Duister amerika

‘Amerikanen zijn het liefst verdoofd, gevoelloos’, zegt de schrijfster Kathryn Harrison over haar landgenoten. Haar romans gaan over alles wat aan de pijngrens raakt: seks, drugs en geweld. ‘Ik voel liever pijn dan helemaal niets.’
Kathryn Harrison, Gif. Vertaald door Marijke Emeis, uitgeverij Meulenhoff, 374 blz., f45,-
NU DE TWEEDE van haar drie romans in het Nederlands is vertaald, is Kathryn Harrison een paar dagen in Amsterdam. Na Geschonden (Exposure, 1993) verschijnt nu Gif (Poison, 1995), een roman die zich afspeelt in het Spanje ten tijde van de Inquisitie. Net als in haar (nog niet vertaalde) debuut Thicker than Water (1991) steekt Harrison haar preoccupatie met het kwaad niet onder stoelen of banken. Verdorvenheid en schoonheid liggen dicht bij elkaar, en genot bestaat niet zonder pijn. Door haar (zeker niet uit de duim gezogen) beschrijvingen van perverse driften, verborgen angsten en wrede seksuele mishandelingen heeft ze voor haar komst een gefluisterd soort verwachting opgeroepen: zou ze echt zo duister zijn? Zo anorectisch? Zo extreem? Pervers?

Kathryn Harrison is een vriendelijke, open en opgewekte vrouw. En ze eet alles. Van crimineel, geperverteerd of anderszins onaangepast gedrag is geen sprake. Niet zichtbaar, tenminste.
Ik hoorde iemand zeggen: ‘Goh, ze is best normaal en opgewekt.’ (Harrison lacht.) Volgens mij heb je iedereen teleurgesteld door niet als een uitgemergelde zwarte madam te verschijnen. Dat beeld heb je blijkbaar opgeroepen met je zwak voor de donkere kanten van het bestaan.
Harrison: 'Die zijn toch ook het interessantst? Het een bestaat niet zonder het ander. Zoiets als het verschil tussen knap zijn en schoonheid. Knap zijn heeft te maken met gelijkmatige trekken, iets dat netjes volgens de norm is geconstrueerd en aan bepaalde algemeen geldende eisen voldoet. Schoonheid is een stuk gecompliceerder; schoonheid is gebaseerd op een breekbaar evenwicht van pijn en genot; schoonheid is ambigu, complex, niet zwart en niet wit.’
Je klinkt niet echt Amerikaans, op deze manier.
'In de Amerikaanse cultuur bestaat een groot onvermogen om te accepteren en te begrijpen dat goed en kwaad tegelijkertijd in een persoon aanwezig kunnen zijn.’
Je werk doet me af en toe denken aan de decadente literatuur van de vorige eeuw. Je thematiek lijkt verwant aan baudelaireaanse noties als die van de schoonheid van het kwaad. In dat opzicht zijn je boeken vrij Europees. In hoeverre ben je een Amerikaanse schrijfster?
'Ik ben opgevoed door een enorm gecompliceerde vrouw, mijn grootmoeder. Zij was geen Amerikaan, dat werd ze pas later. Als Brits staatsburger groeide ze op in Sjanghai. Alles wat ze van de Amerikaanse cultuur zag, keurde ze af. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik ergens anders zou wonen. Ik woon nu in New York en ik hou erg van die stad. Dat heeft vooral te maken met een soort grootsteeds bewustzijn. Ik vind Amerika ook behoorlijk verwarrend.’
Past het soort literatuur dat jij schrijft wel in de Amerikaanse cultuur? Hoe kijken ze in je vaderland tegen je aan?
'Ik word beschouwd als een goede literaire schrijver met zeer duistere kanten. Iemand van wie wordt gefluisterd dat ze vreselijk tragisch is. Maar vooral duister.’
BEHALVE SEKS, religie en geweld nemen ook drugs een vooraanstaande plaats in in je werk. En gezien de manier waarop je erover schrijft, heb je er ook verstand van.
'Ik heb vroeger veel drugs gebruikt, ja. Nu niet meer, dat past niet in mijn huidige leven. Maar ik heb het wel gedaan. Zonder een greintje spijt, om eerlijk te zijn. Ik zie drugs als een mogelijkheid je waarnemingsvermogen en je bewustzijn te verruimen. Ze zijn dan ook niet voor iedereen geschikt.
Het heeft allemaal met een ding te maken. Het allerbelangrijkste in het leven, voor mij, is om te voelen, receptief te zijn, meer bewust, meer levend. We bestaan maar zo'n korte tijd, en ik wil in die korte tijd zo levend mogelijk zijn. Zoveel mogelijk voelen.’
En gelukkig zijn?
'Gelukkig… Nou nee. Wat is er zo interessant aan gelukkig zijn? Ik sla het niet zo hoog aan, in ieder geval. Ik heb nooit gedacht dat gelukkig zijn de zin van het leven was. Wat mij betreft is het doel van het leven, of dat waar ik op hoop - voor mijzelf, want dat is de enige over wie ik controle heb, als ik dat al heb - veel eerder bewust zijn. Ik voel liever pijn dan helemaal niets. Voor een Amerikaan is dat een volslagen krankzinnige opvatting. Amerikanen zijn het liefst verdoofd, gevoelloos.’
En niet alleen Amerikanen, hoor. Het heeft er alle schijn van dat we liever niets willen voelen, dat we al verdoofd zijn en dat eigenlijk zo willen houden. En de massacultuur en massamedia doen hun best daaraan mee te helpen. Hoe denk jij daarover?
'De gave om te voelen houdt in dat je alles voelt. Je kunt geen vreugde of echt geluk of blijheid ervaren zonder een zelfde aanleg om net zo intens pijn te voelen. Amerikanen zijn behoorlijk stom door te denken dat ze pijn kunnen buitensluiten en tegelijkertijd toch nog in staat kunnen blijven om te voelen. Dat is ronduit idioot. Maar het hoogste doel in de Verenigde Staten is: genot voelen en verder niets. Ik heb nog nooit een Amerikaanse film gezien die slecht afliep. En een Europese film zonder happy end is in de Verenigde Staten gedoemd te mislukken.
Ik weet niet waarom ze alleen maar happy endings willen - misschien is het een soort opiaat? Een verhaal dat goed afloopt is in wezen toch een soort bedrog? En er zijn niet echt veel mensen voor wie een gelukkig einde is weggelegd. Denk bijvoorbeeld aan de verfilming van Jay McInnerney’s Bright Lights, Big City. Die heeft een tenenkrommend optimistische afloop. Bij wijze van uiterst platte metafoor ruilt cocainefreak Michael J. Fox daar bij zonsopgang zijn zonnebril tegen een vers gebakken broodje. Bah! Nee, dan Less Than Zero, van Bret Easton Ellis, dat was in dat opzicht een stuk beter. Gewoon oprecht compromisloos nihilisme, zoals het hoort. Haha, moet je je voorstellen, compromisloos nihilisme met een happy end!’
OOK RELIGIE is een belangrijk thema in je boeken.
'Ja, en ook wat dat betreft is Amerika een raar land. Ik word er inderdaad vaak naar gevraagd. Als ik met een Amerikaanse journalist praat, moet ik altijd heel goed opletten hoe ik formuleer. Ik zeg dan altijd maar dat ik wel een of ander soort geloof heb.
Ik vind al die godsdiensten in de Verenigde Staten maar vreemd. Je moet je conformeren aan bepaalde normen om te mogen geloven dat je na je dood naar de hemel gaat. Ik geloof niet dat er iets gebeurt nadat je bent gestorven. Je gaat dood, en dat is het. Alles, je lichaam, je ziel, de complete boel. Het Amerikaanse antwoord luidt natuurlijk: “En wat heeft het dan voor zin?” Ze bedoelen niet het leven, maar naar de kerk gaan. Over het algemeen hebben Amerikanen een mentaliteit die mij volkomen vreemd is.
Als, of wanneer, ik een of ander geloof heb, is dat niet iets dat ik heb gekozen, maar eerder iets dat me achtervolgt. Een of andere drang om met alle geweld iets geopenbaard te krijgen, of het verlangen de sluier voor de materiele werkelijkheid weggeschoven te zien worden of te zien scheuren, waarna er iets achter vandaan te voorschijn komt. Dat is niet direct iets wat het leven beter maakt, en naar Amerikaanse maatstaven is het buitengewoon onpraktisch om een religie te hebben waar het leven niet beter van wordt. Daar heb je niks aan.
Amerikanen kunnen nou eenmaal niet tegen irrationaliteit. Terwijl het leven veel meer te maken heeft met absurditeit dan met rationaliteit. In hun pragmatische wereldvisie hechten ze erg aan functionaliteit. Werk jezelf op, weet je wel. Verdien veel geld en genees je depressie, want dan zul je een beter functionerend schepsel zijn. In onze cultuur is alles te genezen. Er bestaat dan ook een complete intolerantie tegenover pijn. Heb je hoofdpijn? Slik een pilletje. Depressief? Neem Prozac. En als je niet tevreden bent over je uiterlijk is daar ook altijd iets aan te doen. Met plastische chirurgie is het lichaam verregaand te corrigeren.
En dat is precies de reden dat we geen verhalen willen die slecht aflopen. Het is namelijk overduidelijk dat we in staat zijn alles te genezen, beter te maken dan het was, of gelukkiger, dus waarom moeten we dan een unhappy end hebben? Kiezen voor een slechte afloop zou betekenen dat ongelukkig zijn te tolereren is. En dat is het absoluut niet.’
Dat doet me denken aan je beschrijvingen van zelfmutilatie.
'In Geschonden brengt Ann zichzelf verwondingen toe als ze nog een teenager is. Ik heb een keer een stuk geschreven over hoe ik, toen ik nog jong was, sneden maakte in mijn armen. Men veronderstelde dat dat in hoge mate zelfdestructief was, maar het tegenovergestelde is waar. Op het moment dat ik met een klein mesje in mijn lichaam kerfde, was dat vooral een soort vertroosting. Ik sneed mezelf, ik bloedde, en ik voelde dat - en die pijn stond eigenlijk heel erg op zichzelf. De pijn bracht mij bij mezelf. Het ging er in wezen om mezelf gerust te stellen. Ik kan dat maar aan weinig mensen vertellen. Vrijwel iedereen kijkt me aan met zo'n rare blik, en dan zie ik ze denken: Jezus Christus, die is verknipt…
Jezelf verwonden is een heel klein, heel definitief iets. Je bent in contact met je lichaam. Mensen lijken tegenwoordig zo ver van hun lichaam verwijderd. Amerikanen eten een hoop, maar proeven niets meer. Ze hebben altijd honger, maar die wordt nooit gestild.’
ERGENS IN EEN INTERVIEW zeg je dat kunst een van de weinige intellectuele vrijplaatsen is die er nog bestaan. Nu we meer en meer in een amusementsdictatuur leven, moet je je afvragen wat er met de kunst in het algemeen, en de literatuur in het bijzonder zal gaan gebeuren. Er wordt steeds vaker geroepen dat literatuur ook maar een vorm van amusement is en in de eerste plaats mensen moet vermaken, een soort instant-bevrediging leveren.
'Voor mij is er een strikt onderscheid tussen kunst en entertainment. De bedoeling van kunst is dezelfde als die van drugs: je wakker maken en houden. En dan doet het er niet toe of het prettig voelt. Als het niet prettig voelt, des te beter. In entertainment ben ik niet geinteresseerd. Ik ben in mijn hele leven nog nooit naar een film of zo gegaan om vermaakt te worden.’
En kunst?
'Vorige week ben ik naar een fantastische tentoonstelling geweest van een fotograaf, Joel-Peter Witken, in het Guggenheim Museum. Prachtig! Zeer minutieus geensceneerde foto’s, stuk voor stuk schitterend. Bijvoorbeeld een verbijsterende foto van een hermafrodiet in Mexico. Een van de mooiste vrouwengezichten die je ooit hebt gezien. Een wonderschoon lichaam, prachtige borsten, maar dus ook een penis. En dan zijn er drie foto’s van ongelooflijk oude mensen, of eigenlijk lijken, die hij zorgvuldig had aangekleed en opgesteld. Hij had hun schedels opengesneden of -gezaagd, schuin omhoog, zodat hun ogen weg waren en je via de neus de hersenen in keek. Het waren prachtige schedelholtes. Zo clean, zo glanzend. Die foto’s waren voortreffelijk, heel exquis, en natuurlijk verschrikkelijk angstaanjagend.
Nadat ik ze had gezien bekeek ik een aantal mensen, van die afgestompte cultuurconsumenten, die net uit een Claes Oldenburg-tentoonstelling kwamen. Ze kwamen binnen, zagen de foto’s van Witken en wisten niet wat ze moesten denken. O God, dit is lelijk! zag je in hun ogen.
Ik moet weer denken aan een fantastisch tableau… Het heette The Feast of Fools. Het zag er uit als een zeventiende-eeuws voedselstilleven van een Hollandse meester. De mooiste druiven die je je kunt voorstellen had hij uitgestald, dikke zwarte druiven, garnalen, een opengesneden granaatappel… En tussen al dat fruit lag het lijk van een doodgeboren kindje, met een lange incisie erin, van de autopsie. En die baby was wonderschoon. Witkens enige concessie was dat hij de baby een blinddoek om had gedaan, een heel teder gebaar. O ja, en ik geloof dat er ergens nog een afgezaagde voet lag. Het had een ontzettend verdorven uitwerking, en deels had dat te maken met het feit dat het zo ongelooflijk mooi was… Je kon niet anders dan ernaar blijven kijken. We hebben geleerd wat je daar ziet blasfemisch te vinden, en walgelijk. Maar het is echt heel erg goed. En dat is kunst…’
Je hebt ook een zwak voor Robert Mapplethorpe?
'Niet alles van hem, want soms kan het ook behoorlijk middelmatig zijn, maar ik ben gek op die beroemde foto van hem waarop hij de toeschouwer zijn achterste toekeert. Dat ziet er zo agressief uit… Vanuit het graf confronteert Mapplethorpe je nog met zijn anus, waar het uiteinde van een zweep in verdwijnt. Boem, recht in je gezicht. Kijk ernaar, zegt hij. Kijk dan! Dit is mijn asshole en jij zult ernaar kijken!
En dat doe je dus ook. Dat is pure macht. The power of art.’