Droog als een mariakaakje

Op de kentering: Toekomstbeschouwing uit bezettingstijd. Onder redactie van H. Daalder en J. H. Gaemers, uitgeverij Bert Bakker, 248 blz., f34,90
Ze hebben heel wat afgeschreven, die oude socialisten. Gelezen worden ze echter niet meer. Dat uitgeverij Bert Bakker anno 1996 een boek doet verschijnen dat Willem Drees meer dan vijftig jaar geleden geschreven heeft, mag dan ook opmerkelijk heten.

Het onlangs door Daalder en Gaemers tijdens hun onderzoek voor een Drees-biografie gevonden manuscript is geschreven ten tijde van de Duitse bezetting. Het schrijven over politiek was een populaire tijdsbesteding in een periode waarin aan het bedrijven van politiek niet te denken viel. ‘Vernieuwing’ was het sleutelbegrip; de parlementaire democratie zoals die in de jaren dertig had gefunctioneerd, werd veelal gezien als medeverantwoordelijk voor de opkomst van het nationaal-socialisme. Niet zelden werd daarom een oplossing gezocht in autoritaire, corporatistische richting. In kringen van deze vernieuwers gold Drees als zeer ouderwets, maar wie Op de kentering vergelijkt met de bombastische flauwekul van dit soort politieke 'denkers’, ontdekt dat het nuchtere proza van de latere premier heel wat minder verouderd is.
Is deze postume publikatie nu een klassieke tekst? Mij lijkt van niet. Drees’ analyses van de internationale betrekkin gen, van sociale en economische verhoudingen, van het politieke bestel en van tal van andere zaken munten uit door zakelijkheid en redelijkheid, maar van een echt overtuigende visie is geen sprake. Zijn weerlegging van allerlei antidemocratische denkbeelden uit bijvoorbeeld katholieke kring is zeer verstandig, zijn kijk op wat er na de oorlog met Duitsland moet gebeuren, zeer realistisch, en zijn anticommunisme is niet emotioneel maar puur rationeel.
Volgens Luns heeft Nederland de Marshall- hulp gekregen omdat de Amerikaanse gezant in huize Drees op thee met een Mariakaakje werd onthaald, terwijl van de gashaard twee van de vijf staafjes uit waren. Dit is eigenlijk wel een aardige karakteristiek van Drees’ boek: het is droog als een biscuitje en van een laaiend vuur is geen sprake. Het is allemaal zo redelijk! Zelfs wat hij schrijft over de toekomst van 'Indie’ klinkt helemaal niet gek. Voor velen is Drees de grote boosdoener uit de koloniale oorlog, maar de federatieve band tussen Nederland en Indonesie die hij bepleitte, was misschien niet realistisch, maar evenmin onredelijk. Het is juist het kenmerk van nationalisme, dus ook van het Indonesische, dat het in hoge mate irrationeel is.
Dat door en door rationele vormt tegelijker tijd Drees’ grote kracht en Drees’ zwakke punt. Voor irrationele drijfveren van mensen had hij weinig oog. Wat hij schrijft over de opkomst van het nationaal-socialisme is feitelijk gezien niet onjuist. Wat hij echter over het hoofd ziet, is dat fascisme en nazisme tevens een antirationele, antimaterialistische revolte tegen de burgerlijke maatschappij vormden. Socialistische generatiegenoten als Hendrik de Man, Jacques de Kadt en Willem Banning hadden hier reeds in de jaren dertig op gewezen. Zij zagen in dat het nazisme onder meer een reactie was op een ook door sociaal-democraten gekoesterd wereldbeeld, waarin materiele belangen en verstandelijke overwegingen domineerden.
Als praktisch politicus was Drees in alle opzichten superieur aan deze intellectuelen. Toch zagen zij op sommige punten scherper dan de briljante bestuurder. De huidige politici kunnen weliswaar heel wat van Drees leren - Kok kan bijvoorbeeld in dit boek lezen dat verstand en socialistische beginselen elkaar niet hoeven te bijten - maar als het gaat om een politiek die niet alleen verstandig is maar ook de mensen aanspreekt, dan geldt toch: niet bij Drees alleen.