Duitse kindermoordenaar krijgt schadeloosstelling

Berlijn – Met knarsende kiezen heeft het rechtsvrome Duitsland vorige week de uitspraak van een Frankfurtse rechter geslikt. Die bepaalde dat de kindermoordenaar Magnus Gäfgen, woonachtig in de gevangenis van Schwalmstadt, recht heeft op drieduizend euro schadeloosstelling.

Weinig rechts­zaken hebben zo’n dik dossier aan fundamentele debatten over rechtsfilosofische kwesties opgeleverd als het geval van de jongeman die zijn luxe levensstijl en haperende rechtenstudie wilde financieren door een rijkeluiskind te ontvoeren.

De elfjarige Jakob von Metzler bleek echter weerspannig. Daarom vermoordde Gäfgen hem en dumpte hem in een meertje alvorens het losgeld op te halen. Na de overhandiging van het geld werd hij gearresteerd. Drie dagen lang verhoorden rechercheurs hem om achter de verblijfplaats van het jongetje te komen zonder te weten dat het al dood was. Op de derde dag dreigden ze hem ernstig pijn te zullen doen. Gäfgen ging door de knieën maar kon slechts het lijkje aanwijzen. Eenmaal tot levenslang veroordeeld maakte hij achter de tralies zijn rechtenstudie af en klaagde hij de agenten aan die hem met foltering hadden bedreigd. Tot en met het Europees Gerechtshof kreeg hij gelijk.

Kindermoord is een misdrijf dat de emoties hoog doet oplaaien. Velen zouden er de doodstraf opnieuw voor willen invoeren. En velen zouden er minstens het verbod op foltering voor willen opheffen. Dat plaatst rechtsfilosofen voor een enorm dilemma: gaat de moraal voor het recht of moet het recht altijd zegevieren?

De filosoof Jan Philipp Reemtsma was ooit zelf het slachtoffer van een ontvoering. Die kostte hem miljoenen en een diep trauma. Eigenlijk had men hem wegens bevangenheid van de discussie moeten uitsluiten. Maar juist zijn emotionele betrokkenheid maakte zijn conclusie opmerkelijk. Reemtsma concludeerde dat een staat onder geen beding mag folteren, een burger daarentegen heeft daar het morele recht en soms zelfs de morele plicht toe. Wat dat voor de praktijk betekende, liet Reemtsma in het midden. Hadden ze de ouders van het jongetje op Gäfgen moeten loslaten met de vrijbrief de verblijfplaats van hun kind uit hem te martelen?

Elke redenering in deze kwestie lijkt tot absurde consequenties te leiden. Stof voor drama van klassieke proporties. Dat bewees onlangs een aangrijpende tv-film over de dilemma’s van de agenten die Gäfgen verhoorden. De geruststellende slotsom uit het verhitte debat: de Duitse rechtsstaat kan het allemaal aan.