Drukkingsgroep

De lobby voor de afschaffing van de divendbelasting is niet open en eerlijk verlopen. Geen wonder dat de oppositie zich hieraan ergert. Vier belangrijke lobbyvoorwaarden.

‘We hebben in Nederland ruim zestien miljoen lobbyisten die politiek, ministeries, toezichthouders en uitvoeringsorganisaties benaderen en proberen te beïnvloeden. En dat is goed.’ Het had zo uit de mond kunnen komen van een vertegenwoordiger van een van de nieuwe coalitiepartijen, vvd, cda, d66 of ChristenUnie, ter verdediging van het afschaffen van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders. Voor die afschaffing hebben echter niet zestien miljoen Nederlanders gepleit, maar heeft alleen het internationale grootbedrijf gelobbyd. Dit tot afschuw van de oppositie, de linkse partijen GroenLinks, SP en pvda voorop. Die doen alsof lobbyen vies en verderfelijk is, maar iedereen lobbyt toch, hoorde ik vorige week ter verdediging regelmatig van coalitievertegenwoordigers.

Dat iedereen lobbyt, vonden ze bij de pvda, toen regeringspartij, twee jaar geleden ook. Bovenstaand citaat komt van toenmalig PVDA-Kamerlid Lea Bouwmeester, uit haar pleidooi voor een open en transparante lobby. Daar pleitte ze voor, juist omdat vooral grote bedrijven een sterke lobby hebben. Meer openheid moest een eerlijker kans op invloed op het regeringsbeleid geven aan álle Nederlanders, zodat niet alleen werkgeversorganisatie VNO-NCW haar wensen verzilverd krijgt.

Een drukkingsgroep, zoals dat in Vlaanderen heet, is op zich niet onoorbaar, vies of vuig. Ouders die lobbyen voor een speelplek in de buurt, de Fietsersbond die pleit voor gescheiden fietspaden, Hugo Borst en Carin Gaemers die de kwaliteit van de zorg voor kwetsbare ouderen hoog op de politieke agenda zetten – voorbeelden te over van drukkingsgroepen die velen een goed hart zullen toedragen.

En toen Nederland begin deze week via de lobby onder leiding van de speciaal daarvoor aangestelde voormalig pvda-leider Wouter Bos het Europees Geneesmiddelenbureau naar Amsterdam wist te halen, was de teneur dat Bos goed werk heeft verricht. Want die lobby ging in – redelijke – openheid en transparantie om het binnenhalen van een prestigieus bureau en banen, al komen de meeste werknemers mee over uit Londen, waar het bureau nu is gevestigd, maar het vanwege de Brexit weg moet.

Die breed gedragen positieve houding geldt echter niet voor de lobby van het internationaal grootbedrijf voor de afschaffing van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders. Dat de oppositie zich daar tegen keert, is niet verwonderlijk. Open en transparant, zoals Bouwmeester bepleitte, was die lobby niet. Wie van Shell of Unilever drong er wanneer bij minister-president Rutte nog eens op aan die maatregel te nemen? Hebben die captains of industry niet veel makkelijker en informeler toegang tot de politiek dan de winkelier om de hoek?

Veel geld, onbetrouwbaar effect: dat is vragen om kritiek

Wat de oppositie ook ergert, is het hoge bedrag, jaarlijks 1,4 miljard euro, dat met de maatregel is gemoeid, zonder dat duidelijk is wat de afschaffing voor effect heeft. De regering beweert dat het tot meer werkgelegenheid leidt, maar heeft daar geen onderbouwing voor. Het is Fingerspitzengefühl, Nederland zou er interessanter van worden als vestigingsland. Veel geld, onbetrouwbaar effect: dat is vragen om kritiek.

De farmaceutische industrie zou er niet mee wegkomen. Een lobby voor een pil die niet werkt zou terecht falen. Behalve openheid over wie wanneer druk uitoefent op de politiek, een duidelijk doel van de lobby en onderbouwde effectiviteit van de bepleite maatregel is er een vierde voorwaarde waar lobbyen aan moet voldoen: eerlijkheid. En dat brengt me op de derde lobby die deze dagen in het nieuws is, die voor het dure geneesmiddel Orkambi tegen taaislijmziekte.

NRC Handelsblad onthulde afgelopen weekeinde dat de lobbyist van het Amerikaanse bedrijf Vertex, de Nederlander Kevin Zuidhof, Tweede-Kamerleden en de patiëntenorganisatie een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven over de winsten van het bedrijf. Kamerleden kregen daardoor het beeld dat Vertex een soort weldoener was die het vooral te doen was om het welzijn van de taaislijmpatiënten, ten koste van de eigen winst. Nee zeggen tegen een ernstig zieke patiënt is al moeilijk, maar bij zo veel ogenschijnlijke goedheid van een farmaceutisch bedrijf wordt het wel erg lastig om de maatschappelijke, vaak emotionele druk te weerstaan.

Op haar laatste dag als minister van Volksgezondheid besloot Edith Schippers Orkambi op te nemen in de basisverzekering. Dat had ze tot dan toe geweigerd omdat het middel 170.000 euro per jaar per patiënt moest kosten. Welk bedrag uiteindelijk tussen minister en fabrikant is afgesproken, is geheim. Maar de valse voorlichting door lobbyist Zuidhof is dat niet meer. pvv-Kamerlid Karin Gerbrands, die tot op het laatst aandrong op vergoeden van het medicijn, zei daarom tegen NRC: ‘Ik voel me belazerd.’

Als de Kamerleden de jaarrekeningen van de medicijnenfabrikant hadden bestudeerd, hadden ze kunnen weten dat het bedrijf meer winst maakt dan hun was voorgespiegeld. Wat zich in dit geval wreekt, is het kleine aantal beleidsmedewerkers waar Kamerleden een beroep op kunnen doen. Daardoor moeten ze kunnen vertrouwen op de informatie die ze krijgen.

Voor welke lobby politici uiteindelijk gevoelig zijn, zou idealiter altijd een met argumenten omklede politieke afweging moeten zijn. Waar je het vervolgens ook mee oneens kunt zijn. Juist daarom is het dringend noodzakelijk dat, wat Bouwmeester destijds bepleitte, in ieder geval duidelijk wordt wie er bij Kamerleden of ministers druk heeft uitgeoefend voorafgaand aan welke besluiten. Met openbaarmaking van de verstrekte informatie. Alleen een lobbyistenregister zoals de Tweede Kamer nu heeft, is volstrekt onvoldoende. Kevin Zuidhof staat er niet in. Maar drukken deed hij wel.