Duisenberg kiest paars

Het is aan enkele publieke ambtsdragers in dit land voorbehouden zich op gezette tijden onverbloemd uit te laten over de wijze waarop het kabinet omgaat met ‘s lands economie. Zo verwijst de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken jaarlijks in een nieuwjaarsboodschap in het economenblad ESB het beleid van het kabinet naar de prullenbak.

En dat doet ook de president van de Nederlandse Bank. Hij is weliswaar niet in overheidsdienst, maar ’s lands eerste bankier wordt wel door de politiek benoemd. Zijn boodschap is steevast dezelfde: het gaat niet goed met de economie en de hoofdoorzaak is dat de minister van Financien de zaken niet op orde heeft. De remedie luidt even steevast: de lonen dienen gematigd en op de overheidsuitgaven, vooral die in de sfeer van subsidies en sociale zekerheid, dient bezuinigd. Het resultaat is dan extra banen. De politiek voor wie die boodschap is bedoeld, reageert daarop zoals de doorsnee Nederlander op het weerbericht: met schouderophalen.
De herfstige inhoud van Duisenbergs boodschap was dus niet onverwacht. Wat wel opvalt is het moment waarop Duisenberg met zijn boodschap komt: een halve week voor de verkiezingen. Op het moment dat de minister van Financien roept dat nieuwe zware ingrepen in de sociale zekerheid niet nodig zullen zijn, komt het andere financiele geweten van de natie met de boodschap dat dat ten koste zal gaan van de werkgelegenheid. Is dat niet precies het verhaal van Koks tegenvoeter Bolkestein? Bepleit Duisenberg niet feitelijk een ministelsel in de sociale zekerheid? In ieder geval komt zijn verhaal een eind in die richting en misschien dat dat ook het tijdstip van de presentatie verklaart: Duisenberg schetst niets meer of minder dan de basis van een regeerakkoord van een eventueel paars kabinet. Geen wonder dat Lubbers die visie ‘excentrisch’ noemde. Geen wonder ook dat Bolkestein in het lijsttrekkersdebat van maandagavond de bankpresident met graagte citeerde. En dat Kok de boot afhield met de mededeling dat Duisenberg zich zorgen dient te maken over de hardheid van de gulden en zich verder nergens mee moet bemoeien.
Verregaande bezuinigingen op sociale zekerheid leveren misschien meer banen op, maar zeker meer armoede. En ook dient zo langzamerhand eens gezegd te worden dat nieuwe omvangrijke bezuinigingen op de overheidsuitgaven niet te realiseren zijn zonder ernstige gevolgen voor het voorzieningenniveau.
Een voorbeeld. In het standaardmodel van het CPB resulteert een bezuiniging van 3,5 miljard gulden (en 5.000 banen in de collectieve sector) in 27.000 nieuwe banen in de marktsector. Wie dat soort berekeningen maakt, zou verplicht moeten worden te vermelden welke voorzieningen daardoor verdwijnen en wat daarvan de economische gevolgen zijn. 3,5 miljard komt bijvoorbeeld overeen met de helft van de personeelskosten in het basisonderwijs, of met de totale uitgaven aan bejaardenoorden, of de helft van de WW-uitkeringen. Of - en misschien maakt dat indruk bij de boetepredikers - meer dan de totale uitgaven van het ministerie van Economische Zaken.