Dubbel

Regeren loont niet (PvdA), langs de zijlijn meedoen wel (PVV/DENK). Kort formeren, lang formeren: beide kennen risico’s. De politieke praktijk is ambigu.

Moeten we opgelucht zijn of is dat kortzichtig? Wie vooraf bang was voor een Nederland dat de islamofobe pvv van Geert Wilders de grootste zou maken haalt opgelucht adem. Nu weer politics as usual. Of toch niet?

Dat de pvv niet de meeste zetels in de wacht sleepte, is goed voor het gevoel bij al degenen die niet op haar hebben gestemd en goed voor het beeld van Nederland in het buitenland. Maar niet alleen daarvoor. Wie gevoelens en indrukken minder belangrijk vindt en redeneert dat het niet had uitgemaakt als de pvv de grootste was geworden, omdat Wilders toch niet had kunnen gaan regeren, vergeet één ding. Partijleider Wilders zou dan wel geen coalitiepartners hebben kunnen vinden die hem een Kamermeerderheid hadden verschaft, hij zou wel maximaal in de rol van slachtoffer zijn gekropen. Via zijn kiezers. Dat de politiek niet alleen hem uitsluit, maar ‘het volk’ negeert, zou hij hebben gefulmineerd. In die rol van de verongelijkte fractievoorzitter van de grootste partij kan Wilders nu niet kruipen. Ook daarover heerst op het Binnenhof opluchting. Het maakt het begin van de kabinetsformatie makkelijker.

Maar wie zich nu alleen concentreert op die formatie, dat vertrouwde Haagse spel na verkiezingen, negeert dat de pvv wel de tweede partij van Nederland is geworden. Dat kun je dan weliswaar weer relativeren door te zeggen dat het maar om twintig zetels gaat op een totaal van 150. Maar er zijn delen van Nederland waar de partij van Wilders de grootste is geworden. Daar kun je niet opgelucht over zijn. Zoals we ook niet opgelucht kunnen zijn dat er wijken zijn in de Randstad waar DENK van Tunahan Kuzu de meeste stemmen heeft binnengehaald, ook al heeft DENK in totaal slechts drie zetels in de Kamer.

De eerste partij, de pvv, trekt kiezers die zich niet meer thuis voelen in dit land omdat er zoveel buitenlanders wonen. Ook DENK trekt kiezers die zich in dit land niet thuis voelen, maar dan omdat ze zich achtergesteld voelen op basis van hun land van herkomst en hun geloof. Van dat zich niet thuis voelen, geven de kiezers van zowel de pvv als DENK de ander de schuld. Daarin lijken ze op elkaar. Ze zijn elkaars tegenpolen.

Het wrange is dat een partij die in haar bestaan in ieder geval gepoogd heeft deze twee groepen kiezers te vertegenwoordigen, de pvda, woensdag met een verlies van 29 zetels de grootste afstraffing ooit heeft gekregen, niet alleen in de eigen partijgeschiedenis, maar in de hele Nederlandse parlementaire geschiedenis. Bij het onderzoek binnen de partij naar de oorzaken van dat verlies mag het dan ook niet alleen gaan over lijsttrekkerswisselingen of campagnestrategieën, maar moet juist dit het onderwerp zijn. Hoe kan het dat een partij haar eigen doelgroepen niet weet te bereiken? Is het nog mogelijk die groepen met elkaar te verbinden?

Hoe kan het dat een partij haar eigen doelgroepen niet weet te bereiken?

Maar ook voor de andere politieke partijen ligt de vraag op tafel hoe deze twee groepen kiezers te bereiken, hun zorgen te begrijpen en ze mee te nemen in onzekere tijden. Tijdens de kabinetsformatie zal dit vraagstuk minder een rechtstreekse rol spelen. Of het moet zijn dat het cda aandringt op een discussie over het dubbele paspoort. Die discussie zou dan moeten gaan over het gevolg van een dubbel paspoort: het in twee landen mogen stemmen. Dat is wat de diplomatieke rel in Rotterdam veroorzaakte: het stemmen willen werven in Nederland door Turkse ministers onder Turkse Nederlanders voor een referendum in Turkije. Dat is anders dan Nederlandse politici die stemmen werven onder Nederlanders die in Spanje wonen maar die daar geen stemrecht hebben. Dat wordt nogal eens door elkaar gehaald.

Op het Binnenhof zelf speelt vooral de vraag wie er gaat regeren met een kernkabinet van vvd, cda en d66: GroenLinks of de ChristenUnie. De aanname is dat de formatie wel lang zal duren. Die aanname is gebaseerd op het trauma dat vooral de pvda-achterban heeft opgelopen bij de vorige formatie toen het heel snel ging, omdat er een begroting voor het jaar 2013 moest komen. De leden van de pvda, maar ook fractieleden, zouden dat niet hebben kunnen verwerken. Een compromis moet langzaam tot stand komen, heet het dan. Iedereen moet zien hoeveel pijn en moeite het kost, om dan als de nood hoog is in te zien dat inschikken onvermijdelijk is.

Maar ik vraag me af of aan lang formeren niet ook een risico kleeft. De kiezers kunnen dan gaan denken dat ze er daar in Den Haag weer een spelletje van maken. Dat ze daar op het Binnenhof direct na de verkiezingen vooral weer met zichzelf en met de macht bezig zijn in plaats van met de problemen en zorgen in het land.

Er wordt aangestuurd op een coalitie die kan bogen op een meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Buiten de Kamer gaan stemmen op die de voorkeur geven aan een minderheidskabinet. Dat leidde de afgelopen jaren immers tot dualisme. Het nu demissionaire kabinet van vvd en pvda moest onderhandelen met oppositiepartijen. De Tweede Kamer had daardoor veel invloed, waardoor de regeringspartijen toch veel voor elkaar kregen. Maar juist die regeringspartijen waren vorige week de grootste verliezers, niet de oppositiepartijen, of ze nu constructief waren geweest of niet. Regeren loont niet, langs de zijlijn meedoen of nee roepen wel. Ook dat is dus dubbel.


Volg Aukje van Roessel ook op groene.nl, met In Den Haag blogt