Duistere cijfers

ALWEER EEN dikke maand geleden verscheen er bij het Centraal Bureau voor de Statistiek een rapport over de opbrengsten van illegale activiteiten. Deze werden door het CBS ingeschat op vijf miljard gulden, oftewel één procent van het BBP (bruto binnenlands produkt). De kranten namen dit cijfer over, soms zelfs op de voorpagina, later werd er nog in een enkel bericht op ingegaan, maar je kon verder goed merken dat het vakantie was. Slechts twee leden van de Tweede Kamer - Hoogervorst en Vouête-Droste van de VVD - stelden nogal verontrust klinkende vragen aan de ministers van Financiën en Economische Zaken.

Als ik de opsteller van het rapport, Ron van der Werf en zijn directe baas dr. Steven J. Keuning, spreek op het CBS-kantoor in Voorburg, blijkt dat deze objectieve rekenaars zich goed bewust zijn van het politieke belang van die vijf miljard.
In het CBS-persbericht staat dat er sprake is van nieuwe internationale richtlijnen voor het opmaken van de nationale rekeningen.
Keuning: ‘Die richtlijnen zijn ondertekend door de Verenigde Naties, de Europese Unie, Wereldbank, het IMF en de Oeso. Alle internationale organisaties die iets voorstellen. En ook door alle lidstaten afzonderlijk. In de voormalige communistische landen hadden ze oorspronkelijk een eigen systeem, daar hebben ze nu ook deze richtlijnen onderschreven. Dus dat is nu een wereldtaal voor de economie.
Vervolgens is in Europa gesteld: met die globale richtlijnen kunnen we niet uit de voeten, want we moeten ze gaan gebruiken voor de afdrachten aan de Europese Unie en voor een hele hoop meer dingen. Bijvoorbeeld in het kader van de toetreding tot de Emu, en bij de structuurfondsen. Dus zeg maar bij de vraag of Flevoland wel of niet iets krijgt. En het speelt een rol in allerlei andere wetgeving van de Europese Unie waar steeds gerefereerd wordt aan het BNP. Toen heeft Europa gezegd: we gaan niet afwijken van die wereldwijde richtlijnen, maar we gaan ze wel specificeren. De richtlijnen waren wereldwijd in 1993 geaccordeerd. In 1995 waren de Europese richtlijnen beschikbaar en die worden in 1999 overal in Europa ingevoerd. Daarin wordt vrij gedetailleerd de methode vastgelegd voor het opstellen van de nationale rekeningen in het algemeen. Er is expliciet gesteld dat de illegale activiteiten daar deel van uitmaken. Het achterliggende idee is: als je belasting heft, moeten de begrippen natuurlijk wel vergelijkbaar zijn. Ik zeg wel eens gekscherend: wij vullen hier het belastingformulier voor Nederland in.’
Het is precies dit belang waar een van de acht verontruste VVD-vragen letterlijk naar verwijst: 'Valt niet te vrezen dat - indien het illegale circuit in EU-verband in de nationale rekeningen wordt opgenomen - de nationale rekeningen statistisch makkelijker manipuleerbaar worden? Is dit niet onwenselijk, gezien de grote belangen die bij de berekening van de nationale afdrachten en de Emu-tekortprocedure op het spel staan?’
Maar er valt misschien nog veel meer te vrezen. Nederland is in Europees verband voorloper in dit onderzoek. Het CBS-rapport zou heel invloedrijk kunnen blijken.
Keuning: 'Wij hebben ons onderzoek in de Oeso gepresenteerd. En is door de andere landen min of meer gezegd: je zou het op dezelfde manier moeten aanpakken. In 1999 moet iedereen zo'n rapport hebben. Wij zijn de eerste die het op zo'n manier op een rijtje hebben gezet. Je ziet vaak met dit soort nieuwe dingen dat landen niet alleen methoden maar ook percentages lenen van elkaar. Dat is vroeger ook met nationale rekeningen gebeurd. Dat is denk ik goed. Dan kom je meer vergelijkbaar uit dan wanneer iemand iets totaal anders doet.’
Van de Werf: 'De onderzoeker in Engeland heeft al gezegd: ik moet jouw werk nadoen.’
DE PROVOCEREND exacte vijf miljard van het CBS staat in scherp contrast tot de conclusie in het eindrapport van de onderzoeksgroep-Fijnaut, dat eind 1995 werd opgesteld voor de commissie-Van Traa. De groep-Fijnaut put zich juist uit in formuleringen waarin gesteld wordt dat er weliswaar heel veel interessants over de (georganiseerde) misdaad in Nederland valt te zeggen, met name in sociologische zin, maar dat we over de economische omvang eigenlijk niets weten: 'Gegeven de betrekkelijke waarde van de meest relevante gegevensbronnen en de beperkte reikwijdte van de beschikbare en gehanteerde methoden is het niet mogelijk om de omvang van de georganiseerde criminaliteit in Nederland enigermate nauwkeurig te bepalen en ook de schade die deze criminaliteit hier aanricht.’
Overigens is het nadrukkelijke voorbehoud van de groep-Fijnaut extra interessant omdat er in de deelrapporten met een miljardje hier en een miljoentje daar wel degelijk sprake is van financiële schattingen.
Hoogleraar Fijnaut zegt aan de telefoon dat hij de kranteberichten over de vijf miljard van het CBS heeft gezien. Hij is zelf zeven dagen per week bezig met een onderzoek naar de bende van Nijvel dat in september naar buiten zal komen, en heeft dus geen tijd om het rapport te lezen. Als ik hem zeg dat dit rapport voor een deel is gebaseerd op het IRT-rapport, noemt hij dat cynisch 'knap’. überhaupt is hij zeer sceptisch over de betekenis van zo'n cijfer. In de wetenschap heeft men zich vroeger wel met totaalschattingen beziggehouden, zegt Fijnaut, maar men is daar nu zeer terughoudend in geworden. 'Het is gatenkaas. Je prikt hier en daar. Iets wat illegaal is, kun je per definitie niet meten.’
Fijnaut zat een half jaar in New York. Daar had men onderzoek gedaan naar de rol van de georganiseerde misdaad bij de vuilnisophaaldienst. Nadat die was aangepakt, bleek de prijs van het vuilnisophalen aanzienlijk te zakken. Dan kun je een berekening maken van de schade, maar zo'n geval is een uitzondering. Met drugs bijvoorbeeld, ook heroïne, is er alleen onderzoek over de probleemgevallen op straat. Je ziet dan ook telkens dezelfde cijfers terugkeren. Maar men weet niets over diegenen die het gebruik onder controle hebben. Met cocaïne is dat waarschijnlijk nog erger, om over xtc maar helemaal te zwijgen.
En dan, stelt Fijnaut, over het algemeen weet men vrij veel over wat er met de kleine jongens gebeurt, maar als je al onderzoek begint naar de georganiseerde misdaad, dan krijg je gelijk hun advocaten op je dak. En over de misdaad bij bedrijven is nog helemaal niets bekend. Bedrijven zitten ook niet te springen om een club onafhankelijke criminologen binnen de poorten te halen.
Fijnaut: 'Ik ben geen marxist, maar je ziet wel waar de echte macht zit, daar wordt onderzoek gelijk een stuk moeilijker.’
Volgens Fijnaut zullen de meeste mensen zo'n rapport van het CBS niet lezen, terwijl het cijfer wel voor kennisgeving wordt aangenomen en een eigen leven gaat leiden binnen de politiek. Dus dat is gevaarlijk. Bij gebrek aan cijfermateriaal neemt men bovendien al snel cijfermateriaal van elkaar over.
Fijnaut verwijst me door naar professor H. G. Van de Bunt, die volgens hem de rekenaar was in de wetenschapsbende van vier die verslag uitbracht aan de enquêtecommissie. Van de Bunt is onder andere directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie. Als ik Van de Bunt bel en hij hoort waar het over gaat, verwijst hij me naar een collega van hem op het ministerie van Justitie, Paul van Hooff. Uiteindelijk willen zowel Van Hooff als Van de Bunt, weliswaar met veel omhaal van woorden over de onzinnigheid van elk cijfer, niets anders zeggen dan: de politiek vraagt vaak om die cijfers, maar ze zijn gewoon niet te geven. En voor een uitgebreider interview voelen ze niets.
Paul van Hooff van de afdeling Siba, Statistische Informatie en Beleids Analyse, heeft het CBS-rapport gelezen, merkt op dat er niets wordt gezegd over fraude en vraagt zich dan ook af wat zo'n cijfer nog zegt. Maar: 'Methodologisch heb ik er weinig over op te merken.’ Van Hooff verwijst me weer door naar het Centraal Planbureau, dat recentelijk iets gepubliceerd zou hebben op dit gebied, maar de afdeling voorlichting van het Centraal Planbureau deelt mee zich überhaupt niet in te laten met schattingen van de illegale economie.
DAT SCHIET DUS niet erg op. Geleidelijk aan krijg ik het hete-aardappelgevoel. Heel in het klein had ik zo de ervaring die ook CBS-onderzoeker Ron van der Werf had in het jaar dat hij aan zijn rapport werkte: slechts zeer weinig rekenaars zijn bereid om in het openbaar mee te denken over iets waarvan het belang toch evident is, namelijk de omvang van de misdaad. En bij zo weinig openbaar gereken worden de vijf miljard van het CBS al snel onaantastbaar. Het grappige is: daar zitten ze bij het CBS juist niet op te wachten. Van der Werf: 'Ik heb geen lange tenen. Als je denkt dat je het beter weet: graag!’
Aan de andere kant: de bovengenoemde vragenstellers van de VVD hadden het over 'principieel giswerk’ als het over de inschatting van de illegale economie gaat, een mening die door de groep-Fijnaut kennelijk gedeeld wordt, maar bij het CBS heeft men toch aardig wat meer vertrouwen in die vijf miljard. Keuning: 'Het zou me niks verbazen dat als je tot een bijstelling komt, je grosso modo ongeveer weer op dezelfde hoeveelheid uit zou komen. Het zou mij persoonlijk verbazen als je op de helft of het dubbele uit zou komen.’ Van der Werf: 'Ja, mij ook. Kijk, de cijfers zijn lang niet zo hard als we normaal gesproken publiceren, maar volledig giswerk, dat zou ik toch ook willen tegenspreken.’
Bij nader inzien blijkt dat het rapport van het CBS nauwelijks inzicht geeft in wat het aandeel van de misdaad in Nederland nu eigenlijk is. Desgevraagd geeft onderzoeker Ron van der Werf dat ook toe. Al lijkt hij een eventueel onderzoek naar de misdaad zonder al te veel problemen tegemoet te zien: 'Het verschijnsel misdaad in kaart brengen is een heel ander verhaal. Dat zouden we wel kunnen doen. We hebben slachtofferenquêtes, we hebben de claims bij verzekeraars.’
De opdracht, vanuit Europees verband, aan het CBS was dan ook eerder van boekhoudkundige aard dan dat er werkelijk een probleem in kaart moest worden gebracht. Zo wordt diefstal niet meegerekend omdat daarbij geen sprake zou zijn van 'produktie’ maar van een 'herverdeling’ van geld en goederen. Anderzijds wordt prostitutie weer wel meegerekend, hoewel dat strikt genomen niet meer illegaal is in Nederland. Maar prostitutie was tot nu toe niet in het BBP meegerekend en bovendien moet er één lijn getrokken worden met de andere Europese landen. Dezelfde redenering gaat op voor de handel in softdrugs, die in Nederland slechts deels illegaal is, zoals bekend. Als je dan ziet dat het volgens de CBS-cijfers bij prostitutie om een toegevoegde waarde van één miljard gaat en bij cannabis om tweeëneenhalf miljard, kun je je afvragen wat die boekhoudkundige illegale activiteiten nog betekenen.
En dan de bronnen. Over prostitutie is Van der Werf erg zeker, en ook wat betreft de heroïneconsumptie: 'Er is vrij behoorlijk sociologisch onderzoek gedaan op het gebied van de prostitutie. Daar ben ik een proefschrift en twee afstudeerverslagen over tegengekomen. Die allemaal op hetzelfde bedrag uitkomen. Dat waren echt gedegen wetenschappelijke studies. Ook over het aantal verslaafden in Nederland is zeer veel bekend. Dat is met name door de gezondheidsorganisaties zeer nauwkeurig vastgelegd, omdat er geen strafrechtelijke consequenties aan verbonden zijn als je bij die organisaties binnenloopt.’
Dat roept al gelijk veel vragen op. Als verschillende sociologische onderzoeken op hetzelfde bedrag uitkomen, betekent dat misschien wel dat verschillende sociologische onderzoekers goed naar elkaars onderzoek hebben gekeken. Dan mag er misschien wel veel bekend zijn bij de gezondheidsorganisaties over verslaving, maar deze organisaties zijn gemeentelijk georganiseerd en houden er ieder hun eigen meetsysteem op na. Ook heeft iedere organisatie haar eigen belangen bij het publiceren van cijfers. Bovendien: wat weten we over het percentage niet-problematische gebruikers dat nooit met justitie in aanraking komt, misschien niet eens verslaafd is?
WAT SIMPELE vragen en antwoorden maken al snel duidelijk hoe wankel het fundament is waarop het CBS-rapport gebouwd werd.
In jullie rapport wordt ervan uitgegaan dat tien procent van de xtc in beslag genomen wordt, en 25 procent van de heroïne en cocaïne.
Van der Werf: 'Die schatting is gebaseerd op een uitspraak van hasjboeren die claimen dat ongeveer een derde in beslag genomen wordt. Dat is de enige informatie over de inbeslagnemingspercentages die ik kon vinden. Nu is het zo dat heel veel van die spullen aan de grens in beslag worden genomen. En dat hasj nauwelijks in Nederland wordt geproduceerd. Alleen de nederwiet. Xtc wordt juist wel in Nederland geproduceerd. Daar zou dus het aantal grensovergangen lager zijn. Voor cocaïne heb ik de hasjverhouding gepakt.’
Dat roept een hoop vragen op. Om te beginnen: de bron. De hasjboer zelf. Kan een bron ooit verdachter zijn?
Van der Werf: 'Het is ook de enige bron.’
Keuning: 'Je hebt politierapporten die een iets lager bedrag geven.’
Van der Werf: 'Internationaal wordt tien procent aangehouden. Maar er wordt nergens een onderbouwing van een percentage gegeven.’
Je hoort niets meer over de prijsschommelingen op de markt die zouden ontstaan na een inbeslagname. Op basis daarvan werd vroeger ook nog wel eens de totale hoeveelheid ingeschat.
Van de Werf: 'Klopt. Er zijn ook aanwijzingen dat de hoeveelheden die het land in komen, in kleinere porties worden verdeeld.’
Dus het totaalbedrag zou net zo goed het dubbele kunnen zijn.
Van der Werf: 'Nou, ik heb toch wel enig vertrouwen in die 33 procent van die hasjboeren.’
Toch is dat wel een zwak punt in het onderzoek.
Van der Werf: 'Ja.’
Keuning: 'Het aardige van nationale rekeningen is dat je een aantal ankerpunten hebt. In dit geval zijn we redelijk overtuigd van onze cijfers met betrekking tot de consumptie van drugs. De rest van de totale hoeveelheid moet dus geëxporteerd zijn. Het is onlogisch dat drugskartels negentig porcent van hun omzet weer exporteren. Waarom zouden ze die omweg nemen naar Nederland als je naar Frankrijk wilt, bij wijze van spreken?’
TJA. WAAROM wel, waarom niet. Waar het om gaat, is dat er kennelijk behoefte is aan zeker lijkende cijfers waarmee de politiek haar politiek kan bedrijven. Er zijn bureaus die dergelijke cijfers tegen betaling leveren. De noodzaak van het leveren van cijfers is dus groot. En zeker bij het CBS. Vorig jaar kwam tachtig procent van wat het CBS had te besteden van het ministerie van Economische Zaken, de resterende twintig procent moest worden verdiend met de verkoop van CBS-cijfers. Momenteel kampt het CBS met een tekort van tweeëneenhalf miljoen. Als het CBS zegt geen cijfers te willen vaststellen over de illegale economie, dan is er wel een particulier bureau dat graag wil doorrekenen.
Ondertussen kunnen hoge ambtenaren en politici die daar zelf direct belang bij hebben, ons bijvoorbeeld wijsmaken dat er meer geld moeten worden vrijgemaakt om dit of dat onderdeel van de octopus die misdaad heet harder aan te pakken. Of verzin zelf maar een politiek doel waarbij zo'n cijfer als rechtvaardiging dient. Leven in een schijnwereld heet zoiets. De wereld die politiek heet.