal geen last van, vandaar ook dat terugkerende verlangen naar die jaren. Op zijn vorige album zong hij in het titelnummer Plan B: «Jong zijn doe je zo/ Je neemt wat je hart verlangt/ En betalen doe je later wel een keer». Met name dat laatste lijkt veertiger De Vos te missen: «Die onbezorgde tijd, toen alles nog open lag, daar heb ik wel heimwee naar. Op latere leeftijd zijn gebeurtenissen niet meer zo indringend. De sensatie van zo’n erectie in het zwembad, die ervaar ik nu niet meer. Tegelijk heb ik het gevoel dat ik altijd achttien ben gebleven. Dat wordt misschien een beetje zielig op mijn leeftijd, aan de andere kant: de midlifecrisis van de motor of het huis in Toscane gaat juist wel aan me voorbij. Maar wat ik bedoel is dat ik niks bijleer. Dat ik maar met mijn hoofd tegen de muur blijf lopen. Uiteindelijk begrijp ik de mensen niet, en daarover gaat onze muziek. Over die jongen van achttien die vol verwondering om zich heen kijkt naar die prachtige nieuwe wereld, maar die niet weet hoe hij aan het leven moet beginnen. Volgens sommige mensen cultiveer ik dat, koketteer ik te veel met mijn status van _loser-_achtige puber. Volgens mij kan ik niet anders.»

Het nieuws, de actualiteiten, ze hebben zich in de belevingswereld van De Vos gaandeweg naar de achtergrond verplaatst. De toestand in de wereld is de toestand in de wereld, niet meer noodzakelijkerwijs die in de zijne. Hij heeft, zoals veel Belgen, wel het idee dat «Nederland een gekkenhuis is geworden». Maar verder «heb ik het wel een beetje gehad met het nieuws van vandaag. Daarom gaat deze plaat over Joerie, niet over 11 september. In de laatste roman van Houellebecq – ik blijf maar op hem terugkomen, maar hem vind ik de ware schrijver van deze tijd – wordt de hoofdpersoon verliefd op een meisje dat niet verliefd op hem is. Dat is het ergste wat een mens kan overkomen: onbeantwoorde liefde. Vergeleken daarmee is de actualiteit een gegeven, een omstandigheid. Die enorm kan inwerken op het individu, jazeker, maar niet zo hevig als bijvoorbeeld de kwelling van onbeantwoorde liefde. De hoofdpersoon in Mogelijkheid van een eiland belt uiteindelijk dat meisje op, en uiteraard loopt dat op een ontgoocheling uit. Houellebecq is immers een pessimist. Maar voor hetzelfde geld was ze wel degelijk ook verliefd op de hoofdpersoon geworden. En zelfs al is dat niet zo, dan nog vind ik het terecht dat hij haar belt. Als je dat niet doet, heb je geen leven. Er moet elke dag verlangen zijn. Ook al.

Mijn collega Frank Vander Linden van de band De Mens heeft een liedje over zijn verlangen naar een dag zonder verlangen. Dat lijkt mij juist verschrikkelijk. Want soms komt dat verlangen wel uit, en vind je liefde en geluk. Ik ken persoonlijk wel een paar mensen die dat is gelukt.»

Gorki, Homo Erectus (platenmaatschappij Pias). Gorki speelt 17 maart in 013 in Tilburg