Duel in hakhout toneel

‘Dickicht’ betekent volgens het woordenboek ‘kreupelhout’, ‘struikgewas’, ‘hakhout’. De meest gangbare vertaling van Bertolt Brechts jeugdwerk Im Dickicht der Städte luidde in de afgelopen dertig jaar: In de jungle van de steden, een verwijzing naar een van de bronnen voor de auteur, Upton Sinclairs roman The Jungle (1906), over de vroeg-kapitalistische wreedheden in de Amerikaanse grote steden - voorbeeld: Chicago, meer in het bijzonder de vleesverwerkende industrie aldaar. Brecht zou die roman in zijn toneeloeuvre overigens twee keer gebruiken; hij was per slot van rekening een literaire kleptomaan. Tegen het eind van de jaren twintig schrijft hij, geïnspireerd door The Jungle, het stuk De heilige Johanna van de Slachthuizen. Maar dan zit hij, naar eigen zeggen, al ‘tien vadem diep in Karl Marx’. Als hij over Dickicht begint na te denken (in het najaar van 1921) is hij nog een nihilistische ‘verdoemde dichter’ die vloekend en tierend ronddoolt in het kreupelhout van het pre-fascistische Duitsland. In 1923 voltooit hij een eerste versie, kortweg Im Dickicht geheten, vier jaar later schrijft hij een tweede, Im Dickicht der Städte. Beide versies worden vrijwel meteen uitgevoerd, de prelude tot zijn grote succes en theaterhit uit 1928, De driestuiversopera.

De acteurs van ’t Barre Land uit Utrecht maakten samen een nieuwe vertaling/bewerking, waarbij ze de twee versies mengden, maar - voorzover ik het kan overzien - steeds meer naar de eerste versie opschoven: en terecht, de eerste versie van een stuk is meestal de mooiste, de meest authentieke. De rafels hangen er nog aan. Dat houdt het avontuur, wat iedere theaterproductie moet, nee mág zijn, spannend. En spannend ís dit stuk. Het is eigenlijk geen stuk. Het is het scenario voor een bokswedstrijd. De match begint in een uitleenbibliotheek. De beheerder, Garga, wordt geconfronteerd met een steenrijke houthandelaar, Shlink. Die wil een boek. Garga: Dit is een misdaadroman/ Geen goed boek/ Dit is een beter boek/ Een reisbeschrijving. Shlink: Is dat Uw mening/ Ik zou die mening graag van U willen kopen/ Is veertig dollar te weinig? Garga: Ik geef hem U cadeau. Shlink: Dat wil zeggen dat U Uw mening zo bijstelt dat het nu een goed boek is. Deze korte dialoog aan het begin is eigenlijk meteen de kern van het stuk. Shlink is primair geïnteresseerd in de verkoopbaarheid van een mening. Over de aanschafwaarde van hout weet hij ondertussen alles - in het toneelbeeld van de voorstelling hangt de handel voor het grijpen. Maar over de verhandelbaarheid van meningen weet hij niks. Om daarover meer te weten te komen heeft hij een bondgenootschap met de boekenfanaat Garga nodig - die trouwens in het begin van de voorstelling jongleert met een enorme stapel uitleenboeken in geplastificeerd omslag. De beide mannen kruipen in de loop van de productie als het ware in elkaars huid. Dat zware werk levert een Jekyll & Hyde-tragedie op. De handelaar gaat er letterlijk aan kapot, de boekenwurm neemt zijn mentaliteit over. En staat aan het eind in een zelf gecreëerde jungle. Het was een duel temidden van hakhout. Wat mij intrigeert in het oeuvre van ’t Barre Land - ruim veertien hersenknarsende voorstellingen in nog geen tien jaar - is dat ze consequent op zoek zijn naar toneelpersonages die in een hogedrukketel worden gepropt en daarin gedwongen worden íets te doen. Al is het maar het stellen van de ultieme vragen - de antwoorden zijn veel minder belangrijk. Het collectief van de acteurs en actrices - met prachtige individuele prestaties, maar die doen nu even niet terzake - brengt met Dickicht een memorabele voorstelling op de planken. Waarin de klem van de wezenlijke vragen - over hóe in godsnaam vérder in deze klerezooi - belangrijker is dan de denkbare antwoorden. Dickicht lijkt een logisch vervolg op hun Faust II, vrij naar Goethe, in het vorige seizoen. De duivel en de ogenschijnlijk humane mens vreten zich vast in elkaar. Die stotterende bokswedstrijd is topsport. + Er komen weer twee Tsjechov-voorstellingen aan. Eind januari gaat bij het Noord Nederlands Toneel De Meeuw uit, in de regie van Koos Terpstra, bij de voorziening die volgend seizoen de zijne zal worden. Met Pleuni Touw, Nina Deuss, Veerle van Overloop, Hugo Metsers e.a. Inlichtingen: 050-3113399. Een week later brengt Toneelgroep Amsterdam Oom Wanja in de regie van Titus Muizelaar. Met Pierre Bokma als Wanja en Hans Kesting als Astrov. De vormgeving van deze voorstelling is van Jan Joris Lamers. Inlichtingen: 020-5237800. De beide producties zijn tot diep in het komend voorjaar in Nederland en Vlaanderen te zien.