Duitsland festival

Holland Festival-directeur Ivo van Hove had het niet beter kunnen treffen. Twee Duitse theatermakers die elkaars tegenpolen zijn: Andrea Breth en Einar Schleef. Hun ‘Stella’ (Goethe) respectievelijk ‘Salome’ (Oscar Wilde) zijn geprogrammeerd als de boegbeelden van het festival. Helaas.

BERLIJN - die openingsscène vergeet ik niet meer. Het brandscherm van het Schillertheater is nog dicht. Uit een klein deurtje verschijnt een meneer in rokkostuum. Stotterend kondigt hij zichzelf aan: Einar Schleef, regisseur (1944). Hij is er trots op dat twee van zijn recente ensceneringen zijn te zien in het theaterhuis dat door de Berlijnse gemeenteraad een paar jaar geleden is gesloten. Na zijn onhandige introductie - door het publiek luid bekritiseerd - trekt hij zich terug. De voorstelling kan beginnen. Salome naar Oscar Wilde, het rauwe stuk over de dood van Johannes de Doper, wiens kop van zijn romp wordt gescheiden op last van Herodes’ dochter Salome. Maar de voorstelling door het Schauspielhaus Düsseldorf wil maar niet beginnen. Het brandscherm gaat omhoog. Alle personages - op één na - staan op een blauw belicht speelvlak. Ze doen niks. Ze zwijgen. Ze kijken ons aan - bijna smekend om reacties. Die komen er ook. Iemand uit de parterre schreeuwt woedend: ‘Kunnen we jullie ergens mee helpen?!’ Geen reactie. Na vijf minuten belt een bezoeker naast mij via zijn gsm iemand op. Er wordt teruggebeld. Het signaal gaat minutenlang over. Geen reactie. De acteurs blijven stokstijf stilstaan. Het beeld wint het van de reacties uit de zaal. Iemand roept: 'Wir sind das Volk.’ Ook een goeie. Na twintig minuten zakt het brandscherm. Het zaallicht gaat aan. Pauze! Verward wandelen de toeschouwers naar hun drankje. Is dit een voorstelling? Teruggekomen hangt Johannes de Doper - in Oscar Wilde’s versie van de bijbeltekst Jochanaan geheten - aan een gigantisch kruisbeeld in de nok van het auditorium. Het koor van joden en Nazareners staat op het eerste balkon en reciteert, gedrild op een manier waarop Einar Schleef als regisseur het patent heeft ('esthetisch’ volgens de ene commentator, 'fascistisch’ volgens de fervente tegenstanders) hun commentaarteksten. Het commentaar betreft de verhouding tussen Koning Herodes, zijn dochter, en het gedoodverfde slachtoffer Johannes de Doper. Tegen het eind van de enscenering erkent Salome (een geweldige rol van Ursina Lardi) dat haar verlangen naar het afgehakte hoofd van Johannes (waarvoor ze in Oscar Wilde’s stuk een wilde dans uitvoert) een vergissing is geweest. Ze heeft de lippen van de gevelde profeet dan al gekust. De eis van het koor der Nazareners is kort. Oscar Wilde schrijft die eis aldus op: 'Doodt deze vrouw.’ In de versie van Schleef gaat het iets rauwer toe: 'Hak dit vee in stukken.’ Het brandscherm zakt opnieuw. Einde voorstelling? Nee. Het brandscherm gaat weer omhoog. Salome hangt met haar hoofd omlaag in een touwconstructie. Nu wel: einde voorstelling. Ook het eind van een prachtige theateravond. Prachtig, maar wel in Duitsland. Moeten wij deze Salome zo nodig in Nederland bewonderen? Waarom Ivo van Hove deze voorstelling naar Amsterdam heeft gehaald is mij om twee redenen een raadsel. Schleef is een typisch Duitse provocateur. Wanneer schrijvers (Hochhuth) of regisseurs (Zadek) alleen al zijn naam horen, dan worden de kleuren in hun ogen nog uitsluitend 'rood, zwart en bruin’: Schleef geldt als 'militaristische’ en 'fascistische’ regisseur. Allemaal onzin, maar het is een typisch Duits debat. Wat Schleef met Hochhuths tekst Wessis in Weimar - over de overwoekering van West-Duitsland na de hereniging met de voormalige DDR - heeft uitgespookt, is het resultaat van een discussie bij onze oosterburen. Alle respect - de voorstelling was indrukwekkend - maar wij hebben daar in Nederland vooralsnog weinig mee te maken. Voor Salome geldt hetzelfde. Ze is Duitser dan Duits - het is één metafoor voor het afrekenen met het Pruisische verleden. Waarom moeten wij daarnaar kijken? Waarom heeft de Holland Festival-directeur niet gekozen voor Schleefs enscenering van Sportstück, een tekst van Elfride Jelinek, een regie bij het Wiener Burgtheater? Dat is een universele tekst en een tijdloze voorstelling over de nauwe grenzen tussen sport en geweld. Einar Schleef op zijn best. Maar ja, het zal wel weer te duur zijn geweest. De tweede reden waarom de keuze voor Salome in het Holland Festival niet goed te begrijpen valt, is de locatie: de Stadsschouwburg in Amsterdam. Een ruwe schatting - pak me niet op een vierkante meter of tien - levert op dat Salome is gemonteerd in een theater - het Schauspielhaus Düsseldorf - dat drie keer zo groot is als de bonbonnière aan het Leidseplein in Amsterdam. Zelfs in Berlijn, in het Schillertheater - toch een kast van een theaterhuis - moest de voorstelling met passen en meten worden neergezet. Daar komt, naar mijn inschatting, in Amsterdam niks van terecht. Een reus laten indalen in een konijnenhol, dat gaat niet lukken. De producenten van het Holland Festival kunnen op voorhand rekenen op mijn hartelijke groeten. Die gaan het niet makkelijk krijgen. Waar gaat het kruisbeeld van Johannes de Doper hangen? En van welke plek (vanaf welk balkon) spreken of zingen de Nazareners hun teksten? (DE TWEEDE DUITSE regisseur die Ivo van Hove naar het Holland Festival heeft uitgenodigd is Andrea Breth (1952). Dat is meer dan terecht. Voor zover ik weet heeft nooit een enscenering van haar hand Nederland bereikt. Ze debuteerde in Bremen en brak in Bochum door met een regie van Het zuiden van Julian Green, een zwoel stuk over de door eindeloze frustraties bedekte liefde tussen twee jongemannen. Haar werkelijke doorbraak kwam in 1992 met De eenzame weg van Schnitzler bij de Berlijnse Schaubühne. Dat was een weergaloos mooie voorstelling, over de wanhoop en de radeloosheid van een aantal mooi getypeerde dwaallichten uit het vorige fin de siècle. Het ooit decennialang fameuze Berlijnse gezelschap, aan het begin van de jaren negentig volledig verweesd - de maestro (Peter Stein) was weg, er kwam maar geen volleerde opvolger - omarmde Andrea Breth onmiddellijk als artistiek leider. Ze heeft het er vijf jaar volgehouden. De leegloop aan acteertalent heeft ze niet kunnen keren. En het publiek voor het prestigieuze theatercomplex aan de Kurfürstendamm bleef massaal weg. Einde verhaal. In 1997 hield Andrea Breth het voor gezien. Ze bleef als gastregisseur aan. Per 1(januari 2000 wordt haar plek als artistiek leider ingevuld door het duo van de 'jonge-hond-regisseur’ Thomas Ostermeier (vorig jaar door Ivo van Hove uitgenodigd met zijn enscenering van Shoppen & Ficken), en de choreografe Sascha Waltz (die de Deutsche-Wende/Ossi & Wessi choreografie Zweiland creëerde, overigens mede met geld uit Nederland). Maar goed, nu nog even Andrea Breth. Artistiek uitgepraat is ze nog lang niet. Haar meest recente producties bij de Schaubühne onderstrepen dat. De laatste komt naar Amsterdam, Stella, ein Schauspiel für Liebende, een jeugdwerk van Goethe uit 1775. De auteur heeft later een bewerking proberen te maken waarin het met twee van de drie hoofdpersonages bijzonder slecht afloopt. Andrea Breth regisseert bij de Schaubühne de jeugdversie, inclusief happy end. Hoewel, happy end? Stella vertelt het verhaal van een wat oudere vrouw, Madame Sommer, oorspronkelijk Cäcilie geheten, die met haar dochter Luzie op een afgelegen plek in de provincie belandt, waar Luzie in dienst treedt van de barones Stella. Tussen barones Stella (hier gespeeld door Corinna Kirchhoff) en Madame Sommer (Jutta Lampe) ontstaat vrij snel een band, verwoord door Stella: 'U heeft lief gehad. Godzijdank - iemand die me begrijpt, die medelijden met mij kan hebben.’ Medelijden? Het lijdend voorwerp van dit medelijden - het stuk heet niet voor niets Ein Schauspiel für Liebende - is Fernando (hier gespeeld door Michael König), de echtgenoot van Madame Sommer, de vader van Luzie, maar ook de geliefde van Stella. Na jarenlang in verre landen oorlog te hebben gevoerd, wil hij bij Stella terugkeren. Maar zodra hij Madame Sommer - voorheen zijn geliefde Cäcilie - en zijn dochter Luzie weerziet, wil hij met hen vluchten. De vlucht mislukt, Fernando wil zelfmoord plegen. Luzie weerhoudt hem daarvan door een verhaal te vertellen over een man die met twee vrouwen kon samenleven: 'Ein Tisch. Ein Bett. Und ein Grab.’ Een vrij tragisch trio als happy end. Einde. Doek. In de latere versie van het stuk schiet Fernando zich door zijn kop, Stella sterft en Madame Sommer/Cäcilie blijft achter met haar dochter. Een Sturm & Drang-slot, geheel in de traditie van Goethe’s novelle over de ondergang van de jonge Werther. Andrea Breth heeft gekozen voor de eerste versie. Happy end met een bittere nasmaak. Dat geldt ook voor de voorstelling. De voornamelijk in het halfduister gespeelde productie heeft iets weg van een merkwaardig Goethe-museum. Tekstgetrouw en heftig, zeker. Maar mij overviel vooral de vraag: waartoe dit alles? Ik kon de noodzaak van deze voorstelling almaar niet ontdekken. Er wordt overigens prachtig gespeeld - daarop valt niks af te dingen. Mij bekroop in Berlijn het vermoeden dat Stella, de afscheidsvoorstelling van Andrea Breth - ze gaat nu definitief weg bij de Schaubühne - een zure natrap is naar wat ze achterlaat: 'Een tafel. Een bed. En een graf.’ Ze wilde eigenlijk nog geen afscheid nemen, maar werd er - door de Berlijnse cultuurbaronnen - toe gedwongen. Stella is een statement, een groots 'omzien in wrok’. DE VOORLAATSTE regie van Andrea Breth bij de Berlijnse Schaubühne, Tsjechovs Onkel Wanja, had ik graag door Ivo van Hove naar Nederland zien halen. Twee vliegen in één klap: een fraai totaalportret van een belangwekkend regisseur. En een theaterhistorische schets van hoe een groot toneelgezelschap omgaat met de teksten van een van de meesterlijke schrijvers uit het vorige fin de siècle. De Berlijnse Schaubühne en Anton Tsjechov, die hebben iets met elkaar. De voor-voor-vorige artistiek leider, Peter Stein, schreef theatergeschiedenis met zijn versies van Drie zusters en De kersentuin. Andrea Breth maakte er een gedenkwaardige versie van De meeuw. En haar enscenering van Oom Wanja (najaar 1998) is een pronkstuk in haar oeuvre als regisseur. Verstild, kaal en helder gespeeld, in een overwegend blauw belichte ruimte, beheerst door een enorme vleugel - verder wat stoelen en bijzettafels. Verstild en intens droevig geacteerd door onder meer Corinna Kirchhoff (als de mooie en door iedereen aanbeden Jelena) en de aan overgewicht ten onder gaande Matthias Gnädinger als Oom Wanja, was deze voorstelling het werkelijke afscheid van Andrea Breth bij de Berlijnse Schaubühne. De prachtige voorstelling blijft helaas niet op het repertoire, maar is het komend seizoen waarschijnlijk nog te zien op het tweede Duitse televisienet ZDF. Alles moet anders in Berlijn. De jonge honden komen eraan: Thomas Ostermeier en Sascha Waltz. Hopelijk wordt de lang gekoesterde traditie niet weggegooid. Dat zou intens jammer zijn. Verander veel, maar behoud het goede! Stella, op 15 en 16 juni in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Salome op dezelfde plek op 22 en 23 juni. Informatie: Holland Festival, tel. 020-5307110, fax: 020-5307119.