Sam Fender © Chalk Press

In de podcast Broken Record vertelde Win Butler, de bandleider van Arcade Fire, laatst aan Rick Rubin dat hij al voor we ooit hadden gehoord van Covid-19 aardig wat nummers had geschreven. Een nieuw Arcade Fire-album: dat is een zeer prettig vooruitzicht.

Op 8 oktober verschijnt ook het tweede album van Sam Fender. De eerste single doet in al zijn ingehouden opwinding denken aan de band The War On Drugs, waarvan 29 oktober tevens het nieuwe album verschijnt – over zeer prettige vooruitzichten gesproken. Het eerste album van de singer-songwriter uit North Shields bij Newcastle was in 2019 de inlossing van een lange aanloop vol hoge verwachtingen, in de vorm van de ene heerlijke single na de andere, en van overtuigende liveshows in zalen die per tour groter werden.

Ik heb hem nog nooit live kunnen zien. In eerste instantie omdat al zijn shows in een enorm tempo uitverkocht waren, daarna omdat zijn shows werden verplaatst (het nieuwe afgelast) vanwege corona. Gelukkig stond hij op Lowlands, tot ook Lowlands niet doorging, omdat daar niet wordt geracet.

Dus mijn gedroomde kunst op komst, dat is Sam Fender alsnog live. Ik weet inmiddels dat voor dit kabinet kunst, en dan zeker kunst live op een podium, behoort tot de meer triviale bijzaken van het leven, maar als ik iets heb ervaren sinds de eeuwigheid geleden die maart 2020 heet, dan is het dat het voor mij hoort tot de meest cruciale hoofdzaken ervan. Dus waar verheug ik me het meest op? Op concerten en festivals. Ik zou bijna zeggen: van wie dan ook.

Vrijdag 13 augustus reed ik naar Übach Palenburg, net achter Heerlen, omdat daar een liveshow was, in de tuin van een concertzaal. In Duitsland mocht dat al weer. Het was de reünieshow van de Duitse hardcoreband Ryker’s, die in de jaren negentig opviel omdat ze in een volstrekt witte subcultuur een zwarte zanger hadden. Die was nu terug. Er bestaan in dat genre duizenden bands als Ryker’s, en honderden betere. Het Engels van de zanger heeft bovendien een Duits accent. En toch was het fantastisch. Omdat het weer kon. Omdat hij heel boos brulde, maar er veel te gelukkig bij keek, en al die mensen in die tuin ook.

Sam Fender, Seventeen Going Under