Sport

Druk

Eerst werden ze kampioen, op hun sloffen. Toen opeens niet, en toen weer wel. AZ slaagde er tenslotte met een omweg in de landstitel te grijpen, maar het had mooier gekund. De wedstrijd, in eigen stadion, die het feest zou inluiden, werd tegen de verwachting in verloren. Alle Alkmaarders stonden al klaar met opblaaskazen op hun kop en doordrinkglazen bier in hun hand, toen hun AZ met 2-1 verloor van Vitesse.
Lullig. Had niemand verwacht. AZ had ongeveer alles gewonnen, even makkelijk als sierlijk. En nu het er op aankwam, ging het mis, voor het eerst in het hele seizoen eigenlijk.
Hoe kan dat nou, vraag je je af.
‘We konden niet met de druk van het kampioenschap omgaan’, verklaarde trainer Louis van Gaal na afloop. ‘Te veel spelers voetbalden onder hun niveau. Ik heb zelden een goede kampioenswedstrijd gezien. Maar dit was onvoldoende.’
Dat was het zeker. ‘De spelers stonden deze week onder grote spanning’, zei Van Gaal.
Ze stonden onder grote druk. Zo groot dat ze eronder bezweken. Dat zie je vaker bij sporters van wie wordt verwacht dat ze gaan winnen: ze bezwijken onder de druk. Zijn niet opgewassen tegen de druk. Gaan aan de druk ten onder.
Robert Gesink, de wielrenner, was favoriet voor de Amstel Gold Race. Het werd niks, of nou ja, derde. Maar hij had moeten winnen, vond iedereen. Ook bij hem was de druk te groot, zeiden ze. Niet alleen de druk van de buitenwereld, maar ook de druk die hij zichzelf oplegde, werd er gefluisterd.
Die rotdruk.
Druk is overal in het leven, maar voor de sporter komt daar nog extra druk bovenop. Stel je voor, je bent een AZ-speler of Gesink. ‘s Morgens, direct en onontkoombaar, is hij daar al: de druk. Je wordt wakker met een bedrukt gemoed, je onderdrukt een geeuw en het verlangen om verder te slapen. Je schudt een nachtmerrie af, die voortkwam uit onderdrukte woede en angst. Je drukt een kus op de wang van je kat en je eerste sigaret uit in de asbak. In de brievenbus reclamedrukwerk en de krant. ‘Tibetaans volk in de verdrukking!’
Dan moet je naar de training, altijd druk bezocht door de fans. Eerst de banden van je fiets oppompen, omdat de druk te laag is. Buiten de voordeur voel je de luchtdruk al weer op je schouders. Dat is het gewicht van de verticale luchtkolom met eenheid van doorsnede die zich boven de plaats van waarneming bevindt. In de meteorologie wordt de luchtdruk uitgedrukt in millibaren: 1 mbar = 105 Pa (=0,1 MPa) ≈ ¾ mm kwikdruk. De gemiddelde luchtdruk op zeeniveau bedraagt circa 1013 mbar en kan er variëren van circa 1080 tot 890 mbar. De luchtdruk neemt af met toenemende hoogte.
De postbode komt langs en drukt een brief in de bus. Hij vraagt: ‘Heb je het druk?’ Dan drukt hij zijn snor weer. Het is drukkend warm.
‘Heb je het druk?’ is natuurlijk fout. Want het moet zijn: ‘Heb je de druk?’
Ja, die hebben we. Allemaal. Druk, druk, druk. Overal is druk. Je moet op de toetsen drukken anders heb je geen tekst. Jas dicht met drukknopen. Onderdrukte emoties. Weggedrukt verdriet. En waar zouden we zijn zonder de belangrijkste uitvinding voor onze beschaving, de boekdrukkunst?
Dat geldt voor ons allemaal, dat is druk in het alledaagse genre. Voor de topsporter komt daar nog meer druk bij. De druk om kampioen te worden bij AZ, bijvoorbeeld. De druk om wereldkampioen te worden bij Albert Zoer en Okidoki, bijvoorbeeld. De druk om een Nederlands record te zwemmen bij Marleen Veldhuis, bijvoorbeeld. Verstikkend. Je kunt eronder bezwijken.
De sporter staat onder enorme druk omdat er gewonnen moet worden. Het gaat altijd om winnen. ‘Er lag een enorme druk op me om bij de eerste 28 te eindigen’, hoor je nooit.
De topsporter staat bijvoorbeeld onder grote druk als hij een penalty moet nemen in de halve finale van het WK. Die druk bestaat uit: eerst de hoop van het publiek dat hij raak schiet (‘Ik hoop dat hij raak schiet’), plus zijn eigen hoop dat hij raak schiet; dan de stille overtuiging van de kijkers dat de bal erin gaat (‘Hij moet er gewoon in’), plus zijn eigen stille zenuwachtige overtuiging dat het gaat lukken (‘Ik kan het, ik kan het’); dan de luidkeelse overtuiging van het publiek dat-ie erin gaat (‘Hij gaat erin!’), plus die van hemzelf om moed bijeen te schrapen (‘Wrroaah, ik ga scoren!’) – dat is niet te doen: de penaltynemer heeft het gemoed van de hele natie op zijn schouders. Zijn voet zal beslissen over ofwel euforie ofwel diepe treurnis in het land.
En als hij dan mist, dan moet hij zichzelf maar voorhouden dat dat de pret niet mag drukken.