Hoofdcommentaar

Druppels

Een taxirit declareren om vergeten oogdruppels op te halen. Zevenduizend dollar per maand huurtoelage ontvangen gedurende drie jaar. Het lijken zaken van totaal verschillende orde. Met het laatste was, inclusief verhuisvergoedingen, 280.000 dollar gemoeid; met de taxirit een bedrag dat daarbij in het niet valt. Toch hebben de taxirit en de huurtoelage met elkaar te maken. Ze werden beide betaald van gemeenschapsgeld. Hoe groot, of klein, het financiële voordeel voor betrokkenen ook was, over beide is commotie ontstaan, waardoor personen in opspraak zijn geraakt. In het huidige antipolitieke klimaat is dat voer voor diegenen die zo gemakkelijk roepen dat politici allemaal zakkenvullers zijn.
Om dat beeld te ontkrachten, is het belangrijk dat personen die de publieke zaak dienen, en betaald worden van ‘onze belastingcenten’, de regels kennen, zowel de geschreven als de ongeschreven. Maar vanwege datzelfde antipolitieke klimaat is het ook zaak dat ongegronde aantijgingen geen kans krijgen, zodat de aanhangers van de waar-rook-is-zal-ook-wel-vuur-zijn-theorie de pas wordt afgesneden.

Eveline Herfkens, doorgewinterd pvda-politica, wist naar eigen zeggen niet dat zij als coördinator bij de Verenigde Naties géén giften van derden mocht ontvangen. Ook een huurtoelage van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is volgens de VN-regels een gift. Herfkens dacht: de overheid in het ‘zo ongelooflijk brave Nederland’ kent de regels, dus met die huurtoelage zit het wel goed. Maar blijkbaar kende het ministerie de VN-regels ook niet.

Dacht Buitenlandse Zaken, net als Herfkens zelf, dat het hier om een soort diplomatieke post ging, zodat zij net als haar collega-diplomaten in dure wereldsteden recht had op een toeslag – die inderdaad op dit soort bedragen kan uitlopen? Dat ook Buitenlandse Zaken hier fout zat, is in deze affaire een vreemd, nog onvoldoende uitgezocht gegeven. Het geeft de uithaal van pvda-leider en minister van Financiën Wouter Bos naar Herfkens een opportunistisch tintje.

Het publieke oordeel over Herfkens is niet alleen gebaseerd op de 280.000 dollar volgens VN-regels ten onrechte ontvangen huurtoelage, maar ook op haar houding: zij bestrijdt de armoede in de wereld, daarom heeft ze geen tijd te verliezen en dus geen zin in metroritten en wachtruimtes op vliegvelden of het lezen van het VN-reglement. Daarmee zegt ze dat voor de grote zaak niet op de kleintjes gelet hoeft te worden. Haar dadendrang dreef de huur- en vliegkosten op.

Ook de pvda-wethouder van Almere, Adri Duivesteijn, had haast en was daardoor blijkbaar zijn oogdruppels vergeten, waarop hij een taxi er op uit stuurde om die alsnog te halen. De regel is dat zakelijke en privé-ritten gescheiden blijven: de eerste mogen wel op kosten van de gemeenschap, de laatste niet. In de praktijk is er echter een grijs gebied. Over die oogdruppels, belangrijk voor Duivesteijn als hij op het punt staat voor stadszaken het vliegtuig te pakken, verschillen de meningen dan ook.

Dat dit gedeclareerde ritje middels een anonieme bief naar buiten is gekomen, moet gezien worden als een signaal, maar de vraag is: een signaal van wat? Van geldsmijterij door wethouder Duivesteijn en de eveneens in de brief aangeklaagde burgemeester van Almere, Annemarie Jorritsma? Waarbij het taxiritje slechts de druppel was die de emmer deed overlopen? Of staat de anonimiteit van de afzender van de brief voor een verziekte sfeer op het stadhuis van Almere, een sfeer die mogelijk zo slecht is dat zelfs de klokkenluidersregeling niet veilig wordt geacht? Lopen beide zaken door elkaar heen? Of ligt het totaal anders en betekent de anonieme brief dat een stel ambtenaren met laster probeert politiek te bedrijven? Duivesteijn koos voor de aanval als de beste verdediging en weigerde door te werken.

Dat lost echter het achterliggende probleem niet op. Over het grijze gebied waarbinnen de kosten werden gemaakt moeten hij en zijn aangeklaagde collega-bestuurder in debat. Daar kan dan uitkomen dat de raad anders denkt over wat wel en wat niet meer kan op kosten van de gemeenschap, maar dat is dan in ieder geval uitgesproken. Als de anonieme brief staat voor een verziekte sfeer, dan heeft Almere een probleem en zullen Duivesteijn en Jorritsma bij zichzelf te rade moeten gaan over wat hun eigen rol daarin is. Komt de brief echter van een groepje ambtenaren dat antipolitiek wil bedrijven, dan moeten ze dat aanpakken.

Net als bij Herfkens spreekt uit Duivesteijns reactie de houding geen tijd te hebben of te willen maken voor regels, gedragscodes en debat over het grijze gebied daarbinnen. De goede zaak, in het ene geval de wereldarmoede en het andere het bouwen in Almere, is daar blijkbaar te belangrijk voor. Maar de publieke zaak vereist juist dat ook bij de kleine stappen, op weg naar het grotere doel, de regels en gedragscodes in acht worden genomen. Anders valt het vertrouwen in politici en daarmee in de politiek weg.