Verdeeld land Dilemma’s bij de informatie

Duivels complex

VVD-informateur Uri Rosenthal onderzoekt eerst of VVD en CDA met de PVV van Geert Wilders willen en kunnen regeren. Moet kunnen, zegt VVD-leider Mark Rutte. Meent hij het of is het onderdeel van het zwartepietenspel?

DE EERSTE OPDRACHT van de koningin aan de eerste informateur na de bijzondere verkiezingsuitslag van vorige week is glashelder. Die opdracht stuurt direct aan op de hete aardappel. Wordt die doorgeslikt of doorgeschoven?
Informateur Uri Rosenthal, VVD-senator en Leids hoogleraar politicologie, kreeg als opdracht van de koningin, op advies van de fractievoorzitters, om als eerste te verkennen of er een kabinet kan worden geformeerd met daarin de grootste partij, de VVD, en de grootste winnaar, de PVV. Eerst moet dat duidelijk worden: komt de PVV erin of er niet in, wordt Geert Wilders vice-premier of oppositieleider?
Deze coalitie-optie, met als enig mogelijke derde partij het CDA omdat andere partijen Wilders bij voorbaat uitsluiten, mag niet boven de markt blijven hangen, als uitwijkmogelijkheid of dreigement bij verdere besprekingen. Pas als dit helder is, komen andere coalitie-opties aan de beurt, zoals Paars Plus, dwars door het midden met de traditionele partijen, of zelfs misschien Rood-Groen.
In Den Haag doen er, inclusief allerlei tussenvormen, grosso modo twee theorieën de ronde over de gesprekken met de PVV. De eerste is dat de VVD na haar historische overwinning wil samenwerken met de partij van Wilders en dat ook het gehalveerde CDA daarvoor zou voelen, ondanks alle woorden over gepaste bescheidenheid na het grote verlies. De informatiegesprekken moeten de weg plaveien en de eigen gelederen en de samenleving masseren.
De opmerking van VVD-partijleider Mark Rutte na zijn eerste gesprek met de informateur dat een rechtse coalitie met de PVV ingewikkeld is, maar de meest voor de hand liggende en niet onmogelijk, lijkt aan te sluiten bij deze theorie. Wilders haakt daar gretig op in door zich zeer welwillend op te stellen en zelf te praten over het winnen van vertrouwen.
De andere theorie is dat de VVD en ook het CDA helemaal niet willen regeren met de anti-islampartij van Wilders. In dat geval is het echter belangrijk toch eerst met de man te gaan praten, want hem - de winnaar van vijftien extra zetels - bij voorbaat buitensluiten zou Wilders alleen maar tot slachtoffer maken van wat hijzelf altijd de Haagse kliek noemt. Juist dat maakt hem tot nu toe groot bij menige Nederlandse kiezer. Dat Wilders zelf al geruime tijd deel uitmaakt van die kliek doet er voor zijn achterban niet toe, maar hem nu om principiële redenen uitsluiten zou die achterban wel sterken in het verkeerde beeld dat ze van hem hebben.

DE HAMVRAAG in deze theorie is dan: hoe kom je zo netjes mogelijk van de PVV als kandidaat-coalitiepartner af? Met als achterliggende, niet onbelangrijke vraag wie daarvoor de schuld in de schoenen geschoven gaat krijgen. De opmerking van Rutte over ingewikkeld maar niet onmogelijk past ook in deze theorie. Rutte maakt dan zijn woorden waar; hij houdt zijn echte kaarten zo lang mogelijk tegen de borst.
Ook als de eerste theorie de juiste is, is deze laatste vraag over wie er schuld is aan het stuklopen van besprekingen belangrijk, want ook bij het mislukken van welwillende gesprekken zal het zwartepieten achteraf een grote rol spelen. De partij die Wilders dwarsboomt weet zich de komende jaren verzekerd van zijn toorn. Met als enige optimistisch stemmende zekerheid voor VVD of CDA dat als de PVDA in een nieuwe coalitie komt die toch de meeste pek over zich heen zal krijgen.
De opstelling van de nieuwe CDA-fractieleider Maxime Verhagen om eerst maar eens te kijken of VVD en PVV er samen uitkomen op sociaal-economische thema’s omdat de twee partijen daarop nogal fors van mening verschillen, hoort bij dit zwartepietenspel. Wilders’ reactie dat het CDA wél direct moet aanschuiven en hij desnoods apart met Verhagen gaat praten overigens ook. Wilders wil het de christen-democraten zo moeilijk mogelijk maken om af te haken.
De uitslag van de verkiezingen is in veel opzichten een opmerkelijke, een die coalitiebesprekingen duivels complex maakt. Niet alleen werd de VVD voor het eerst in haar 62-jarig bestaan de grootste partij, ze behaalde die overwinning ook met een historisch laag zetelaantal van 31. Dat is in de laatste halve eeuw niet voorgekomen. Ook voor het CDA gaat een historische uitkomst in de boeken, want de christen-democraten behaalden nooit eerder in hun bestaan zo'n slecht resultaat. De VVD kan door deze combinatie van bijzondere uitslagen geen meerderheidskabinet vormen met de partner waar haar eerste voorkeur naar uitgaat.
Ook opmerkelijk was de winst van de PVV. De partij van Wilders deed pas voor de tweede keer mee aan parlementsverkiezingen en werd de derde partij in de Kamer, het veel oudere CDA achter zich latend. Met de PVV zit vanaf deze week een 24 mensen tellende fractie in de Tweede Kamer van een partij zonder leden, zonder interne democratie, zonder transparante geldstromen. Ook dat is op z'n zachtst gezegd bijzonder.
Als het gaat om de onderwerpen veiligheid, criminaliteit en de individuele vrijheid van de westers denkende mens, zoals de acceptatie van het homohuwelijk, staat de PVV dicht bij de VVD. Samen met het CDA hebben deze drie partijen echter slechts een meerderheid van één zetel. Dat zou voor een coalitie een, alweer, opmerkelijk kleine meerderheid zijn.
Links heeft daar onvoldoende Kamermacht tegenover weten te verzamelen, PVDA, SP en GroenLinks hebben deze zelfs achteruit zien gaan. De PVDA verloor voor de tweede keer op rij en heeft nu nog slechts dertig Kamerzetels. Behalve kort na de Tweede Wereldoorlog was dat zetelaantal alleen in 2002, het jaar van de opkomst en ondergang van de partij van de vermoorde Pim Fortuyn, lager. De SP zag na de enorme winst van 2006 haar fractie nu met tien Kamerleden krimpen. Alleen GroenLinks won drie zetels, maar in totaal heeft het linkerblok tien zetels verloren.
Vandaar dat alle ogen zich eerst richten op een combinatie van VVD en PVV, die samen - ook al bijzonder - een zetelaantal in de Kamer hebben van 55. Nog nooit was cultureel liberaal rechts Nederland zo groot.

TOEN NA AL HET uitslagengewoel dat rechtse kabinet van VVD, PVV en CDA opdoemde, werd in de VVD en het CDA ook direct een soort waterscheiding duidelijk. Tussen oud en jong. De oudere garde, bij zowel de liberalen als de christen-democraten, moet niks van samenwerking met Wilders hebben. De ouderen dragen principiële bezwaren aan. Ze wijzen de PVV af vanwege de etnische registratie, vanwege de kopvoddentaks, vanwege de stop op de bouw van moskeeën, vanwege het uitzetten van hen die een strafblad hebben in combinatie met een dubbel paspoort, vanwege het steeds maar weer praten over Marokkanen als criminelen, vanwege de beledigingen aan het adres van bevriende buitenlandse staatshoofden.
De jongeren kijken naar sociaal-economische thema’s. Toen vorige week aan de voorzitter van de JOVD, Martijn Jonk, werd gevraagd of hij het eens is met voormalig Kamervoorzitter en partijgenoot Frans Weisglas dat de VVD niet kan gaan regeren met een partij die groepen mensen wegzet en discrimineert, zei hij daar geen moeite mee te hebben. De voorzitter van de jongeren zag samenwerking met de PVV echter toch niet van de grond komen. Maar dat was om een heel andere reden: omdat de PVV niet wil hervormen. ‘Met de PVV krijg je Nederland niet in beweging’, zei Jonk.
Maar juist op die sociaal-economische onderwerpen blijkt de PVV zeer beweeglijk. De kiezers waren na de lange verkiezingsnacht nog niet goed en wel weer naar hun werk gegaan of Wilders gaf zijn verzet tegen de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd op. De PVV-leider neemt nog sneller verkiezingsbeloftes terug dan zijn collega’s die hij al jarenlang verwijt niet te doen wat ze zeggen. Maar in een partij zonder leden heeft dat geen repercussies. Wilders hoeft geen boos partijcongres te vrezen dat hem terugfluit. In zijn partij gelden Haagse waarden en normen niet, zijn de ongeschreven wetten en regels van de politiek niet van toepassing.

WILDERS’ KIEZERS maakt het waarschijnlijk ook niet uit. Dat heeft Wilders goed ingeschat. Zijn kiezers willen vooral boos zijn, op de overheid, op buitenlanders, op een ander dan zichzelf; zij zijn niet in voor nuanceringen, voor een uitleg over de vergrijzing, de gevolgen van de crisis, de complexiteit van de woningmarkt. Zij willen stoere taal horen, over stormrammen en de beuk erin. Zij vinden het wel gaaf als Wilders ze 'daar in Den Haag’ te grazen neemt. Zelf gaan ze over op de volgende hype, het voetbal.
In een vorig leven was Wilders een partijgenoot van Rutte, zelfs zijn mentor toen de huidige VVD-leider de politiek in kwam. Maar zes jaar geleden werd Wilders door toenmalig fractievoorzitter Jozias van Aartsen uit de VVD-fractie gezet. Rutte zou als geen ander van de huidige fractievoorzitters in de Kamer moeten weten hoe de man opereert, hoe weinig zijn woord waard is, hoeveel rotzooi hij kan trappen.
Stel dat Rutte diep van binnen niet met de PVV wil regeren, al was het maar omdat de eerste keer dat een VVD'er minister-president kan worden het een onaantrekkelijk vooruitzicht is om na een paar maanden alweer terug te moeten naar de koningin omdat een onervaren coalitiepartner je kabinet heeft opgeblazen. Mocht Rutte daarom vooraf toch gedacht hebben onder eventuele samenwerking met de PVV uit te kunnen komen omdat het denken over sociaal-economische onderwerpen te verschillend is, dan is hij al direct van een koude kermis thuisgekomen en geconfronteerd met de voor de VVD zo bekende onbetrouwbaarheid van de man. Wilders draait gewoon. Zijn wil om te gaan regeren is groter dan die van zijn tegenstanders die hij beschimpt om hun pluchebelustheid.
Mocht Rutte gedacht hebben dat de personele bezetting van ministersposten en straks zetels in Provinciale Staten en Eerste Kamer het reddende struikelblok kan zijn, dan moet hij er rekening mee houden dat Wilders zijn mensen gewoon op verschillende posten tegelijk plaatst als de wet dat toelaat. Zoals Wilders natuurlijk zegt dat zijn fractiegenoot Hero Brinkman, die pleit voor democratisering van de PVV, geen probleem is. Alsof Wilders zou toegeven Brinkman niet in de hand te hebben.

VVD-PARTIJLEIDER Mark Rutte en CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen staan nu voor een duivels dilemma: trotseren ze hun oude getrouwe achterban of trotseren ze Wilders, verloochenen ze hun principes of durven ze de boosheid van anderhalf miljoen PVV-kiezers over zich heen te laten komen?
Achterliggende vraag is of VVD en CDA zich laten leiden door hun weerzin tegen de PVDA of door de nationale noodzaak om juist in deze economisch onzekere tijden een stabiel en met voldoende bestuurservaring bezet kabinet te vormen dat kan rekenen op een grotere meerderheid dan één. Zouden ze denken dat het laten mislukken van een kabinet met de PVV op den duur meer in hun voordeel is dan het nu buitensluiten van Wilders en de zijnen?
Zouden VVD en CDA laten meewegen dat een kabinet met de PVV uitstraalt dat Nederland zich afkeert van grote delen van het buitenland en van de Europese Unie? Zouden ze zich realiseren dat ze met een kabinet met de PVV misschien luisteren naar de stem van anderhalf miljoen kiezers, maar de stem van een veel grotere groep Nederlanders niet alleen niet horen, maar dat ze bovendien die veel grotere groep opzadelen met ongeloof en afkeer, van de politiek.