Dronken van God

Aan het einde van de twintigste eeuw leek de overwinning van het liberalisme zo definitief en alomvattend dat je zelden nog een principiële tegenstander van de parlementaire democratie tegenkwam. Beginselvaste communisten hielden zich gedeisd en ook authentieke fascisten moest je met een lantaarntje zoeken.

Medium krop   spinoza

Vandaar dat ik lichtelijk verrast was toen, tijdens een interview in 1997, de filosoof Wim Klever mij vertelde dat ons democratisch stelsel principieel niet deugde. Niet dat hij tegen het idee van democratie was, maar omdat Spinoza niet verder kon kijken dan de praktijk van de zeventiende-eeuwse Republiek der Verenigde Nederlanden waren latere innovaties als het algemeen kiesrecht en de representatieve democratie heilloze dwalingen.

Klever is een van de bekendste spinozisten van Nederland en met meer dan honderd publicaties over de grote denker op zijn naam zou hij wellicht door vrijwel iedereen gezien worden als dé autoriteit op dit terrein, ware het niet dat hij met zijn eigengereide optreden, waarbij elke Spinoza-interpretatie die ook maar enigszins afwijkt van de zijne wordt verketterd, nogal wat kwaad bloed heeft gezet. Ondertussen is de kring van Nederlandse spinozisten sinds 2001 – toen Jonathan Israel Spinoza aanwees als dé grondlegger van de Radicale Verlichting – wel exponentieel gegroeid en wordt diens werk door velen intensief bestudeerd.

Henri Krop heeft met Spinoza een belangrijke bijdrage geleverd aan de geschiedenis van de vaderlandse filosofie

Wat ik echter altijd wel opmerkelijk heb gevonden, is dat veel mensen deze zeventiende-eeuwse filosoof niet zozeer een interessant denker vinden, die in de geschiedenis van de wijsbegeerte een belangrijke plaats inneemt, maar dat ze feitelijk ‘in Spinoza’ zijn en elke idee van hem als het ‘laatste woord’ in een bepaalde kwestie beschouwen. Wat je ook van Spinoza kunt vinden, hij was wel een buitengewoon origineel en onafhankelijk denker, die niet klakkeloos nabauwde wat anderen gezegd hadden maar de libertas philosophandi vooropstelde. Elk autoriteitengeloof was hem vreemd.

Op het eind van zijn dikke, degelijke maar zeer leesbare Spinoza: Een paradoxale icoon van Nederland gaat Henri Krop, die in 2002 een veelgeprezen vertaling van de Ethica publiceerde, in op deze nieuwe Spinoza-cultus, die in schril contrast staat met de tanende belangstelling onder academische filosofen voor deze denker. Het is de lezer dan inmiddels duidelijk geworden dat je met Spinoza misschien niet alle kanten op kunt – zoals met Nietzsche – maar dat je hem toch wel voor aardig wat karretjes kunt spannen. En dat hij, wederom in tegenstelling tot Nietzsche, niet zozeer een ontregelende denker is, maar in de loop der eeuwen juist veel mensen houvast heeft geboden.

Medium bk 18809

Weliswaar werd Spinoza in de zeventiende en een groot deel van de achttiende eeuw voor een gevaarlijke, revolutionaire denker gehouden, omdat zijn leer haaks stond op de traditionele, geopenbaarde godsdienst, maar uiteindelijk werd zijn werk vooral gelezen door mensen die problemen hadden met orthodoxe religies maar niettemin op zoek waren naar vaste grond onder de voeten. Dit gebeurde vooral vanaf het einde van de achttiende eeuw, toen in Duitsland de zogenoemde Pantheismusstreit ontbrandde en veel protestanten in het spinozisme een alternatief zagen voor zowel atheïsme als voor een interpretatie van het christendom die steeds moeilijker te verzoenen was met resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Hoewel het aan alle kanten schuurde probeerden vrijzinnige theologen Spinoza’s determinisme en ontkenning van de vrije wil te rijmen met het aloude leerstuk van de predestinatie. Spinoza werd de held van de Duitse Romantiek en Novalis noemde hem een mens die ‘dronken van God’ was, terwijl de grote theoloog Schleiermacher stelde dat de Nederlandse jood geen gevaarlijk atheïst maar iemand die ‘vol van religie’ was.

In Nederland brak vanaf dat moment aan wat Krop ‘de gouden eeuw van het spinozisme’ noemt, die tot ongeveer 1945 duurde. Vooruitstrevende burgers zagen in Spinoza een bij uitstek modern denker die echter niet de gehele bestaande orde op z’n kop zette, die bovendien als icoon van de Gouden Eeuw tevens sterk appelleerde aan de nationale trots, en die als miskend genie prachtig tegemoet kwam aan allerlei romantische sentimenten. Onder academische filosofen mocht voor zijn werk dan niet zo veel belangstelling bestaan, onder de literatoren van de beweging van Tachtig was hij behoorlijk populair. Frederik van Eeden en Albert Verwey verdiepten zich in zijn werk, en voordat hij zich overgaf aan Marx’ ‘Kommunistenstolz der Unfehlbarkeit’ vond Herman Gorter houvast in de geometrische zekerheden van de Ethica.

Met dit heldere, bedaarde en uiterst informatieve overzicht van het Nederlandse spinozisme – waaruit, anders dan uit de geschriften van Jonathan Israel, geen enkele bekeringsijver blijkt – heeft Henri Krop een belangrijke bijdrage geleverd aan de geschiedenis van de vaderlandse filosofie en de cultuurgeschiedenis in het algemeen. Dat Spinoza een paradoxale icoon is heeft hij duidelijk aangetoond, maar wie wel eens een dagdeel heeft doorgebracht met hedendaagse spinozisten wist dat natuurlijk al.


Henri Krop - Spinoza: Een paradoxale icoon van Nederland. Bert Bakker, 824 blz., € 49,90

Beeld: Ontwerp voor een standbeeld van Spinoza, Eugene Lacomble, ca. 1860-1880, ongebakken klei, 26,5x11 cm