Economie

Droom en daad op de Zuidas

Volgens de laatste berichten gaat het dan toch gebeuren: het ondertunnelen van de Zuidas om er een gelijkvloers zakencentrum van te maken. Vrijdag hebben kabinet, provincie en gemeente besloten om spoorlijn en snelweg in twee fasen ter aarde te bestellen. Daarmee lijkt een eind gekomen aan jaren van driestheid, corruptie, ruzie en getouwtrek. Lijkt, want Vrom laat weten dat er nog wel overeenstemming moet komen over ontwerp, financiering, kosten en risicoverdeling – voorwaar geen kattenpis.
De grootste verschillen met de eerdere plannen betreffen opzet, kosten en financiering. Zo worden spoor en weg niet onder elkaar geschoven maar verdwijnen ze naast elkaar in de grond. Dat maakt een gefaseerde aanpak mogelijk. In 2013 wordt begonnen met twaalfhonderd meter tunnel voor de snelweg, in 2019 gevolgd door het spoor. De gefaseerde aanpak heeft ook consequenties voor de kosten. Het eerste deel wordt geraamd op zeshonderd miljoen euro.
Dat steekt goedkoopjes af tegen de 2,1 miljard euro waar eerder op werd gerekend. Als de bouw in 2024 is afgerond heeft de staat echter alsnog twee miljard euro in het project gestoken. Het derde verschil zit hem in de financiering. De eerdere plannen waren gebaseerd op een ingewikkelde ruil van publieke grond tegen private financiering. In het nieuwe plan komen de kosten volledig voor rekening van rijk, provincie en gemeente.
Er is veel op dit besluit af te dingen. Waarom nu, een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen? Waarom niet gewoon doormodderen en later kijken of ondertunneling nodig is? Waarom moet de staat ervoor opdraaien? Zijn er geen betere bestedingen voor het geld te verzinnen? En waarom zouden we kosten- en tijdramingen nu wel moeten geloven? Rijk en gemeente hebben op dat punt flink aan geloofwaardigheid ingeboet. Bovendien is het voor Amsterdammers te hopen dat de gemeente ditmaal meer bij de pinken is bij het verdelen van kosten en risico’s. Mijn voornaamste bezwaar betreft echter het bestuurlijk voluntarisme waar het project van getuigt. Inderdaad: God zegene de greep. Alsof de daad zwaarder weegt dan het resultaat. Alsof de middelen het doel heiligen. Alsof uit de dromen vanzelf de daden volgen.
Zaterdag stond er een monter interview in Het Financieele Dagblad met de auctor intellectualis van het nieuwe plan, Klaas de Boer. Afgebeeld tegen een levensgrote plattegrond van Amsterdam en met de aanwijsstok in een maquette van de Zuidas pokend, symboliseerde De Boer fraai de verbale zelfbegoocheling van de moderne bestuurder. De kin naar voren, de spieren gespannen, de ogen samengeknepen, slingerde De Boer krachtig zijn performatieve ‘oneliners’ de ether in: ‘Ik zie de Zuidas als het eigenlijke stadscentrum van Amsterdam…’, ‘Hier moet meer gebeuren dan wat de financiële sector bezighoudt…’, ‘Na zevenen moet de Zuidas ook gaan leven…’ Zo moet het ook tijdens de schepping zijn gegaan: ‘Er zij licht!’ En er was licht.
Hier op aarde staan tussen droom en daad echter wetten en praktische bezwaren. Even wat cijfers. Sinds begin 2009 is het aantal werknemers in de financiële dienstverlening aan de Zuidas met elfhonderd gedaald. Advocaten, accountants en andere para-financiële professionals zijn in dezelfde periode ook bijna duizend collega’s kwijtgeraakt. Dat heeft alles te maken met hun afhankelijkheid van financiële instellingen. Nu de order flow is opgedroogd, ontkomen ook advocatenkantoren niet aan ontslagen. Hoezeer De Boer ook mag menen dat de advocatuur een separate pijler onder de Amsterdamse Zuidas is.
Belangrijker is wat de toekomst gaat brengen. De Nederlandse grootbanken zijn internationaal uitgespeeld; Schiphol wordt steeds meer een secundaire ‘hub’; klm is de juniorpartner in een huwelijk dat vooral Franse belangen dient; Nederland is aan het vergrijzen en het unieke pensioenstelsel blijkt zo lek als een mandje; hoofdkantoren worden kleiner of worden opgekocht door grotere buitenlanders; ondernemerschap leidt een kwijnend bestaan; en op wat langere termijn staan we voor de opgave om de verbrandingsmotor te vervangen, met ongewisse gevolgen voor het internationale reisverkeer – oftewel: we weten niet wat de toekomst gaat brengen maar we weten wel dat morgen en overmorgen niet zullen zijn als vandaag en gisteren.
En wat doet de Nederlandse bestuurder? Hij vergokt doodleuk kostbaar belastinggeld aan een project dat de vorige oorlog moet helpen winnen, praktische bezwaren wegwuivend als het gebazel van raspessimisten en pathologische azijnzeikerds. God beschikte tenminste nog over de middelen om daad en woord in gelid te laten lopen. In het krakende staatsbestel van Nederland rest de bestuurder nog slechts het Potemkin-dorp van zijn verbeelding alwaar hij met logo’s, grootspraak en gelikte foldertjes daadkracht speelt. In de verweekte Nederlandse republiek is alles marketing geworden.