De Oost, regie Jim Taihuttu © New Amsterdam Film Company

De Oost, Jim Taihuttu’s controversiële film over de ‘politionele acties’ in Nederlands-Indië, gaat tot op het randje van subversiviteit, maar deinst ervoor terug om het ware, gruwelijke gezicht van een foute oorlog te tonen. We zien hoe ‘de Turk’, kapitein Raymond Westerling (Marwan Kenzari), als commandant van het Korps Speciale Troepen midden jaren veertig zuiveringsacties op Zuid-Celebes en Java orkestreert. Maar de scènes waarin hij hoogstpersoonlijk standrechtelijke executies uitvoert en zijn mannen vervolgens de lichamen in massagraven gooien, hebben een vreemde afstandelijkheid. Tijdens het kijken kon ik de horror (the horror!) niet voelen.

Dat kan aan mij liggen, maar er is wel de kwestie van de ‘letterlijkheid’ van het verhaal die op alle fronten speelt. Zo eiste de Federatie Indische Nederlanders (fin) bij de rechter dat de makers het fictieve karakter van de film beter benadrukten. fin-voorzitter Hans Moll: ‘Doordat deze film teruggrijpt op historische gebeurtenissen kan de indruk ontstaan alsof de film ook de geschiedkundige werkelijkheid weergeeft. Dat is niet zo. Betrokkenen, maar ook kijkers, hebben het recht om te weten dat de film vooral een eigen interpretatie is van de producent en de regisseur.’ Vreemd genoeg lijkt mij dit een uitstekend advies: toon niet de ‘waarheid’, maar de poëtische waarheid. Dat doet De Oost juist onvoldoende. Ik mis hier de gevaarlijke vrijheid van een kunstwerk waarin álle remmen los zijn, de nastiness van, ja, Apocalypse Now en de roman waar die film op is gebaseerd, Joseph Conrads Hart der duisternis (Heart of Darkness).

Veel is er wel om van te houden in De Oost, in ieder geval de belofte van subversiviteit aanwezig in de begintitels — in nazi-lettertype — en in de eerste scènes waarin de jonge soldaat Johan (Martijn Lakemeier) per boot arriveert, vermoedelijk in een oorlogsgebied, maar dan blijkt het Nederland te zijn waar woedende protestanten te water de militairen met objecten bekogelen. Dan zijn we door middel van flashbacks terug op Java of Sumatra waar Johan en andere jongemannen zoals hij beginnen aan hun dienst terwijl de Onafhankelijkheidsoorlog in volle gang is.

Tijdens het kijken vond ik het moeilijk mijn vinger te leggen op wat mij precies koud liet: misschien die lange sequenties waarin er niet veel gebeurt behalve wat patrouilles waarin Johan geconfronteerd wordt met de haat van zijn makkers jegens de plaatselijke bevolking. Zijn trauma, ingegeven door zijn verleden, is érg evident. Op een bepaald moment gaat hij in de jungle mentaal een grens over. Maar even later krabbelt hij weer terug. Frustrerend.

Veel te laat in het verhaal ontmoeten we ‘de Turk’, die ik graag beter had leren kennen. Fascinerend is dat hij zijn commandotroepen nieuwe uniformen geeft: donkergroen, neigend naar zwart, haast die van de Waffen-SS. Letterlijk klopt dit niet, poëtisch is het ijzersterk. Westerling zegt dan ook allerlei dingen over ‘het mooie van oorlog’. Maar hij mijmert niet, hij spreekt luid en duidelijk. Hij is een Kurtz (zoals in Conrad), welteverstaan, maar dan een letterlijke Kurtz, een Kurtz afgewaterd. En hoe zit het dan met dat duistere hart? De Oost is een film gemaakt met te veel licht.

Te zien vanaf 13 mei op Amazon Prime