Droom

Het wordt al vroeger licht en later donker - prettig! Vannacht droomde ik dat ik op een prachtig eiland met een helblauwe lucht boven me, heerlijk in de zon zat. Af en toe ging ik zwemmen, regelmatig dronk ik heerlijk vruchtesap onder een parasol, ondertussen een bijzonder goed boek lezend. Ik maakte tochtjes naar interessante musea, wandelde, speelde tennis als Martina Navratilova en had allerlei enige mensen om me heen.

Geheel opgewekt en uitgerust werd ik wakker en zag de grauwsluier buiten m'n raam. Maakt niet uit, ik had ’s nachts in een heerlijk klimaat vertoefd. Ik zette een heerlijk kopje koffie, ging onder de douche, kleedde me aan en trok de winterbuitenkleren er overheen aan, zette m'n pet op, deed de hond in de honderiem en stortte me in de oostenwind. Gelukkig had ik m'n botten ’s nachts gewarmd op dat zonnige strand, anders zou ik het koud hebben gekregen, maar ik was nu onaantastbaar.
Straks moet ik met de metro naar het ziekenhuis om bloed te laten prikken. Dan zal dat warme gevoel wel overgaan, omdat de stations zo gebouwd zijn dat je er bij dertig graden nog in een ijzige wind staat te vernikkelen. Ook nieuwe NS-stations hebben die eigenschap. Het wordt consequent volgehouden. Het waait er altijd, de perrons liggen zo dat het er koud is, de wachthuisjes zijn onverwarmd en stinken. Soms denk ik wel eens dat er een samenzwering bestaat tussen vervoersmaatschappijen, ziekenhuizen en begraafplaatsen. Er wordt gezorgd dat je kou vat en daarna leg je het traject naar de andere instellingen af. En die hebben weer met de vervoersmaatschappijen de misdadige structuur van de perrons geconstrueerd, plus de afspraak dat er nooit op tijd gereden wordt.
Een eigenaardig komplot.