Druk weekje Londen

Thomas Blondeau, Donderhart. € 17,90

In het boekenprogramma van Wim Brands, Boeken, vertelde de Vlaamse schrijver Thomas Blondeau vorige week waarom hij zijn nieuwste roman, Donderhart, laat spelen tijdens de terroristische aanslagen in Londen, in juli 2005. In het gesprek dat volgde toonde Blondeau zich een kenner van het terrorismedossier in Nederland, met cijfers en al paraat. Volgens hem was het een ‘uniek historisch feit’ dat de westerse beschaving getroffen werd door zelfmoordterrorisme. En net zo uniek was de manier waarop de Britten reageerden: premier Tony Blair zei dat de Londenaren het spel van de terroristen niet moesten meespelen, en gewoon naar hun werk moesten gaan, terwijl bloggers schreven dat Londen niet in staat van angst verkeerde, maar in 'een staat van verveling’. De hele dag hetzelfde nieuws op tv.
Het maakte mij benieuwd naar Donderhart. Met het onovertroffen Saturday van Ian McEwan in het hoofd getuigt het van lef om zo'n onderwerp te pakken. En lef lijkt Blondeau te hebben: vier jaar terug verscheen zijn ambitieuze debuutroman eX, een wat kolderiek verhaal over drie vrienden die studentikoze ongein uithalen, in de hoop op te vallen bij een mooie journaliste. Ze spuiten idealistische graffiti, verschijnen op mondelinge tentamens in travestie, stelen tuinkabouters en laten ze los in het bos; de journaliste profiteert door hun stunten te verkopen als postmodern activisme. Aan het enthousiasme en verteltalent van Blondeau lag het niet dat eX uiteindelijk implodeerde; naarmate het verhaal vorderde leek de schrijver verstrikt te raken in de losse structuur van zijn roman, zo zeer dat hij er alleen nog uitkwam met een gekke kunstgreep (de clou van het verhaal werd in persberichten verteld).
Ook Donderhart is een roman die zich op verschillende niveaus afspeelt. We volgen Max Gosset, een cynische journalist (goh) van een kwaliteitsblad, tegen de dertig, die naar Londen vertrekt om een thrillerauteur te interviewen. Max probeert bij de schrijver wat felle citaten te halen over het Amerikaanse buitenlandse beleid, en klaar is Kees. De volgende dag slaapt hij in zijn hotelkamer door de aanslagen heen. Het journalistieke ethos van Max is stuitend en goed getroffen: terwijl hij van een ambitieuze reportage droomt doet hij weinig meer dan wat quotes bij elkaar scharrelen. Het interview met de succesauteur is het cliché zelve, wat Max zelf ontgaat, want in de eerste jaren van de war on terror werd elke classicus wel een keer opgetrommeld om de vergelijking te maken tussen het Romeinse Rijk en de macht van Bush.
Maar Max heeft nog meer aan zijn hoofd. Bij zijn vertrek uit Brussel liep hij tegen zijn voormalige geliefde aan, de inmiddels doorgebroken popzangeres Eva, waardoor zijn geplande vakantie met zijn huidige vriendin, Véronique, verder weg komt te staan dan ooit. Max registreert de ordentelijkheid en schijnbare kalmte waarmee de Britten de aanslagen verwerken, maar kan daar zelf niet in meegaan. De stad drukt op hem, Eva trekt onbewust aan hem, het stagneren van zijn carrière voert zijn onzekerheid verder op.
De versmelting van liefde en angst in de psyche van Max geeft Blondeau een breed palet, om een liefdesverhaal met cultuurkritiek te vermengen. Een beetje zoals Christiaan Weijts dat doet in Via Capello 23. Maar de kleuren van Blondeau overtuigen niet: de observaties over oude en nieuwe media, bekendheid, de oorlogen in Irak en Afghanistan hebben een zekere plichtmatigheid, of gebrek aan originaliteit. Opmerkingen over de geestesgesteldheid van de stad komen vaak niet veel verder dan dat Londen een stad is die 'van die miljoenen anekdotes één groot verhaal’ maakt. De liefdesgeschiedenis tussen Eva en Max heeft de diepgang van een middelbareschoolliefde, en het engagement dat Blondeau zo nu en dan aan de dag probeert te leggen komt niet veel verder dan dat de ene vriend tegen de andere zegt, lopend over The Mall in Londen, waar het Britse empire nog zo mooi wordt verbeeld: 'We lopen over lijken. (…) Alsof de Britten zich nu niet meer bemoeien met wat zich in het buitenland afspeelt. Volgens mij zullen we in de toekomst met evenveel verbijstering praten over de Irak-oorlogen als we nu doen over kolonisatie.’
Die kritiek is makkelijker gezegd dan uitgelegd, en ook dat heeft met Blondeau te maken. Hij schiet van onderwerp naar onderwerp, thema’s worden aangestipt en hup, weer door naar het volgende. Het gevolg is dat je Donderhart in sneltreinvaart kunt uitlezen, maar je nergens in zijn boek kunt verankeren en echt een tegenargument formuleren. De tekortkoming van Thomas Blondeau is dezelfde als die van Max Gosset: citaatje hier, observatietje daar, weinig inhoud.
Je kunt eigenlijk niet veel anders dan tot dezelfde conclusie komen als bij het lezen van eX: het is de eigen ambitie die de auteur dwarszit. Na zich door een relatiecrisis, terroristische aanslagen, hartkloppingen en een ontmoeting met een oude vlam heen te hebben geslagen, forceert Blondeau’s held op de laatste pagina’s ook nog een scoop die geen scoop is, om een conflict met een narrige hoofdredacteur (goh) te overwinnen. Het wordt allemaal wel heel veel voor een weekje Londen.

THOMAS BLONDEAU
DONDERHART
De Bezige Bij, 313 blz., € 17,90