Duitsland bejubelt Axel Springer

Berlijn – De festiviteiten rond de honderdste geboortedag van Axel Springer doen vermoeden dat de uitgever van bladen als _Bild _en _Die Welt _tot de machtigste mensen van de afgelopen halve eeuw behoorde. Nieuwe biografieën, uitvoerige tv-documentaires, hele krantenbijlagen zingen de lof van een man die het lot van de Bondsrepubliek beslissend lijkt te hebben beïnvloed.

Maar wie al die hagiografische publicaties nauwkeurig bestudeert, ontdekt weliswaar een gewiekste bladenmaker maar ook een politieke blindganger en een mislukte profeet. Zijn macht was uiteindelijk niets meer dan de projectie van een driedubbele overschatting: door hemzelf, door zijn fanatieke bewonderaars en door zijn verwoede tegenstanders.

Op een Springer-gala draafde vorige week de hele Duitse politieke elite op om hem te prijzen als een ‘visionair van de Duitse eenheid’. Daarbij vergat men graag dat zijn visioen een Groot-Duitsland gold, dat tot aan Koningsberg reikte. En men vergaf hem grootmoedig zijn pijnlijke poging om een en ander even persoonlijk met sovjetleider Chroesjtsjov te regelen.

Ook prees men zijn inzet voor de verzoening met Israël. Wel dertig keer bezocht de ‘niet-joodse zionist’ het land dat hij als zijn ‘tweede Heimat’ beschouwde. Maar ook dáárbij valt iets weg te slikken. In 1938, de rassenwetten waren net van kracht, scheidde hij van zijn half-joodse vrouw, wat zijn carrière in nazi-Duitsland bepaald niet schaadde.

Het huwelijk was toch al niet best, voeren zijn fans nu als excuus aan. Zoals geen van zijn huwelijken een succes was. Pas bij zijn vijfde vrouw, en huidige troonopvolger, Friede Springer vond de notoire rokkenjager eindelijk vrede. En sloot hij tegelijk maar vrede met de Heer van een enigszins obscure, evangelische geloofs­gemeenschap. ‘Een man vol tegenstrijdigheden en daarom juist zo spannend’, legt de verse biograaf Tilman Jens uit. Die wijst in zijn boek bijvoorbeeld op Springers anti-Amerikanisme in de jaren vijftig. In zijn bladen voerde hij campagne tegen het opstellen van US-atoomwapens in Duitsland en veroordeelde hij de Amerikaanse inmenging in Vietnam.

Maar in de jaren zestig liet hij zijn bladen prijsschieten op de ‘chaoten’ die tegen de Amerikanen demonstreerden. De campagne was zo fanatiek dat een trouwe _Bild-_lezer een moordaanslag op studentenleider Rudi Dutschke pleegde. De kritiek op Springer en de macht van zijn media bereikte een absoluut hoogtepunt.

Al die ongerijmdheden bedekt men nu met de mantel der liefde. Het is met Axel Springer net als met Pim Fortuyn. Bij leven spleten ze de natie. Maar als het op gedenken aankomt, ligt diezelfde natie in bewondering vereend aan hun voeten.