Duitse marge

De gemiddelde Duitse film van het moment is braaf, saai en flauw. Van de ooit zo trotse en zelfverzekerde Neue Deutsche Welle is weinig meer te bekennen. De meeste Duitse filmers maken weinig ambitieuze komedies die zich bij voorbaat conformeren aan tv-leukigheid. Dit valt over de filmsituaties van wel meer landen te zeggen, maar in Duitsland is het allemaal een graadje erger. Zo erg dat de marge, die ondanks alles ook nog bestaat, van de weeromstuit dwarser en provocerender is dan elders. In een zee van gezapigheid zwemmen enkele kleine perverse gifkikkers luid schreeuwend tegen de stroom in.

Zo'n bonte brulkikker is zeker Rosa von Praunheim. Rosa heet eigenlijk Holger Bernhard Mischwitzky, maar zo kent niemand hem. Hij maakt al jaren gekke, persoonlijke en burleske films die zich in de homomilieus van Berlijn en New York afspelen. In zijn nieuwste film Neurosia, funfzig Jahre pervers heeft hij op een vrolijk-dwaze manier zijn eigen oeuvre op een rijtje gezet. Kenmerkend voor zijn werk is dat hij zich weinig gelegen laat liggen aan de norm van professionaliteit binnen het filmmaken. Hij combineert lef en nonchalance met een aangenaam soort amateurisme. Hij werkt ook zelden met professionele acteurs. Zijn films worden bevolkt door de kleurrijkste typen uit de Schwulenszene, die voor de camera hun eigen creatie spelen.
Ver van Berlijn, in het conservatieve Beieren, werkt Herbert Achternbusch, een ander baken in de Duitse filmmarge. Deze schrijver/filmer trekt zich ook al weinig aan van de regels van het filmvak. En juist daarom behoren zijn vreemde, vaak kluchtige verbeeldingen tot het meest originele dat de Duitse film te bieden heeft.
Von Praunheim en Achternbusch hebben de laatste jaren gezelschap gekregen van enkele luidruchtige jonge soortgenoten. Filmmakers als Hans-Christoph Blumenberg, Jorg Buttgereit en Christoph Schlingensief schreeuwen vanuit de marge zo hard dat het totale Duitse filmlandschap er levendig van wordt. Blumenberg is nog de meest beschaafde, al smeert hij ook graag zout in politieke wonden. Na een film over het Duitsland dat sinds de hereniging vol zit met overbodige spionnen en terroristenjagers, heeft hij nu een zeer bijzondere speelfilm gemaakt over de Duits-joodse cineast Reinhold Schunzel. Schunzel bleef nog tot diep in de Hitler-tijd in Duitsland als filmmaker aan het werk, ook toen alle andere joodse filmmakers en acteurs om hem heen verdwenen waren. Blumenberg maakte de film duidelijk met weinig middelen, maar met zeer veel inventiviteit. Belangrijker nog is dat hij zich niets aantrekt van de omzichtige wijze waarop veel Duitse filmmakers met thema’s uit de Tweede Wereldoorlog omgaan. Hij schrikt er bijvoorbeeld niet voor terug om nazi- propagandachefs en Hollywood-producenten door dezelfde acteurs te laten spelen.
De kampioen van de huidige Duitse marge is zonder twijfel Christof Schlingensief. Zijn nieuwste film Die Spalte is een hysterische orgie van kluchtige aanklachten tegen alles wat maar zweemt naar politieke correctheid. Evenals een Buttgereit bedient hij zich van een idioom dat is ontleend aan de meest goedkope horror- en pornofilms. Schlingensief heeft daarbij een goed gevoel voor het moment waarop een situatie smakeloos wordt en niet meer door de beugel kan - om dan steevast te besluiten dit nog eens wat vetter aan te zetten. In Die Spalte voert hij een bataljon Duitse blauwhelmen ten tonele dat er in Afrika een potje van maakt. Cult-ster Udo Kier is een tierende VN- generaal, met de superrondborstige pornokoningin Kitten Natividad als vrouw - die maagd zou moeten zijn maar hem een zwarte baby schenkt. De baby wordt uitgeroepen tot Jezus, maar door een ongeluk wordt hij verminkt, met een wond als een soort kut op zijn kop. En meer van zulke onsmakelijke maar beslist originele onzin.
Ik zag het een en ander op het aardige festival van Hof, want voor Duitse films moet je naar Duitsland. Daarbuiten worden ze nauwelijks vertoond. Dat is vaak terecht maar dus niet in alle gevallen.