literair redacteuren onder vuur

Druk, druk, druk

‹Boekblad magazine›, het vakblad voor de boekenbranche, meldde: «Aantal fouten in boeken neemt toe door productiesnelheid» en: «Uitbesteden redactie verslechtert kwaliteit boeken». De literair redacteuren liggen onder vuur.

U bent literair redacteur. De bergen manuscripten op uw bureau worden met de dag hoger, zowel uw mobiele telefoon als de vaste lijn naar uw kantoor staat van negen tot vijf roodgloeiend, aan de lijst onbeantwoorde berichten in de inbox van uw e-mailaccount lijkt geen einde te komen. U heeft het druk, maar daar houdt u wel van. Er moeten nog drukproeven worden nagekeken, maar over een kwartier heeft u die lunchafspraak met een van uw bestselleruteurs en later op de dag is er een boekpresentatie waar u echt niet omheen kunt. Dat wordt avondwerk.

U bent het met uw collega’s eens dat u er de afgelopen jaren een baan heeft bij gekregen. Voorheen kon u volstaan met het afleveren van een goed boek, nu moet datzelfde boek van publiciteit worden voorzien. U bent marketingstrateeg geworden. De mogelijkheden om voor een pas verschenen roman aandacht te genereren zijn talrijk. Natuurlijk zijn daar de prospectussen, nieuwsbrieven en sinds kort ook de internetpagina van de uitgeverij, die telkens weer een beroep doen op uw creativiteit, omdat inflatie van de term «meesterwerk» door veelvuldig gebruik op de loer ligt. U licht de pers in en slaat aan het netwerken, wat betekent dat u in de omgeving van de juiste mensen met recensie-exemplaren strooit. U regelt voor uw auteur een column in een krant of tijdschrift. Liefst een damesweekblad, daarmee bereikt u de meeste lezers.

U bedenkt een uitgebreide publiciteitscampagne, met Heleen van Royen bijvoorbeeld rijdt u heel Nederland rond in een felgekleurd bestelbusje. Voor een mindere is er altijd nog wel een optreden op een festival te vinden. Boekhandelaren bestookt u met manshoge reclamezuilen. Hoewel veel boekhandelaren vooralsnog weigeren een levensgrote kartonnen schrijver in de winkel neer te zetten, kunt u altijd nog proberen de te marketen topprestatie een plaats te verschaffen in de winkel waar werkelijk elke miskleun verandert in vloeibaar goud. U schrijft een prijsvraag uit: de boekhandelaar maakt kans op een weekendje weg in ruil voor een staanplaats op de toonbank. En dan snel door met het volgende boek, want de productie draait op volle toeren.

Boze tongen beweren dat de literair redacteur zijn eigenlijke vak niet meer beoefent, dat zijn baan bestaat uit zo veel mogelijk aandacht genereren voor zo veel mogelijk boeken, maar dat in dat proces zijn aandacht voor dat éne boek hem is ontglipt, dat in de woorden van Marc Kregting de literair redacteur een simulacrum is geworden. Deze kentering in het vak van de literair redacteur is het gevolg van een door uitgeverijen veroorzaakte overproductie, want een boek dat niet «in de markt wordt gezet» is met zo’n achttienduizend concurrerende titels per jaar gedoemd bij verschijning onzichtbaar te blijven.

De afgelopen eeuw is de productie van boeken enorm toegenomen. Het aantal nieuwe titels (inclusief herdrukken) aan het begin van de twintigste eeuw (drieduizend) staat in schril contrast met de 17.235 titels die aan het einde van de vorige eeuw in één jaar werden geproduceerd (bron: www.bibliopolis.nl). Die groei neemt aan het begin van deze eeuw alleen maar toe. In het najaar van 2005 was de productie maar liefst twintig procent hoger dan in dezelfde periode het jaar daarvoor, een absolute stijging van 4600 naar 5700 titels (Boekblad magazine, 27 oktober 2005). Het betreft hier de zogenaamde A-boeken: in Nederland via de normale handelskanalen uitgegeven boeken, eerste nummers en themanummers van tijdschriften en jaarboeken en elektronische publicaties.

Daarbij ontbreekt het de uitgeverij aan kapitaal om voor al dat extra werk nieuwe krachten aan te nemen. Gevolg voor de literair redacteur: druk, druk, druk.

«Wij hebben aparte afdelingen promotie en verkoop, dus voor het genereren van publiciteit rond een boek heb ik gelukkig genoeg steun», zegt Suzanne Holtzer, hoofdredacteur van De Bezige Bij. «Toch is het absoluut druk werk: je hebt als redacteur natuurlijk regelmatig contact met auteurs. Daarnaast overleg ik veel met correctoren, persklaarmakers of vormgevers, ieder moment kan de telefoon gaan of komt er mail binnen. Altijd is er wat. Maar ik vind dat een prettige dynamiek. Een hele dag niet bereikbaar zijn is een luxe die ik me in mijn positie nauwelijks kan veroorloven, maar het kan wel. Als ik in bespreking ben moet ik er bijvoorbeeld zeker van zijn dat ik heel wat uren ongestoord kan praten. Dat is een kwestie van goed organiseren.»

Het tijdgebrek waar veel literair redacteuren mee te maken hebben leidt tot afraffelen, vindt Adriaan Jaeggi, schrijver, dichter, ex-redacteur van Thomas Rap en De Bezige Bij en medeoprichter van de Gouden Doerian, de prijs voor het slechtste boek van het jaar. Hij herinnert zich nog goed hoe een vertaling onder zijn leiding tot stand kwam: «Een mederedacteur en ik ontfermden ons over de vertaling van een literaire thriller, Bluethroat Morning van Jacqui Lofthouse, die onder de titel Een perfecte glimlach is verschenen. Door een afspraak met boekenclub eci was Thomas Rap wettelijk verplicht de roman binnen een maand af te hebben. Een maand is veel te kort om een roman goed te vertalen en redigeren. Tot overmaat van ramp was Bluethroat Morning ook nog eens zo’n zeshonderd pagina’s dik, dus wij zaten met onze handen in het haar. Heel snel hebben we er toen drie vertalers op gezet, die ieder tweehonderd pagina’s voor hun rekening namen. Toen zij hun werk hadden gedaan, hadden wij nog maar een week de tijd om te redigeren. Bij de productie ging ook iets mis: er is uiteindelijk een ongeredigeerd gedeelte in het boek terechtgekomen. Ongeveer twee maanden later trof ik mijn vriend en mederedacteur op de redactie aan met zijn hoofd bonkend op de tafel. Ik vroeg wat er aan de hand was. Met tranen in zijn ogen zei hij dat Een perfecte glimlach toe was aan zijn derde herdruk van tienduizend exemplaren. Dat ongelooflijk slordig gemaakte boek bleef maar verkopen.»

Vooral vertalingen lijken kwetsbaar voor het betere flodderwerk. Bovenstaand voorbeeld dateert van een paar jaar terug. Anno 2006 lijkt het peil van de Nederlandse vertaalarbeid niet per se verbeterd. Een willekeurige greep uit de boekhandel levert Alleen naar bed (Prometheus) op van Jennifer Weiner, over de zich vervelende huismoeder Kate, zo vertelt de achterflap ons. En daar begint de ellende al: «Kate heeft een oppepper nodig. Die krijgt ze volkomen onverwachts, als een van de andere moeders wordt vermoord.» Hoera, de buurvrouw is dood! Nog niet eens aan het eigenlijke boek begonnen, lezen we in het eerste motto (het boek telt er maar liefst drie): «Terwijl ze bedden opmaakte, boodschappen deed, soorten bekleding uitzocht die bij elkaar pasten.» Soorten bekleding? Bedoeld is: bij elkaar passende bekleding. En dan de eerste pagina. In de vijfde regel staat het niet zo bedoelde, archaïsch aandoende woord «knuist». Waarom niet gewoon vuist? De zin «‹Niet duwen!› riep Sam, met een duw terug» is ronduit lelijk. Over de gehele pagina staan komma’s op de meest overbodige plaatsen: «Over een week was het Halloween, en wij waren pas de vorige avond begonnen met het maken van onze enige lantaarn. Die was nogal scheef uitgevallen, en de rechterkant ervan was ’s nachts begonnen te rotten en in te vallen, zodat hij er nu uitzag alsof…» Trouwens, «was begonnen te rotten» had moeten zijn: was gaan rotten. Tot zover pagina 1, er volgen er nog 374, die ik u hier zal besparen. Grammaticaal klopt het allemaal net, maar mooi is het niet. Het probleem is: dit boek is nog niet af. Had een redacteur de tijd gekregen om deze roman grondig na te kijken, dan was Alleen naar bed een stuk leesbaarder geworden, nu is dit boek als een onrijpe banaan in de schappen beland.

Boekblad magazine, het vakblad voor de boekenbranche, heeft de afgelopen tijd veel aandacht besteed aan klachten over slechte redactie, met alarmerende koppen als «Aantal fouten in boeken neemt toe door productiesnelheid» en «Uitbesteden redactie verslechtert kwaliteit boeken». Het tijdschrift berichtte over «negatieve beeldvorming», want «boeken voldoen niet meer aan hun basale normen».

De beeldvorming in de media is inderdaad niet best. Een paar voorbeelden anno 2005. Arjen Fortuin wees op de fouten die zijn blijven staan in de uitgave van de brieven van W.F. Hermans aan zijn uitgever Geert van Oorschot («guerilla» in plaats van «guerrilla»; «Santiago de Compostella» en niet «Compostela»; «et» waar «het» had moeten staan; variërende naamspellingen zoals «Tsjechof» en «Tsechof»).

Pieter Steinz vergeleek Gipharts vorig jaar verschenen roman Troost met «de menukaart van een analfabete bistro in de buitenwijken van Hoenselaarsbroek»: «Grandes pères in plaats van grands pères, Picardy in plaats van Picardie, Normandie Contentin in plaats van Normandie Cotentin, gesammt in plaats van gesamt, amartia in plaats van hamartia, unconciousness in plaats van unconsciousness, périgeuxsaus in plaats van périgueuxsaus, Brigit Bardot in plaats van Brigitte Bardot.»

Op zijn weblog toont de Utrechtse letterkundedocent Fabian Stolk de orgie aan stijlfouten die Emoticon heet, van Jessica Durlacher. «een ergheid van deze omvang (171; neologisme); Maar ondanks haar dierbare bereidwilligheid om geschokt en overdonderd te zijn door Aisja’s mails, laatst zelfs tweemaal op dezelfde zaterdag, stelde Mitsuko vreemde vragen (237; hoe vaak per zaterdag kan een mens bereidwillig zijn tot overdondering en geschoktheid?); Tegenstrijdig genoeg had haar reis naar Israël ditmaal minder lang lijken te duren dan de eerste keer (261; gaat ieder stijlboek te buiten); Langzaam slenterde hij (288; klassiek geval van pleonasme).»

Een koe van een fout staat in Louis Ferrons laatste roman Niemandsbruid, verschenen in 2005, die opent met de zin: «Ik was acht jaar toen mijn vader in de Fleet sprong.» Vier pagina’s later lezen wij: «Hoewel ik pas zo’n zes jaar oud was toen de arme Heinrich Floris (haar vader – rk) als waterlijk ons huis werd binnengedragen.» Zelfs als je de even uitzonderlijke als begrijpelijke oorzaak van het tijdgebrek waaraan dit boek was blootgesteld kent – men wilde Louis Ferron nog voor zijn dood de roman laten zien – had zo’n fout eigenlijk niet over het hoofd mogen worden gezien.

Wat vinden de redacteuren zelf van die eeuwige klachten over krakkemikkig redactiebeleid? Volgens Peter Nijssen, redacteur van De Arbeiderspers, behoren ze «grotendeels» tot het rijk van de mythologie: «Er gaan altijd dingen mis, dat is niets nieuws. Het is inderdaad zo dat de productietijd van een boek korter is geworden, maar daar staat tegenover dat het proces van manuscript naar boek door de voortschrijdende technologie behoorlijk veel sneller kan worden afgelegd. Je kunt tegenwoordig elektronisch redigeren en corrigeren, door het elektronisch verkeer kunnen beeld- en tekstbestanden in een handomdraai over de hele wereld worden gezonden en het is ook vaak niet meer nodig voortdurend prints van alles te maken en te versturen. Je kunt zelf beslissen of je het nodig vindt om iets te printen. Je kunt dus even gedegen blijven en een boek toch een week of drie, vier sneller produceren dan pak ’m beet tien, vijftien jaar geleden, ja zelfs dan vijf jaar geleden.»

Mirjam van Hengel (redacteur Van Oorschot) spreekt de opvatting tegen dat een literair redacteur geen tijd meer neemt voor het begeleiden van een boek: «Ik besteed nog altijd een aanzienlijk deel van mijn tijd aan lezen en werkend lezen. Je vraagt je tegenwoordig wel af hoe je een boek gaat verkopen, maar dat laat ik nooit in de weg zitten van het ouderwetse redigeerwerk. Desnoods stel ik een boek uit.»

Ook moet zij niets hebben van de nieuwe, geldbesparende trend binnen het uitgeversvak: het uitbesteden van redactiewerk aan freelancers. Van Hengel: «Dat doen wij nooit! Dat zou de angel uit de samenwerking met de auteur halen. Ik kan het belang om redactiewerk binnenshuis te houden niet genoeg onderstrepen. Je bouwt een band op met een auteur die een freelancer niet heeft.»

Suzanne Holtzer krijgt tegenwoordig nog maar weinig klachten over fouten: «Er was een periode dat er wel eens een fout sloop in de boeken van De Bij, maar sinds een paar jaar is onze bureauredactie weer op sterkte en sindsdien zijn onze boeken behoorlijk netjes. Klachten krijgen we eigenlijk nog maar heel zelden en dan kan ik helaas alleen maar antwoorden met een cliché: het perfecte boek bestaat niet.» De werkdruk is in de loop van de tijd niet veranderd bij De Bezige Bij, zegt ze: «Als je onze aanbiedingsprospectus van tien jaar geleden bekijkt, zie je dat we toen evenveel Nederlandse literaire boeken uitgaven als nu. Ik heb dus niet meer boeken onder mijn hoede. We geven wel meer vertaalde boeken en non-fictie uit, maar daar hebben we aparte redacties voor.»

Toch is ook de productie van Nederlandse fictie bij De Bezige Bij fors gestegen, zoals blijkt uit een vergelijking tussen prospectussen uit het voorjaar van 1997 en 2006. In negen jaar tijd heeft de uitgeverij in die periode vijftig procent meer Nederlandse romans en poëzie uitgegeven, van 32 titels (inclusief herdrukken) naar 48. Daartegenover zijn de stijgingen wel veel dramatischer binnen de vertaalde romans, van 19 titels naar 41 (216 procent), en de non-fictie, van 13 naar 32 (246 procent).

Geen vuiltje aan de lucht en geen vuiltje in het boek, zo repliceert de literair redacteur. Zijn de geruchten over slechte redactie inderdaad allemaal maar indianenverhalen, en is de criticus die op een paar kromme zinnen en foutieve samenstellingen wijst een kniesoor en een taalpuritein? Dat een paar fouten in een roman blijven staan is toch onvermijdelijk, hoe vaak je er ook met het potlood in de marge overheen gaat, maar toch… een ex-freelance corrector die vanwege zijn toekomstige werkzaamheden in het boekenvak anoniem wenst te blijven, vertelt een heel ander verhaal: «Er werkten bij mijn uitgeverij standaard te weinig mensen en zelden heb ik mijn werk rustig kunnen doen. In een laat stadium van het productieproces liet ik fouten die consequent voorkwamen wel eens zitten. Er was dan geen tijd meer om ze allemaal te verbeteren, en ook met de zoekfunctie van Word haal je ze er nooit allemaal uit. Het is op zo’n moment beter voor het boek dat een fout consequent blijft staan dan dat een woord de ene keer goed is gespeld en de andere keer niet. Ik kreeg 6,40 euro per uur betaald en voor elk manuscript stond het aantal uren dat ik eraan zou werken al vast, dat waren er altijd veel te weinig. Je bent voortdurend aan het haasten, waardoor je veel fouten over het hoofd ziet. En voor dat loon ga je er dus niet twee keer zo lang aan zitten.»

* Reinier Kist studeert moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam