Drieste hervormingsvoorstellen

Dubai in Brabant

Vakbonden en linkse partijen vinden dat de vorige regering de verzorgingsstaat heeft gesloopt. De voorvechters van de economische vrijheid zien slechts halfbakken maatregelen. Vijf thema’s om door te pakken.

Fiscaal egalitarisme

Terwijl Harry Mens begin jaren negentig binnen de vvd nog als radicaal werd weggezet, is zijn pleidooi voor afschaffing van de vermogensbelasting al enige jaren realiteit. Zelfs mainstream economen bepleiten vandaag de dag verder gaande maatregelen, zoals een vlaktaks. De Raad van Economisch Adviseurs (rea), die ten dienste staat van de Tweede Kamer, stelde in een rapport eind 2005 een belastingstelsel voor met ‘één laag en uniform tarief’. Willem Buiter, professor aan de London School of Economics en tot maart dit jaar voorzitter van de rea, ziet vooral praktische voordelen: ‘Als je tegelijk allerlei aftrekposten afschaft, zoals de hypotheekrente, bestrijd je er ook belastingontduiking en -ontwijking mee. Nu betaalt iemand die tonnen verdient in private equity soms minder belasting dan de vrouw die zijn kantoor schoonmaakt. Als alles op dezelfde manier wordt belast, via een vlaktaks, vereenvoudigt dat de zaak enorm.’

Belasting is diefstal

In kringen van economische hervormers gaan zulke ideeën niet ver genoeg. Voorafgaand aan de verkiezingen pleitte Arendo Joustra in Elsevier, het weekblad waarvan hij hoofdredacteur is, voor het schrappen van de successierechten. Voor de werkelijke libertariërs is ook dat een gepasseerd station. Volgens hen is alle belasting gelegaliseerde roof. ‘Mensen hun eigendom afnemen onder dreiging van geweld, zonder dat ze schade hebben aangericht of contractbreuk hebben gepleegd. Daar komt het toch op neer’, aldus voorzitter Toine Manders van de Nederlandse Libertarische Partij. Volgens Manders, in het dagelijkse leven directeur van het Haags Juristen College, een kantoor gespecialiseerd in onder meer belastingontwijking, kleven er ook praktische bezwaren aan belasting heffen: ‘Het komt in feite neer op geld van productieve mensen afpakken. Wie werkt wordt gestraft. Vervolgens wordt het weggegeven aan improductieve burgers en bovenal aan contraproductieve mensen: politici en ambtenaren die bibliotheken vol met regels schrijven. En die richten ook nog eens veel economische schade aan.’

Nachtwakersstaat? Privatiseren!

vvd’ster en oud-minister Annemarie Jorritsma pleitte in 2000 in een interview met Elsevier voor ‘de verdere privatisering van het ik’. Zeven jaar en heel veel privatiseringen later maakt de politiek pas op de plaats. Marktwerking is uit, zo bleek bij de laatste verkiezingen. Bovendien is de vraag in of er na de jarenlange afslankkuur nog wel iets valt te privatiseren.

Het is maar hoe je het bekijkt, zegt econoom Willem Buiter, die zelf geen uitgesproken ideologische voorkeur heeft voor meer of minder privatiseringen: ‘De financiering van diensten als het leger zal altijd publiek zijn, maar de wijze van uitvoering kan verschillen. Je kunt kiezen voor een systeem van dwangarbeid, dienstplicht dus, voor ambtenaren in uniform – beroepsmilitairen – of private huurlingen, zoals op dit moment in Irak op grote schaal gebeurt.’ Er is nog van alles ‘vrij te maken’. Manders van de Libertarische Partij meent dat de privatisering van zaken als gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur nog in de kinderschoenen staat: ‘Neem de aanleg van wegen, dat is nu een staatsmonopolie. Als je dit door bedrijven laat doen, zijn files verleden tijd. Voor ondernemingen komt dat immers op omzetderving neer. Als het druk is in de spits zullen zij gewoon meer tol vragen, net zo lang tot het aantal auto’s afneemt. In de daluren is de prijs veel lager, net als nu al het geval is bij luchtvaartmaatschappijen.’

Ook de nachtwakersstaat kan slanker. Kent een land als Amerika niet legio geprivatiseerde legeronderdelen en gevangenissen? Toch blijkt privatisering van politie, justitie en leger zelfs onder libertariërs een heikel punt. Manders: ‘Je hebt twee stromingen. Minarchisten zien dit als staatstaken, al hoeft er voor de financiering in hun ogen geen belasting te worden geïnd. Mensen kunnen bijvoorbeeld een abonnement nemen op de politie. En verliezers kunnen opdraaien voor de kosten van rechtszaken. Anders is het bij de zogenoemde anarchokapitalisten. Die zijn tegen ieder staatsmonopolie. Die willen concurrentie tussen politiekorpsen. Stel dat je ontevreden bent over de corrupte Rotterdamse politie, dan neem je voor je veiligheid een abonnement op een korps dat beter presteert, bijvoorbeeld dat van Delft.’

Economisch correct

Toen de topman van British Telecom Ben Verwaayen een maand voor de verkiezingen het partijcongres van de vvd toesprak, kreeg hij de handen op elkaar met een uithaal naar de vakbonden: ‘Wat vroeger progressief was, is nu uiterst conservatief.’ Minder enthousiast reageerde de zaal toen hij soepel wandelend over het podium bulderde: ‘We hebben allochtonen nodig!’ Beduusd hoorden de vvd’ers hoe ‘Big Ben’ Verwaayen nieuwe immigranten ‘talenten’ noemde ‘die we niet mogen laten liggen’.

In het televisieprogramma Buitenhof had Verwaayen de geesten enkele maanden eerder al rijp proberen te maken met een pleidooi voor selectie aan de poort. Het moet economisch nuttige immigranten makkelijker worden gemaakt Nederland binnen te komen, vond hij.

Kennissen van Verwaayen bevestigen dat de man, net als diverse academici en migratiedeskundigen in binnen- en buitenland, voor open grenzen pleit. Voor goederen, kapitaal én arbeid. Als heel Ethiopië in Noord-Holland wil gaan wonen, is de gedachte, dan worden je boodschappen tenminste nog eens ingepakt. En kom dan als loodgieter maar eens met een uurloon dat hoger ligt dan dat van een huisarts.

Dubai in Brabant

Hij sprak er al over met het vorige kabinet en kort voor de verkiezingen pleitte hij er ook publiekelijk voor. Sylvester Eijffinger, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, lid van de rea en prominent cda’er, wil regelvrije zones in Nederland. Om te beginnen in Brabant, in het gebied rond Eindhoven. Een noodzakelijke ‘shock to the system’, vond hij. Geen minimumloon, bestemmingsplannen of arbo-regelgeving; bouw- en milieuvergunningen moeten snel of zelfs direct worden verleend; de winst- en inkomstenbelasting drastisch verlaagd, de ontslagbescherming ingeperkt en de cao’s niet meer algemeen bindend. Hij wees daarbij op het enorme succes van Singapore, Hongkong en Dubai: ‘Hier zijn we al blij met drie procent economische groei per jaar. Daar halen ze twintig procent.’

Eijffinger kreeg bijval van Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgeversverbond vno-ncw en van vvd-kamerlid Ineke Dezentje Hamming-Bluemink. Maar de toenmalige staatssecretaris Katrien van Gennip was er nog niet aan toe. ‘Van Gennip’, lichtte Eijffinger afgelopen mei toe in zijn werkkamer aan de universiteit, ‘vreesde dat zo’n regelvrije zone oneerlijke concurrentie zou creëren, een verstoring van het speelveld. Terwijl dat nu juist de bedoeling is! Twee Nederlanden, het ene dynamisch en rijk, het andere verwikkeld in een traag achterhoedegevecht. Zeg maar de wereld van de NS versus die van ondernemend Nederland. Als zo’n zone er eenmaal een paar jaar is, weet ik wel waar Nederlanders voor kiezen.’

Toch lijken Nederlanders op dit moment juist te kiezen voor een pas op de plaats. Hoe verklaart een econoom als Eijffinger, die ook het ministerie voor Economische Zaken wil afschaffen (‘Waarom zouden ambtenaren beter weten dan ondernemers welke industrieën en bedrijven economische groei zullen genereren?’) de geringe populariteit van zijn hervormingsvoorstellen? Licht geïrriteerd: ‘Dat moet je niet aan mij vragen! Ik ben geen politicus. De regering vraagt mijn advies. Ik vertel ze wat ik zou doen in hun plaats. Als dat niet populair is onder de mensen, is dat niet mijn probleem.’