Fotografie: Chas Gerretsen

Droombaan: cowboy

Fotojournalist Chas Gerretsen vertrok als tiener uit Groningen om nieuwe ervaringen te zoeken. Later verliet hij Hollywood om met een zeilboot de wereld over te gaan. ‘Mijn nieuwsgierigheid is altijd groter geweest dan mijn doodsangst.’

Chas Gerretsen op het strand van Bondi Beach, Sydney, Australië, 1961 © Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Op het moment dat Chas Gerretsen zijn beroemdste foto maakte, was hij met zijn gedachten bij andere filmrolletjes, die in de tas van een concurrent onderweg waren van Argentinië naar Parijs. Het was september 1973 en Gerretsen had in de dagen daarvoor de staatsgreep in Chili gefotografeerd. Vrijwel alle journalisten van buiten Latijns-Amerika hadden het land verlaten. Gerretsen en Sylvain Julienne, een Franse fotojournalist, hadden in oorlogsgebieden gewerkt en waren in Santiago achtergebleven. Ze fotografeerden demonstraties en straatgevechten tussen communisten en nationalisten, kregen klappen van knokploegen, huiszoekingen, geweren op hun lijf gezet en waarschuwingsschoten boven hun hoofd. Maar Julienne had zichzelf en de rolletjes het land uit gesmokkeld in een Uruguayaans militair vliegtuig.

Santiago was weer rustig en Gerretsen had weinig zin om wat plaatjes te schieten van de coupplegers voor ze werden ingezegend door de aartsbisschop. In een opwelling ging hij toch, en werkte mechanisch de generaals af, waaronder de uitdrukkingsloze Pinochet. Dit weinig controversiële materiaal mocht probleemloos het land uit. Maar in Europa en de Verenigde Staten werd zijn portret van Pinochet heel anders bekeken dan door de censor in Chili. Terwijl de foto’s van Gerretsen en Julienne van de coup werden afgedrukt, drong dit portret ineens voor. Een emotieloze generaal, geflankeerd door zwijgende ondergeschikten: een symbool van dreiging en onderdrukking van vrijheid, de generaal als zittend standbeeld van het kwaad.

Gerretsen won de Robert Capa Award met zijn foto’s uit Chili. Zijn naamsbekendheid opende deuren voor hem in Los Angeles, waar hij set- en celebrityfotograaf werd, meer faam opbouwde op de set van Apocalypse Now, en vrijwel alle grote Hollywoodnamen in zijn portfolio kreeg. Na veertien jaar gaf hij dat allemaal weer op, om met een zeilboot over de wereld te varen. Het was niet de eerste keer, of de laatste, dat hij zijn eigen weg koos.

Op zijn dertiende had Charles Arthur Gerretsen genoeg gezien om te weten wat hij wilde. Eind jaren vijftig miste hij geen oorlogsepos, western of avonturenfilm die voorbijkwam in De Beurs – twee- tot driemaal per week was hij in de wat armoedige stadsbioscoop in Groningen te vinden. Daar besloot hij ook wat hij wilde worden: cowboy. Vijf jaar later, zodra het kon, nam hij inderdaad de wijk. Naar Australië, omdat er een wachtlijst van twee jaar was voor de VS.

‘Ik voelde me altijd opgesloten en kon nergens heen’, kijkt Gerretsen terug op de redenen voor zijn vertrek. ‘Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Ik kon niemand vinden met wie ik kon praten: niemand die begreep hoe ik dacht. Ik wilde weg uit Groningen, weg van wat ik kende. Ik had nieuwe ervaringen nodig. En ik wilde leren. Niet een vak, maar nagaan of alles klopte wat ik had geleerd op school, in de samenleving en uit Hollywoodfilms. Weinig ervan leek logisch, maar als ik dat met mensen besprak, gingen ze altijd mee in wat door de meerderheid werd geaccepteerd. Ik voelde me als de maïsstengel die boven het veld uitsteekt: iedereen wilde me schijnbaar neermaaien om bij de rest van het veld te passen. Zij pasten zich aan. Ik was constant in de war. Had ik gelijk? Of zij?’

Gerrretsen heeft het over een jeugd waarin hij zich al vroeg realiseerde dat hij anders was dan andere kinderen. Dat lieten leraren hem in ieder geval merken. Ze vonden hem lastig en ongehoorzaam, en probeerden hem te disciplineren met straffen en vernederingen. Maar Gerretsen paste zich niet zomaar aan regels aan waarvan hij het nut niet zag. Een apart geval, in de ogen van veel mensen om hem heen. Hij kreeg steun van zijn vader, maar zijn eigenzinnigheid zou hem tijdens zijn tienerjaren achtervolgen op de kostschool in Ter Apel, een tweede middelbare school, en tijdens drie maanden als leerlingmatroos op een kustvaarder.

Dennis Hopper tijdens opnamen van Apocalypse Now, Filipijnen, 1976 © Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Chas Gerretsen staat voor een revival, in ieder geval in Nederland. In zijn jaren als oorlogs- en nieuwsfotograaf werd zijn werk vaak afgedrukt zonder naamsvermelding. Door Chili kreeg hij bekendheid, en door Apocalypse Now en zijn jaren in Hollywood nog meer, maar dat zakte weg nadat Gerretsen eind jaren tachtig uit Hollywood en de fotografiewereld vertrok. Maar in oktober toont het Nederlands Fotomuseum een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Tegelijkertijd verschijnt zijn autobiografie, en een fotoboek van zijn maandenlange verblijf op de set van Apocalypse Now – Gerretsen als de real life Dennis Hopper, die de fotograaf speelt in de film.

Gerretsen doet een interview graag in persoon, maar niet via de telefoon. ‘Om de een of andere reden worden de dingen die ik zeg vaak verkeerd begrepen’, mailde hij na een eerste verzoek. ‘Het maakt me niet uit als mensen mijn antwoorden niet kunnen begrijpen, maar ik wil niet dat dat komt door een slecht gegeven antwoord. Ik moet mijn antwoorden ruimte en tijd geven.’ Zijn citaten in dit profiel zijn daarom zijn antwoorden uit een mailwisseling.

Terug naar Australië. Gerretsen had voor hij daar naartoe vertrok al veel van Europa gezien, als glazenwasser in Zweden, bijvoorbeeld, met een ladder op zijn schouder fietsend door de straten van Stockholm. Toch zag hij in de negen Europese landen niets dat hem voldoende aantrok om er te blijven. Australië stelde niet teleur, een continent vermomd als land, waar Gerretsen van baan naar baan liftte. Hij begon als taxichauffeur in Sydney, was kort wegwerker en jackaroo (boerenhulp) in Queensland, en vervolgens krokodillenjager op het schiereiland Cape York. Hij liftte naar het afgelegen Cairns, schoot iedereen met een terreinwagen aan, en had binnen een dag zijn droombaan. Toen het regenseizoen begon keerde hij terug naar Sydney, betaalde een overtocht op een Zweeds vrachtschip met werk als kajuitjongen, en zette drie weken later voet aan wal in Californië.

De officiële reden van zijn ontslag uit het Amerikaanse leger: een ‘ernstige geschiedenis van nomadisme’

Het is een manier van leven, en reizen, die niet meer mogelijk is. ‘In de jaren zestig en zeventig was het zoveel makkelijker om ergens een nieuw leven te beginnen’, aldus Gerretsen. ‘Verschillende landen hadden campagnes om immigranten aan te trekken en betaalden hen om te komen. Ik reisde meestal met heel weinig geld, en zonder retourticket. In de meeste landen moet je nu bewijzen dat je weer terugreist en veel geld hebt. Maar de grootste verandering is massatoerisme: een cultureel kolonialisme, dat meer schade aan culturen heeft aangericht dan binnenvallende legers. Mensen absorberen die toeristen, hun cultuur verandert, hun eten, ze worden steeds meer zoals degenen die ze benijden en dienen.’

Dat was halverwege de jaren zestig nog lang niet zo. Gerretsen werkte in Los Angeles, liftte naar Texas en werd daar – eindelijk – cowboy. Maar uiteindelijk is dat gewoon een koeherder, en Gerretsen was al snel weer op reis, door Midden-Amerika. Bij terugkomst in de VS deed hij iets ongelooflijk stoms: hij meldde zich aan als soldaat, zag snel zijn vergissing in, en wist via een legerpsychiater uit dienst te treden. De officiële reden van zijn ontslag, volgens zijn dossier: een ‘ernstige geschiedenis van nomadisme’.

In Los Angeles, na een terugreis naar Nederland, ontmoette hij een meisje dat hij na drie dagen ten huwelijk vroeg. Zij verzon de voornaam ‘Chas’ (‘Tjez’) voor hem. Samen voeren ze naar Australië, om daar een zwervend leven te leiden. Maar het huwelijk strandde, en Gerretsen reisde door naar Zuidoost-Azië: Birma, Laos en Cambodja – opnieuw met weinig geld en minder planning. Gerretsen was daar begin 1968, toen heel Zuid-Vietnam explodeerde in geweld tijdens het Tet-offensief. Uit nieuwsgierigheid besloot hij erheen te gaan. Al snel noemde hij zich ‘journalist’, om een geloofwaardige reden te hebben. Hij begon met andere journalisten om te gaan, ruilde een gevonden pistool voor een camera, en begon foto’s te maken die hij per stuk verkocht aan persbureau upi,Time en Newsweek. Van het zoveelste probeersel werd dat een levenslang beroep.

Vier jaar lang werkte Gerretsen als oorlogsfotograaf en cameraman in Vietnam. Zijn accreditatie gaf hem toegang tot elke Amerikaanse vlucht en missie die hij maar wilde, en het absurde leven op militaire bases, waar bijvoorbeeld de mededeling ‘Raketaanval op Da Nang, 20.00 uur’ de aankondiging van een nieuwe pornofilmvertoning betekende. Hij reisde die jaren afwisselend door Vietnam, Laos en Cambodja, en verbleef maandenlang bij Birmese rebellen. Hij maakte er foto’s van soldaten op patrouille, in rust, van burgers en oorlogsschade. Hij redde zich daar goed en deed veel ervaring op, maar de beste fotojournalisten ter wereld werkten in Zuidoost-Azië, en Gerretsen maakte nog geen foto’s die hem onderscheidden en naamsbekendheid gaven.

Zijn ervaringen in de Vietnamoorlog gaven Gerretsen wel opnieuw de bevestiging dat hij de zaken anders beleefde dan de meeste anderen. Tijdens een bezoek aan Nederland, waar hij naartoe reisde via de hippie trail en het Oostblok, werd hij geïnterviewd door het Nieuwsblad van het Noorden. Het werd een negatief portret onder de kop ‘Chas Gerretsen: “Eerlijk, iedereen hier mag me een koude, gemene vent vinden. Ik hoef hier toch niet te leven”.’

‘De meeste mensen vergelijken hun ervaringen – echte of ingebeelde – met die van mij. Ze stellen zich voor wat ze in mijn situatie zouden doen’, stelt Gerretsen. ‘En dat is echt een probleem voor me. Want mensen kunnen zich geen voorstelling maken van oorlog. En toch geloven ze dat zij het beter weten dan iemand die het heeft gezien. Als ik vertelde over Vietnam, zeiden ze gewoon: “Nee hoor, dat is niet zo.” De meeste mensen beweren ook dat ze zich onrecht aantrekken. In werkelijkheid geven ze meer om persoonlijk ongemak, zoals het dragen van een mondkapje, dan om duizenden burgerdoden door bommen, hongersnood of sancties door hun eigen regeringen. De meeste mensen geven niet veel om mensen die ze niet kennen, vooral niet als het uiterlijk van de slachtoffers verschilt van dat van hen. Mensen ontkennen dat, maar ik heb het steeds opnieuw gezien.’

Amerikaanse legerhelikopter naar Saigon (l., m.) en luchtopname met zicht op basiskamp Go Dau Ha van de Amerikaanse Special Forces (r.), Zuid-Vietnam, 1968 © Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Opnieuw zocht Gerretsen werk als fotojournalist en hij vond dat bij het Franse agentschap Gamma, als persfotograaf in Zuid-Amerika. Daar fotografeerde hij de peronistische beweging in Argentinië, het leven in de sloppenwijken, politieke onrust in andere landen en de staatsgreep in Chili. Fotograferen was niet meer alleen een middel om nieuwe ervaringen op te doen; Gerretsen was en voelde zich een concurrent van andere fotojournalisten om de beste plaat, de opvallendste reportage, de bestverkopende foto. En dat ging hem goed af. Wie zijn werk uit die jaren bekijkt, ziet meteen de stappen die Gerretsen als fotograaf had gemaakt. Zijn verslag van de staatsgreep en de dagen daaromheen – de rolletjes die zijn vriend/concurrent Julienne naar Parijs had gesmokkeld – tonen een kolkende stad, vol rennende, demonstrerende, vechtende mensen; het neerslaan door ordetroepen en leger; de verslagen socialisten die ingerekend worden.

Maandenlang fotografeerde hij de totaal in zijn eigen wereld levende Hopper, de arrogante Brando

Zijn foto’s trokken de aandacht – en nu mét de naam Chas Gerretsen erbij. Dat opende deuren voor hem. ‘Eind jaren zeventig was ik redelijk bekend in de VS en delen van Europa, Japan en Latijns-Amerika, ik kon het meten aan de verkoopcijfers van mijn foto’s’, schrijft hij. Dat leverde hem een nieuw soort opdrachten op in de VS: setfotograaf in Hollywood, en reportages over filmsterren voor grote tijdschriften. Hij richtte zijn eigen agentschap Mega op en publiceerde regelmatig foto’s in grote tijdschriften als Time en Newsweek.

De combinatie van setfotograaf en zijn verleden als oorlogsverslaggever trok de aandacht van Francis Ford Coppola, die hem naar de set van Apocalypse Now haalde in de Filipijnen. Daar fotografeerde Gerretsen niet alleen de legendarische opnames, maar werd hij ook een klankbord voor de regisseur, toen die besloot dat de rol van Dennis Hopper er een van oorlogsfotograaf moest zijn. Maandenlang fotografeerde Gerretsen de totaal in zijn eigen wereld levende Hopper, de arrogante Marlon Brando, die het vertikte zijn tekst te leren, en de sets, figuranten en opnamen die legendarisch zouden worden. Het zijn vreemd bekende foto’s – de regisseur tussen zijn acteurs, wachtende acteurs op de volgepropte sets, een kind dat bellen blaast tussen figuranten die als ‘lijk’ zijn neergelegd – die samensmelten met de sfeer van de film, de boeken en documentaires over de opnamen, het aura van het megalomaanste filmproject ooit.

generaal Augusto Pinochet met officieren voor het begin van de Heilige mis ter ere van Chili’s onafhankelijkheid en voor de zegening van de nieuwe militaire junta, Iglesia de la Gratitud Nacional, Santiago, 18 september 1973 © Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Het succes van Apocalypse Now stuwde Gerretsen verder op. ‘Nadat de film in 1979 uitkwam, kreeg ik natuurlijk veel aanbiedingen om bij andere films te werken’, schrijft hij. ‘Ik kon kiezen wat me interesseerde: films die vooral buiten werden opgenomen, in het buitenland met een warm klimaat. Ik kocht ook een fotostudio en begon mijn eigen fotobureau. Ik toonde mijn foto’s nooit in een galerie of een tentoonstelling, en was nooit lid van een fotoclub. Misschien niet slim of zakelijk, maar ik ging het liefst reizen, fotograferen en leren.’

Evengoed had Gerretsen met zijn tweede vrouw een comfortabel leven: hij had vrijwel alle bekende Hollywoodsterren in zijn portefeuille, zoals John Travolta, Dustin Hoffman, David Hasselhoff. De eighties glamourfoto vroeg een soort familiariteit, ontspannenheid en humor waar Gerretsen goed in bleek te zijn. Al snel had hij zijn naam ook op dat vlak gevestigd, en werk genoeg. En toen, in 1989, verkocht hij alles, om met een zeilboot te gaan varen in de Cariben en daarna Zuidoost-Azië.

Behalve aan nomadisme, lag dat ook aan Gerretsens groeiende weerzin tegen de Verenigde Staten. ‘Wat ik heb meegemaakt in de VS begin jaren zestig, en vanaf 1975 tot eind jaren tachtig, is dat het land langzaam werd overgenomen door hebzucht. En zoals met bijna alles wat Amerikaans is, zie ik hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld. Over het algemeen lijken mensen niet meer te werken aan zelfverbetering en aan het leiden van een bevredigend leven. Dat lijken nu onmogelijke doelen. Ze moeten meer hebben, meer van alles, en groter, glanzender en gemakkelijker. En ik heb ook met eigen ogen de politieke destabilisatie gezien die de Verenigde Staten naar Vietnam, Cambodja, Chili, Argentinië, Colombia en Venezuela brachten. Die onrust begint nu de VS zelf te overspoelen. Ik zag Coca-Cola op veel plekken wortelschieten, maar nergens demo-cratie.’

Het lukte Gerretsen niet meer om zich niets aan te trekken van de levenshouding van de mensen om hem heen. ‘Ik denk dat de Californische manier van groeten alles zegt. Je glimlacht en zegt: “Hoe gaat het met je vandaag?” maar een antwoord is ongewenst. Hollywood is de uitvergroting daarvan. Het is fantasie en iedereen speelt zijn rol in dit spektakel. Om je rol te spelen, moet je altijd op een positieve manier antwoorden: “I’m great.” Hetzelfde geldt voor elke mening, of het nou over films, mode of kunst gaat, en politiek en religie moeten altijd worden vermeden. Op elk verzoek om mijn mening leerde ik te zeggen: “Heel interessant.” Na veertien jaar in Hollywood, werd de behoefte om vrij te ademen en te zeggen wat ik dacht, te sterk. De eerste tien jaar in Hollywood hield de opwinding van nieuwe projecten, het leren van nieuwe fototechnieken, het opbouwen van een succesvol bedrijf, me geïnteresseerd in Hollywood. Daarna moest ik weg.’

Sindsdien leidt Gerretsen opnieuw een zwervend bestaan, met zijn derde partner. Inkomsten kregen ze door toeristen over te zetten of op zeilcharters mee te nemen in Thailand, Tanzania en Maleisië. Nu ligt Gerretsens boot voornamelijk voor anker. ‘Na 25 jaar zeilen rond de wereld keerden we terug naar waar we begonnen: de Cariben. We leven nu een bezadigd leven, zo nu en dan hoppen we van eiland naar eiland. Veel mensen denken dat zeilen heerlijke vrijheid betekent, maar zeilen zelf is vaak dodelijk saai óf heel spannend. Dat hoef ik niet meer, op 77-jarige leeftijd. Wel blijf ik genieten van de vrijheid die zeilen geeft: als je niet meer van het uitzicht houdt of als je je buren zat bent, haal je het anker op.’

het terrein van de Amerikaanse ambassade (l.) en verwoestingen door het oorlogsgeweld (m., r.), Saigon, Zuid-Vietnam, 1968 © Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Als Gerretsen terugkijkt op zijn werk als oorlogs- en persfotograaf, denkt hij niet dat het hem veranderd heeft. ‘Niet dat ik weet, in ieder geval niet bewust’, schrijft hij. ‘Ik bleef altijd een waarnemer, geen deelnemer. Ik denk niet dat ik bevooroordeeld was, ik kon meestal twee kanten van een verhaal zien, soms veel meer. Ik leerde antwoorden op vragen waar ik als kind mee zat. Ik ontdekte dat oorlog absoluut niet was zoals in de films, en niet zoals verteld in nieuwsmedia. Ik denk dat veel journalisten en fotografen betrokken raken bij het verhaal dat ze verslaan. Ze kiezen een kant of hebben al gekozen voor ze arriveren: die van hun medium, of van de groep waartoe ze thuis behoren.’

Ook ontdekte Gerretsen dat de vrijheid die hij zelf altijd zocht, en waar de oorlogen om te doen waren die hij vastlegde, voor veel mensen minder belangrijk is dan ze voordoen. ‘Eerlijk gezegd weten of begrijpen de meeste mensen niet wat er wordt bedoeld met “vrijheid”, of wat ze ervan willen. Goede, gratis gezondheidszorg die je angst wegneemt, is dat vrijheid? Het inperken van meningsvrijheid of het verbieden van bepaalde woorden? Je bewegingsvrijheid beperken, voor je eigen veiligheid? Iedereen heeft zijn eigen interpretatie van wat vrijheid is. Wat ik eronder versta, is bijna verdwenen, en heeft plaatsgemaakt voor meer onverdraagzaamheid, meer bekrompenheid en meer overheidscontrole.’

‘Tot welke klasse je behoort, maakt veel uit voor hoe je vrijheid ziet, wat je ervan verwacht, en welke inperking ervan je accepteert. In mijn ogen vinden de meesten van ons het niet erg om slaven te zijn van een meester, zolang het ons beschermt tegen bepaalde angsten, zolang het ons toestaat om te doen wat we willen binnen wat acceptabel wordt geacht. De meeste mensen werken vaste uren, vier, vijf dagen per week, jaar in jaar uit, en vinden het prima om dat ongestoord te blijven doen. Ook in Nederland zie ik dat: mensen vertrouwen op anderen om voor hen te denken en te zorgen. Ze zijn volgzaam, verdoofd, perfecte werknemers, met een regering en computers die hen volgen en bewaken voor hun eigen veiligheid. Zo wilde ik nooit zijn. In mijn ogen is angst de basis van al het leven. Mijn hele leven lang was mijn nieuwsgierigheid groter dan mijn angst om mijn leven te verliezen. Voor veel mensen is de angst voor de dood groter, en blijven ze thuis – in angst. Voor anderen, zoals ik, is het angst die hen helpt om mentaal en fysiek te overleven; de angst die nodig is om een aanstormende auto te ontwijken, of een langzame dood van verveling, of het gevoel om stil te staan. Het is verbazend hoeveel mensen verstarren wanneer ze worden geconfronteerd met gevaar: niet in staat om te bewegen, wachtend op de dood.’


Van 15 oktober 2021 tot 22 april 2022 toont het Nederlands Fotomuseum de overzichtstentoonstelling Chas Gerretsen in de hoofdrol. Op 15 oktober verschijnt bij Boom de autobiografie Het wonderbaarlijke en vreemde leven van Chas Gerretsen. Bij Prestel / Random House verschijnt Apocalypse Now: The Lost Photo Archive