Duitse intellectuelen prijzen ‘conservatieve revolutie’

Berlijn – Het klinkt haast als een schuchtere coming-out, de bekentenis van Die Zeit-journalist Ulrich Greiner dat hij ‘conservatief’ is. In zijn artikel ‘Het recht om rechts te zijn’ betoogt hij dat er voor zijn klassiek-conservatieve opvattingen in de hedendaagse Duitse debatten geen plek meer is.

Gezien de overheersende steun in de Duitse media voor Merkels ‘linkse’ vluchtelingenbeleid eind 2015 zou je hem bijna gelijk willen geven, maar een beetje koket is het ook wel. Want Greiner is lang niet de enige respectabele intellectueel die zich recentelijk als conservatief ‘ge-outet’ heeft. De grote namen van de culturele elite zijn erbij betrokken.

Het begon in september 2015 met de kritische tonen van toneelschrijver Botho Strauß over de heersende Willkommenskultur, daarna was het literatuurwetenschapper Rüdiger Safranski die er kanttekeningen bij zette. Maar het was vooral filosoof Peter Sloterdijk die de ‘conservatieve’ kritiek op het vluchtelingenbeleid de grootste aandacht wist te bezorgen. Als reactie grepen niet minder bekende Sloterdijk-critici naar de pen, onder wie filosoof Richard David Precht en politicoloog Herfried Münkler.

Aan grote woorden is aan beide zijden van deze polemiek geen gebrek. Sloterdijk spreekt van ‘Überrollung’ en ‘Flutung’ van Duitsland door de komst van een miljoen gevluchte moslims. De andere partij gebruikt niet minder dreigende begrippen. Auteur Hans Hütt vergelijkt Safranski en Sloterdijk met de ‘conservatieve revolutie’ in de Weimar-republiek van de jaren twintig. Deze ‘nieuwe conservatieven’ zouden, net als destijds, ‘de nieuwe rechtsradicalen munitie bieden’.

Beide kanten hebben echter een opvallende overeenkomst: vol overgave positioneren ze zich als de underdog tegen een onwetende meerderheid. Sloterdijk vindt dat het debat over de vluchtelingen beheerst wordt door journalisten en politici die niet zelf durven na te denken. De linkse Precht beweert daarentegen dat de media en de politiek uitsluitend de problemen van de migratiestromen benadrukken en dat een positief geluid niet meer te horen is.

De vluchtelingencrisis, en in het kielzog daarvan de opkomst van de rechtse partij AfD, noodzaakt de oudere garde van de Duitse intellectuelen tot een nieuwe positionering. Het debat verloopt nog wat onwennig, maar het genot van de provocatie is bij zowel ‘nieuwe conservatieven’ als ‘oude links-liberalen’ onmiskenbaar. Na de sluimertoestand in het welvarende Merkel-Duitsland van de afgelopen tien jaar hebben de intellectuelen eindelijk weer een opgave gevonden.