FILM Carmen Meets Borat

DUIVELS IN DIT LEVEN

Een man wast zich door in de regen te liggen, op z’n rug midden op straat. Kermend van plezier. Ergens schreeuwt iemand: ‘Ik neuk je moeder in d’r mond!’ En nog iemand: ‘Ik ben duivels in dit leven!’ Dronken. Op de muur in de bar prijkt een portret van een varken, liefderijk gefotografeerd. En de eigenaar van de dorpswinkel ligt te snikken in bed. Zenuwinstorting. Glod, Roemenië. Waar er niets nieuws onder de zon is.
Sporadisch, maar toch, bedient de Nederlandse regisseur Mercedes Stalenhoef zich in haar documentaire Carmen Meets Borat van precies dezelfde vertelstijl en narratieve toon als die van regisseur Larry Charles in zijn film Borat (2006). Effect: de inwoners, Roma, komen achterlijk en eendimensionaal over. En dat terwijl Carmen Meets Borat een tegengif wil zijn door te laten zien dat de Glod-bewoners (letterlijk vertaald: modderbewoners) niet monstrueus en gewelddadig zijn, zoals in Borat. Stalenhoef wil ze neerzetten als ‘echte mensen’. Dat zijn ze maar mondjesmaat, ook in Carmen Meets Borat. Maar juist dat, die bizarre figuren die een extreem leven leiden in een triest dorpje in de Karpaten, wekt in Carmen hilariteit op, wat vermoedelijk niet de bedoeling was. Of juist wel?
Hoofdfiguur in Carmen Meets Borat is de zeventienjarige Ionela, die droomt van een spannend leven, het liefst in een land waar ze Spaans kan spreken en waar ze ‘Carmen’ heet. Wanneer er een filmcrew uit Hollywood neerstrijkt, Borat/Sacha Baron Cohen voorop, snappen de bewoners van Glod niet wat er aan de hand is. Borat? De bewoners spreken geen woord Engels. De opa van Ionela, bijvoorbeeld, staat wat te lassen, en lacht vrolijk in de camera. (In Borat vertelt Borat bij deze beelden: die, die man daar met het lasapparaat, dat is de plaatselijke aborteur!) Voor de camera van Stalenhoef zegt de opa, constant met een Ceausescu-muts op, dat hij beslist geen opleiding als gynaecoloog heeft. Maar hij zegt het zo bloedserieus dat hij wéér bespottelijk overkomt.
Zo valt de kijker, net als regisseur Stalenhoef en vermoedelijk ook net als Sacha Baron Cohen, als een blok voor deze wonderlijke mensen, vooral met de prachtige, melancholieke muziek van Vincent van Warmerdam op de achtergrond. Het probleem is evenwel dat Carmen Meets Borat in alles een ontspoorde film lijkt. Waar de film mislukt als een poging om het ‘onrecht’ aangedaan door Borat recht te zetten, door de inwoners van Glod als volledige, menswaardige personages uit te beelden, daar slaagt hij wél in het scheppen van een beeld van een gemeenschap die de waanzin nabij is, balancerend op het breukvlak tussen traditie en modernisering. ‘Ach, leefde Ceausescu nog maar!’ verzucht de vader van Ionela theatraal. (Wat zijn deze mensen toch emotioneel!) Hij vreest de ondergang van zijn dorp, zijn mensen, die straatarm zijn. En hij stort in (speciaal voor de camera?) als blijkt dat een claim mislukt die de dorpelingen tegen Borat en de productiemaatschappij hebben ingediend. Maar zijn waanzin komt eerder hilarisch dan tragisch over. Gespeeld eerder dan echt. Of is gespeeld nu eenmaal echt, in Glod?
Zo zijn we terug bij Borat. Zijn beledigende, karikaturale uitbeelding van de bewoners van Kazachstan (Glod) is achteraf beschouwd een meesterlijk voorbeeld van de wijze waarop humor, specifiek satire, werkt: door uitvergroting de waarheid blootleggen. Dat doet ook Stalenhoef in Carmen Meets Borat. Of zij het zo bedoelde? Dat blijft de vraag.

Carmen Meets Borat, Idfa, Amsterdam, 29 november, landelijk vanaf 4 december