Duitse spoken

DE EERSTE NEDERLANDSE reacties op de Derde Weg-remake van de nieuwe Duitse bondskanselier Gerhard Schröder - door deze heel neutraal omschreven als ‘das Neue Mitte’ - mogen worden omschreven als een tikkeltje hysterisch. Woordkeuze en toonzetting doen denken aan de golf van paniek die zich in 1973 bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl meester maakte van het behoudende volksdeel. Toen werd in zo apocalyptisch mogelijke termen gesproken over een aanstaand failliet van de Nederlandse economie. Nu voorziet men een collaps op Europese schaal. De argumenten toen en nu wijken nauwelijks van elkaar af.

‘Links Duitsland gevaar voor euro’, zo sloeg VVD-leider Hans Dijkstal verleden week vrijdag alarm op de voorpagina van De Telegraaf. De komst van de roodgroene coalitie van Gehrard Schröder en Joschka Fischer bleek bij de Nederlandse liberalen een reeks van monetaire angstvisioenen te hebben losgemaakt. Vooral Schröders keuze voor SPD'er Oskar Lafontaine als minister van Financiën bezorgt Dijkstal hartkloppingen. 'Ik heb grote zorgen over het risico van financiële instabiliteit die het gevolg is van een nieuwe Duitse financiële politiek onder leiding van SPD-ministers’, zo sprak Dijkstal.
Lafontaine, sociaal-democraat van de oude stempel, wordt door de VVD-fractieleider in de Tweede Kamer gezien als een bedreiging voor de Europese vrije markt. Dijkstal zei te vrezen dat Lafontaine de Duitse overheidsuitgaven zal verhogen om de werkloosheid in zijn land te bestrijden. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de afspraken die Duitsland onder Kohl eerder maakte voor de Economische en Monetaire Unie. Over twee maanden wordt de euro geïntroduceerd en dat maakt het volgens Dijkstal van het allergrootste belang dat Duitsland ook onder het nieuwe bewind geen millimeter afwijkt van de in het Verdrag van Maastricht vastgelegde normen voor overheidsuitgaven. 'De hele inzet is steeds geweest: een zo sterk mogelijke euro’, aldus Dijkstal. 'Wij blijven vasthouden aan het stabiliteitspakt. Ik ben bang dat het stringente begrotingsbeleid door de Duitse regering wordt losgelaten. Nederland is voor een groot deel afhankelijk van de handelsrelatie met Duitsland.’
DIJKSTALS nachtmerriescenario voorziet bij de oosterburen een oplopend financieringstekort en toenemende staatsschuld. Die angst bleek besmettelijk, want enkele dagen later ventileerde vice-voorzitter Bakker van de D66-kamerfractie bijna soortgelijke zorgen. 'Als Duitsland zich weer gaat gedragen volgens de principes van de ouderwetse sociaal-democratie, lopen we grote risico’s’, aldus Bakker afgelopen zaterdag op een D66-bijeenkomst in Utrecht. 'Als je de opvattingen van Lafontaine serieus neemt, is er wel degelijk sprake van een bedreiging.’
Bakker is net als Dijkstal bezorgd over de dreigende woorden die Lafontaines staatssecretaris Claus Noé sprak richting de Bundesbank, de onafhankelijke Duitse centrale bank. Noé beschuldigde Bundesbank-president Tietmeyer 'monetaire vraagstukken te depolitiseren en rekenschap voor het monetaire beleid te ontlopen’. Noé nam in dezelfde vaart de Europese Centrale Bank van Wim Duisenberg mee, die hij 'pre-democratisch’ en 'absolutistisch’ noemde. Dat was aanleiding tot felle polemieken in de Bondsdag en daarbuiten. Erwin Teufel, een vooraanstaand CDU-lid, sprak van een 'ongelooflijke aanval’ op de Bundesbank. 'De nieuwe regering breekt met een vijftigjarige traditie van het respecteren van de onafhankelijkheid van de Bundesbank’, aldus Teufel.
Renteverlaging, dat is wat de nieuwe roodgroene coalitie van de Bundesbank wil zien. Op die manier wil men de economische groei stimuleren. Die pogingen vanuit de SPD leidden overigens niet tot algehele vreugde bij coalitiepartner de Grünen. Grünen-ideoloog Oswald Metzger betichtte Lafontaine en Schröder al van 'Vulgärkeynesianismus’. Economische groei staat in de ogen van de Grünen uiteindelijk vooral voor vervuiling en langere files. Gegeven de uiterst lage inflatiecijfers van de Duitse economie is een renteverlaging echter wel degelijk te rechtvaardigen. Alleen: de Bundesbank hecht zeer aan haar onafhankelijkheid.
Duitsland-deskundige Ferd Crone van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer is zelfs bang dat de aanhoudende druk vanuit de regering-Schröder op de Bundesbank contraproductief kan werken. Crone tegenover De Groene: 'Ook ik hecht aan de onafhankelijkheid van de centrale banken. Maar als dit zo doorgaat, zou het weleens zo kunnen lopen dat de Bundesbank de rente niet verlaagt omdat de politiek daar de hele tijd om vraagt. Dat is natuurlijk het andere uiterste. Op zich vind ik renteverlaging op dit moment zeer goed te verdedigen. Bij ons ook, zoals ik pas nog heb aangegeven tegenover minister Zalm.’
Maar renteverlaging is niet het enige dat Schröder en Lafontaine op korte termijn gerealiseerd willen zien. In het kader van zijn oud-socialistische wensdroom tot het reguleren van de markt kwam Lafontaine met het idee om 'doelzones’ te introduceren in de wisselkoersen tussen euro, dollar en yen. Dat idee voor vaste wisselkoersverhoudingen tussen de drie belangrijkste munteenheden van de wereld was eerder ook al eens door de Franse regering-Jospin gedaan. Lafontaine, sowieso een francofone SPD'er, heeft het idee nu gelanceerd als een speerpunt van de roodgroene regering. Duisenbergs Europese Centrale Bank ziet het ook weer als een teken van verregaande staatsbemoeienis met de monetaire wereld. Daarbij kreeg Duisenberg inmiddels steun van de Franse president Chirac, die het idee als te wild omschreef. 'We moeten van een munt niet meer verwachten dan hij kan geven’, aldus Chirac. FDP-fractie leider Otto Solms sloot zich daarbij aan. 'Lafontaines plannen kunnen leiden tot meer inflatie, hogere rentes en een zwakkere economie’, zo sprak hij.
OOK PvdA-KAMERLID Crone vindt dat Lafontaine met dit idee iets te hard van stapel loopt. Zo zijn de Nederlandse sociaal-democraten opmerkelijk voorzichtig in hun ontvangst van het gereanimeerde Derde Weg-gedachtengoed van Schröder. Samen met de Britse leider Tony Blair kondigde Schröder eerder deze week in Engeland de oprichting aan van een nieuwe werkgroep die de mogelijkheden van de Derde Weg gaat onderzoeken onder leiding van de Britse minister voor Handel en Industrie Mandelson en diens Duitse collega Bodo Hombach. Via de Derde Weg, of het Neue Mitte, willen Blair en Schröder de sociaal-democratie hervormen tot een 'combinatie van democratisch socialisme en liberale ideeën’.
Schröder beklemtoonde dat de intensieve samenwerking tussen Engeland en Duitsland moet leiden tot nauwere banden op ministerieel niveau, 'zodat we onze economieën in een richting krijgen die wordt bepaald door modernisme aan de ene kant en sociale rechtvaardigheid aan de andere kant’. Vrees voor een Duits-Britse 'Alleingang’ was volgens de kanselier ongegrond. 'Wij denken geen van beiden in termen van geometrische contructies’, aldus Schröder. 'Deze plannen zijn tegen niemand gericht. Het is op geen enkele manier een vorm van samenwerking die de relaties met Frankrijk tracht te beïnvloeden.’
FERD CRONE heeft het allemaal met grote belangstelling aangezien. Maar of het recept van de Derde Weg ook in Nederland moet worden geherintroduceerd (nadat het in de jaren vijftig binnen de landsgrenzen enige populariteit had genoten als ideaal antiserum tegen de Koude Oorlog), daarbij plaatst Crone zijn vraagtekens. 'Ik weet niet of wij in Nederland nu zo happig moeten zijn op die Derde Weg’, zegt hij. 'Op zich vind ik de tegenstelling links-rechts een heel bruikbare in het maatschappelijke debat. Die tegenstellingen overbruggen om te komen tot een nieuw midden - zoals Blair en Schröder willen - kan in het geval van Nederland weleens contraproductief werken. Bovendien: wij hebben al het poldermodel.
Ik ben nu gevraagd voor een artikel over het Groene poldermodel voor een boek dat in Duitsland zal verschijnen. Ik ben erg benieuwd hoe ze daarop zullen reageren. Uiteindelijk liggen wij in Nederland al een stuk verder. Kijk maar naar zoiets als Eco-tax, waar de regering van Schröder nu ook aan gaat beginnen. Daar heeft Nederland een pioniersrol in gespeeld.’
Het huidige voorstel van Lafontaine voor een vast wisselkoersensysteem ter bescherming van de euro was eigenlijk al een paar jaar geleden door economen voorzien. Veel Duitsers zien de euro - waaraan zij straks hun harde mark en de macht van de Bundesbank geacht worden op te offeren - als een 'recept voor inflatie in plaats van een waarborg voor economische stabiliteit’, zoals de Wall Street Journal opmerkte aan de vooravond van het sluiten van het Verdrag van Maastricht.
IN HUN SPRAAKMAKENDE, net in Nederland gepubliceerde boek Het Duitse dilemma schrijven de Amerikaanse politicologen Andrei S. Markovits en Simon Reich dat de Duitsers recht hebben om hun eisen te stellen bij hun deelname aan de euro. Uiteindelijk draait de Europese economische integratie geheel om de Duitse economie, zo verkondigen zij. Die machtspositie mag en moet volgens het Amerikaanse duo doorklinken in de Europese monetaire politiek (ook op andere gebieden trouwens, zoals Europees-militair). In het nieuwe, vanuit Berlijn geleide Duitsland zal volgens Reich en Markovits geen plaats meer zijn voor al te bescheiden politiek. 'Het bijzondere van de Republiek van Bonn was dat zij geen plannen maakte voor politieke en militaire macht overeenkomstig haar economische macht’, schrijven zij. 'Om werkelijk normaal te worden in de omgang met macht en democratie, moet de Berlijnse republiek haar relaties met het verleden normaliseren’.
Markovits en Reich zijn van mening dat de hernieuwde visie van Duitsland op het nazi-verleden een onomkeerbaar proces is. Zij voorspellen een golf van revisionistische geschiedschrijving over Duitsland en de nazi-periode, waarin Duitsland vooral als slachtoffer en niet als dader zal worden gezien. 'Duits slachtofferschap werd weggedrukt door de omvang van de holocaust, die het collectieve geheugen van de Duitsers overschaduwde’, aldus Reich en Markovits. Volgens de auteurs is het de hoogste tijd voor de Europese partners om de aan de Tweede Wereldoorlog en de holocaust gebonden angst voor een nieuwe Duitse macht overboord te zetten. Vooral van Nederland zal dat de nodige inspanning vergen, voorspellen zij.
Hoewel de econoom David Cameron, de specialist als het gaat om de vorming van een gemeenschappelijke Europese markt, de Nederlandse economie ooit omschreef als de 'NV Duitsland’, om aan te geven hoe groot de Nederlandse afhankelijkheid van de Duitse economie was, leven er volgens de Amerikaanse onderzoekers irrationele, niet langer meer te handhaven weerstanden tegen alles wat riekt naar Duitse macht. 'In weinig andere landen in Europa treft men zo'n opvallende discrepantie aan tussen de diepgaande structurele integratie met Duitsland en een blijvende antipathie tegen de Duitsers’, schrijven Markovits en Reich. 'Duitsland is verreweg de belangrijkste handelspartner van Nederland. De samenwerking op institutioneel gebied reikt verder dan de koppeling van de Nederlandse gulden aan de D-mark. De belangrijkste symbolen van de nationale soevereiniteit, de militaire formaties van beide landen, zijn begonnen een militair partnerschap te construeren ter versterking van de Europese pijler van de Navo. Maar onder het oppervlak blijft het wantrouwen.’
Dat wantrouwen en die angst waren afgelopen week weer manifest in de woorden van Dijkstal en Bakker. Premier Kok maakte zich nijdig over de aanvallen op zijn Duitse collega, maar baten deed dat niet. Daarvoor zit de angst voor Duitse macht - al dan niet verscholen achter de Derde Weg - er hier nog veel te diep in. Hopelijk dat kanselier Schröder bij zijn bliksembezoek aan het Catshuis deze week iets van die angst kan wegnemen.