Jörg Friedrich, De brand

Duitsland onder vuur

Jörg Friedrich

De brand: De geallieerde bombardementen op Duitsland, 1940-1945

Mets & Schilt, 607 blz., € 35,-

Stephan Burgdorff & Christian Habbe (red.)

De hemel stond in brand: De geallieerde bombardementen op nazi-Duitsland, 1940-1945

Het Spectrum, 220 blz., € 18,95

Sommige woorden worden te gemakkelijk in de mond genomen. Wie de mishandelingen en vernederingen in de Abu Ghraib-gevangenis zonder meer aanduidt als «martelingen» weet blijkbaar niet helemaal wat in dictatoriale regimes onder folteren wordt verstaan.

Toen de Amerikanen op 21 maart van het vorig jaar hun shock and awe-campagne begonnen met een bombardement op Bagdad schreef Het Parool over de «vuurstorm» die de Iraakse hoofdstad teisterde. Dat het voor de inwoners van Bagdad een gruwelijke ervaring was, zal niemand willen bestrijden, maar als de betreffende Parool-redacteur het onlangs vertaalde boek De brand van Jörg Friedrich had gelezen, zou hij wellicht de term «vuurstorm» niet hebben gebezigd.

In deze omvangrijke studie over de geallieerde bombardementen op Duitsland beschrijft Friedrich gedetailleerd wat een vuurstorm is en hoe die ontstaat. Hoewel de geallieerden al geruime tijd probeerden zoveel mogelijk verwoestingen aan te richten, en voor dit doel eindeloos experimenteerden met allerlei soorten brandbommen, ontstond de eerste vuurstorm min of meer spontaan. Tijdens het massale bombardement op Hamburg, in juli 1943, waarbij een uitgekiende combinatie van explosieve en brandbommen werd gebruikt, zorgden de zomerse temperatuur, de dichte en relatief nog onbeschadigde bebouwing en de overal uitgebroken branden ervoor dat boven de stad een enorme kolom hete, opstijgende lucht ontstond. Deze veroorzaakte op de grond een storm met snelheden van meer dan 270 kilometer per uur. Hierdoor werd niet alleen iedereen die trachtte weg te komen omvergesmeten, ook werd de zuurstof weggezogen uit de schuilkelders en raasde er een alles verslindende vuurwals door de stad. Door de hitte vlogen onbeschadigde huizen als een toorts in brand en liep de temperatuur op tot boven de zeventienhonderd graden. Metaal smolt, mensen verdampten. Het totaal aantal slachtoffers bedroeg meer dan veertigduizend.

Verrast door dit effect probeerden de geallieerde bevelhebbers meer van dergelijke vuurstormen te ontketenen, wat vanaf de herfst van 1944 «slechts» tien keer lukte. Het bekendst is het bombardement op Dresden, op 13 februari 1945. Hoewel keer op keer getracht werd een dergelijk inferno los te laten op Berlijn slaagde men er daar niet in. Over de reden hiervan zei Arthur «Bomber» Harris, chef van het Britse Bomber Command laconiek: «Puin brandt niet.»

Op huiveringwekkende wijze beschrijft Friedrich hoe de geallieerden de techniek van de massale verwoesting ontwikkelden, en welke wisselwerking er ontstond tussen de pyromane technologie en de strategie van de luchtoorlog. Al in een vroeg stadium had Churchill de door het nazisme besmette Duitsers onderverdeeld in twee categorieën: curable en killable. Om de eerste groep ertoe te bewegen afstand te nemen van het regime, en zo mogelijk in opstand te komen, werd het concept van moral bombing ontwikkeld. Door terreurbombardementen moest het moreel van de Duitsers worden gebroken en het verzet tegen het regime worden aangewakkerd.

Deze strategie mislukte jammerlijk; de vastberadenheid van de Duitse bevolking nam door de bombardementen slechts toe. Volgens Friedrich was deze strategie in militair opzicht dus zinloos, en uit moreel oogpunt even misdadig als wat de nazi’s deden.

Het in 2002 verschenen boek van Friedrich heeft niet alleen in Engeland — waar de suggestie dat Churchill een oorlogsmisdadiger was hard aankwam — veel reacties opgeroepen, ook in Duitsland besteedden de media er veel aandacht aan. Het weekblad Der Spiegel kwam met een enorme reeks artikelen en interviews, die werden gebundeld in het nu eveneens vertaalde boek De hemel stond in brand. De gerenommeerde sociaal-historicus Hans-Ulrich Wehler merkt hierin op dat Friedrich op nogal suggestieve wijze te werk gaat. Niet alleen isoleert hij de gruwelen van de bombardementen van de totale escalatie in deze door Hitler begonnen oorlog, ook zijn taalgebruik is dubieus. De brandende schuilkelders worden aangeduid als «crematoria» en de slachtoffers zijn «uitgeroeid». Hiermee worden de bombardementen impliciet op één lijn gesteld met de shoah. Nog duidelijker gebeurt dat als Friedrich de bemanningen van de bommenwerpers aanduidt als «speciale eenheden», hetgeen in het Duits een bijzonder omineuze klank heeft: Einsatzgruppen. Wehler is van mening dat het goed is om het optreden van de geallieerden en de nazi’s te vergelijken, maar dat moet dan wel op de juiste manier gebeuren. Je moet bombardementen met bombardementen vergelijken, en dat geldt ook voor het optreden van grondtroepen en het behandelen van gevangenen. In de luchtoorlog waren alle eerste stappen gezet door de Duitsers, die zich nimmer lieten weerhouden door humanitaire overwegingen, en wat betreft de grondoorlog hebben de Amerikanen en Britten zich oneindig veel fatsoenlijker betoond dan de Duitsers en de Russen.

Het is onzin om Churchill af te beelden als de nobele ridder zonder vrees of blaam. Hij was een echte havik die het geen probleem vond de burgerbevolking te terroriseren. Ook de wijze waarop hij zich later distantieerde van de strategie van Harris is bepaald niet fraai. Maar hij kende wel momenten van twijfel, en na het zien van beelden van de verwoeste steden vroeg hij zich af: «Zijn we beesten? Gaan we te ver?» Een vraag die Hitler, Goering, Himmler en consorten nooit hebben gesteld. Het belangrijkste is echter dat Churchill besefte dat het erop of eronder was, dat Hitler nooit zou terugdeinzen en dat alleen de totale nederlaag van Duitsland een einde aan de oorlog zou maken.

Er wordt altijd gesteld dat moral bombing niet werkte, aangezien de Duitsers niet in opstand kwamen. Bij mijn weten wordt echter nooit de vraag gesteld of het feit dat de Duitsers zich na de oorlog tevens nooit hebben verzet tegen de geallieerde bezetting ook niet iets te maken heeft gehad met die massale bombardementen. Men was totaal murw gebeukt en besefte dat de nederlaag volkomen was. Misschien speelden de zeshonderd duizend door de bombardementen gevallen burgerslachtoffers hierbij een rol.

Voor de goede orde: dit is geen pleidooi om alsnog een vuurstorm op Bagdad te ontketenen, maar het gegeven dat er in Irak nog zo veel verzet wordt geboden heeft wel te maken met het feit dat de Amerikanen en Britten op een vrij terughoudende wijze oorlog hebben gevoerd. Na de beelden uit de Abu Ghraib-gevangenis zou je het misschien niet zeggen, maar dit heeft wellicht toch iets te maken met het controversiële begrip «beschaving».