Menno Hurenkamp

Duitse leiders

De Hunnen zijn niet thuisgekomen. Waar zo’n beetje half Europa de afgelopen jaren overvallen leek door een nationalistische opleving wist in Duitsland de roodgroene regering zijn positie te handhaven. De uit Frankrijk en Nederland bekende volkswoede tegen het brede gevarenspectrum van falende bureaucratie, migranten en islam kwam tijdens de Duitse verkiezingsstrijd nauwelijks tot uiting. Dat is merkwaardig. In vergelijking met Nederland kent Duitsland hardnekkige werkgelegenheidsproblemen; een voortdurende tegenstelling tussen Oost en West; een serieus haperende economie, en een beduidend grotere instroom van migranten. Allemaal geloofwaardiger stof tot haat tegen vreemdelingen dan de wachtrijen voor zorginstellingen en de randstedelijk rondstekende Marokkanen die thans het drama van Nederland vormen.

Schröders overwinning, hoe schamel ook, is dan ook een gevoelig verlies voor de verlichte en de verduisterde nationalisten die nu in Nederland de dienst uitmaken. Als in Duitsland de verkiezingsstrijd als inzet werkgelegenheid en buitenlands beleid heeft, is de horizon van de politiek nog niet helemaal verschoven naar het gevecht tussen de beschaving en de ondemocratische horden. Dat lijkt in Den Haag nu allesbepalend, maar kijkend naar het oosten kun je je opnieuw afvragen hoe je dat conflict moet begrijpen. Nu moeten de oorzaken waarom het populisme Duitsland bespaard bleef deels in het politieke systeem worden gezocht: door hogere kiesdrempels en grotere tegenstellingen tussen links en rechts komen extremen minder gemakkelijk aan bod op het nationale podium. Bovendien heeft in een eerder stadium al een serieus en effectief migratiedebat gewoed in Duitsland, dat de angel uit de discussie haalde.

Maar de belangrijkste redenen waarom de regering overleefde, zijn vermoedelijk de premier Gerhard Schröder en de populaire minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer. Het zijn politici die zorgen dat ze met enige regelmaat een herkenbaar en waar nodig tegendraads standpunt innemen, die niet bang zijn het conflict met de eigen achterban op te zoeken — over militair ingrijpen in het buitenland, over dubbele paspoorten voor migranten. Hoewel de gemiddelde Duitse kiezer niet zo tevreden was over hun prestaties wisten deze mannen toch meer vertrouwen te winnen dan hun conservatieve tegenstrever. Welke lijn valt naar Nederland te trekken?

In een buurland met een gelijksoortige maatschappij-inrichting maar serieuzere problemen weten de gevestigde partijen zich wel degelijk te handhaven. Met name door persoonlijkheden en herkenbaarheid van standpunten. Als je die niet hebt, heb je niks, zeker niet tegen de agenda van het onbehagen. Tja, nee, niet zo handig dus dat het daar de afgelopen jaren aan heeft ontbroken, erkent de PvdA deze week in een pijnlijke analyse van haar eigen verkiezingscampagne. Daarom is een belangrijke betekenis van de Duitse verkiezingsuitslag dat deze nog eens onderstreept dat de omslag in het politieke klimaat van het afgelopen half jaar zwaarwegend door persoonlijkheden (Fortuyn) en toevalligheden (diens dood) tot stand is gekomen. Dat is geen ontkenning van het serieuze ongemak dat veel mensen voelden bij de gebrekkige wisselwerking tussen hun problemen en de boven hen gestelde bestuurders. Het is wél een belangrijke nuancering van de zogenaamde diepgaande culturele revolutie die zich volgens waarnemers heeft voltrokken.