Duisenberg erin, nederland eruit

We hebben een euro en we hebben een baas over de euro. Om die baas te benoemen was een gˆnante strijd nodig tussen politieke leiders die in eigen land wanhopig zochten naar steun voor die ene munt. Chirac wilde een Fransman als president van de Europese Centrale Bank om de Fransen te tonen dat de Duitsers het niet alleen voor het zeggen krijgen. Kohl moest vlak voor de Duitse verkiezingen het wantrouwen in eigen land tegen de euro wegnemen met een Duitse kloon aan de top. En Bolkestein was in de Tweede Kamer met zijn motie voor steun aan Duisenberg heel helder: het presidentschap van Duisenberg is essentieel voor het eurodraagvlak in Nederland. Met een ‘eigen man’ aan de top van de bank moet de alom aanwezige weerstand tegen de euro gebroken worden, daar ging het om in Brussel. Of dit de manier is om de euro populair te maken is de vraag. Zal er ÇÇn Nederlandse burger zijn die meer vertrouwen in de euro heeft gekregen omdat Duisenberg er de komende vier jaar over presideert?

De ruzie in Brussel is geen schoonheidsfoutje of een valse start. De ruzie is het bewijs dat het hele project rammelt. De Economische en Monetaire Unie is een overhaaste vlucht naar voren van Europese politieke leiders. In besloten bijeenkomsten is met de Verdragen van Maastricht en Amsterdam een soort Europese grondwet in elkaar getimmerd waar de nationale parlementen geheel buiten stonden. Deze parlementen kregen het eindresultaat gepresenteerd en dat was slikken of stikken. De voors en tegens en de consequenties zijn onvoldoende aan burgers voorgelegd. Keuzes waren er niet, beslissingen werden voorgesteld als onvermijdelijk.
Ondemocratische besluitvorming is wellicht effici‰nt maar vergroot het wantrouwen bij het publiek. Zonder wisselwerking tussen burgers en hun politici komen de laatste in het luchtledige te hangen, met de rare capriolen van afgelopen weekend tot gevolg: leiders die dachten dat ze nationale belangen dienden door een landgenoot op een hoge post te benoemen.
Beslotenheid en geheimhouding kenmerken het besluitvormingsproces in Europa. In een opmerkelijke reportage vorige week in NRC Handelsblad onthulde Roel Janssen hoe achter de schermen minister van Financi‰n Zalm samen met zijn Duitse collega Waigel begin dit jaar Itali‰ een streng bezuinigingsbeleid tot 2002 dicteerde als voorwaarde voor toelating tot de Emu. Dat is de consequentie van de Emu en het daaraan gekoppelde Stabiliteitsverdrag met zijn strenge begrotingseisen: landen raken een deel van hun beleidsruimte kwijt. Zo is bepaald dat de Emu-deelnemers hun financieringstekort richting nul moeten brengen.
Sommige Nederlandse politieke partijen steken wat dit betreft hun kop in het zand. In haar verkiezingsprogramma reserveert de PvdA een miljard gulden voor armoedebestrijding waardoor het financieringstekort zal oplopen. Zulke mooie plannen zijn dus niet langer mogelijk. De euro zal straks als een schaduw boven de kabinetsformatie hangen. De invoering van die ene munt dwingt tot grotere afstemming van beleid op euroniveau. Dat geldt met name voor de belastingen, het debat straks over het ‘belastingstelsel voor de 21-ste eeuw’ zal onder de slagschaduw van de euro plaatsvinden.
Het is onbegrijpelijk dat dit soort consequenties van de euro tijdens de verkiezingscampagne niet aan de orde zijn geweest. Om te voorkomen dat Europa en de euro niet aan impopulariteit ten onder gaan, is meer openheid nodig. In de eerste plaats in de besluitvorming. Die dure taak rust op de schouders van de politieke partijen. Democratisering van de Europese Unie moet een hoofddoel worden van het nieuwe kabinet en de nieuwe Tweede Kamer. Openheid betekent ook dat het mogelijk moet zijn dat Nederland alsnog uit de Emu stapt. Duisenberg mag dan natuurlijk blijven zitten.