Dubbel brons in Weimar

Rüdiger Safranski, Goethe und Schiller. Geschichte Einer Freundschaft. € 26,25

Uiteindelijk werden ze dikke vrienden, en zo staan ze samen in brons gegoten voor het theater in Weimar: Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich Schiller, de grote, klassieke dichters van de Duitse literatuur. Die vriendschap was niet vanzelfsprekend. Er ging een moeizaam toenaderingsproces aan vooraf.
De Duitse auteur Rüdiger Safranski – in Nederland verscheen onlangs de vertaling van zijn boek over de Romantiek – heeft zijn Duitse lezers dit jaar verblijd met een mooi en interessant boek over ontstaan en ontwikkeling van deze vriendschap, die duurde van 1794 tot 1805, het jaar waarin Schiller, 45 jaar oud, stierf.
In Safranski’s boek staan deze elf jaren centraal, maar hij schildert ook hun uiteenlopende levenswegen, totdat deze elkaar kruisten, waarna ze samen optrokken om de Duitse literatuur te verrijken.
Het was Schiller, tien jaar jonger dan Goethe, die toenadering zocht tot de door hem bewonderde schrijver. Maar hij was ook jaloers op Goethe, die in dienst van de hertog van Weimar een zorgeloos leven leidde. Goethe moest van zijn jongere collega niet veel hebben. Hij kende Schillers drama Die Räuber en rekende hem tot de dichters van de Sturm und Drang. Tot deze dichters, die lak hadden aan regels en zich luidkeels keerden tegen de gevestigde orde, had ook Goethe behoord, maar sinds hij aan het hof van Weimar verkeerde, wilde hij met deze vrijgevochten schrijvers niets meer te maken hebben.
In 1794 kon de afstand tussen hen worden overbrugd. Schiller nodigde Goethe uit mee te werken aan Horen, een nieuw en prestigieus tijdschrift, en deze stemde in. Wat hen bond, kunst en vooral literatuur, was groter dan de verschillen in hun temperament en hun opvattingen waren.
Goethe heeft over Schiller gezegd: ‘Hij predikte het evangelie van de vrijheid, ik wilde de rechten van de natuur niet beknibbeld zien.’ Dit verhinderde niet dat ze elkaar inspireerden en stimuleerden. Goethe was Schiller dankbaar voor zijn goede raad: ‘U hebt mij een tweede jeugd verschaft en mij weer tot dichter gemaakt, wat ik bijna niet meer was.’
Zo ontstond een unieke vriendschap tussen twee schrijvers die elkaar volmaakt aanvulden. Toen Schiller stierf, schreef Goethe: ‘Ik dacht mezelf te verliezen, en verlies nu een vriend en in deze de helft van mijn bestaan.’

Rüdiger Safranski, Goethe & Schiller: Geschichte einer Freundschaft. Hanser, 343 blz., € 21,50