Duivelsdans

Angstaanjagend getrommel, obsceen bekkengedraai; de Hollandse kolonisten op de Antillen deden alles om de Afro-Antillianen van hun tambu- muziek af te houden. Zo raakten zij een groot deel van hun eigenheid kwijt. Maar als het aan Rene Rosalia ligt, krijgen ze die nu weer terug. OP 30 MEI PROMOVEERDE de Curacaoenaar Rene Vicente Rosalia (1948) aan de universiteit van Amsterdam op de wettelijke en kerkelijke repressie van tambu, de veelvormige en rijke Afro-Antilliaanse cultuuruiting die herinnert aan het slavenverleden. Tambu is behalve het woord voor veltrom ook een verzamelnaam voor polyritmische muziek, gespeeld in twaalfachtstemaat, dans, symboliek, sacrale en alledaagse rituelen, vermaak, gemeenschapsvorming, conflictbeslechting, informatievoorziening, sociaal protest en hofmakerij.

De kerkelijke en burgerlijke elite en de koloniale bewindvoerders hebben de eigen cultuur van de slaven vanaf het stichten van de Hollandse kolonie op de Antillen gecriminaliseerd. Het officiele oogmerk was de handhaving van de openbare orde, de rust en de veiligheid, maar daarachter school een systematisch en niet aflatend streven om de zwarte volkscultuur te bestrijden en de dominante blanke cultuur op te dringen. De meest recente theorievorming over het kolonialisme indachtig, schrijft Rosalia dit streven toe aan winstbejag, hetgeen de disciplinering van de slaven vereiste. Na de afschaffing van de slavernij ging de positie van de Afro-Curacaoenaars er niet op vooruit. De armoede bleef schrikbarend doordat er niets aan de verdeling van het grondbezit veranderde. Economisch en bestuurlijk invloedrijke functies bleven onbereikbaar voor Afro-Curacaoenaars en ook de onderdrukking van de zwarte cultuur hield onverminderd stand.
De plechtigheid van Rosalia’s promotie was in meer dan een opzicht een novum. Rosalia’s boek is de eerste uitputtende, multidisciplinaire studie naar de koloniale onderdrukking van Caribische volksuitingen. De plechtigheid werd bovendien in twee talen gehouden: in het Nederlands en in het Papiamento, gevolgd door een korte samenvatting in het Nederlands. Hoewel dat vooraf zo was afgesproken, reageerde voorzitter professor E. Lissenberg zichtbaar onwennig. Doordat ze delen van de plechtigheid niet kon verstaan, neigde ze ertoe het Papiamento af te kappen.
Tot verbazing van de toehoorders stelde professor A. Paula, werkzaam aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen en lid van de promotiecommissie, zijn vraag in het Nederlands. Rene Rosalia begon te antwoorden in het Papiamento, waarop de voorzitter hem onderbrak en hem verzocht in het Nederlands verder te gaan. Maar de promovendus hield voet bij stuk, waarmee hij onbedoeld zijn centrale stelling illustreerde - dat de Afro-Antillianen de in het proefschrift behandelde repressie hebben verinnerlijkt en sindsdien te kampen hebben met een schaamtegevoel over hun ei gen cultuur. Tegelijkertijd zette het voorval zijn boodschap kracht bij: dit schaamtegevoel moet overwonnen worden om via de herwaardering van het eigene een gezond nationaal zelfgevoel te ontwikkelen.
Al even opmerkelijk was de vraag van een ander lid van de promotiecommissie, professor C. Maris: of de kolonialen en de katholieken dan helemaal niets goeds hadden gedaan voor de emancipatie van de slaven. Hadden zij immers niet gezorgd voor onderwijs en woningbouw, terwijl Rosalia hen slechts valse motieven toedichtte? Het was een typisch en aandoenlijk voorbeeld van de inheemse Nederlandse intellectueel die uit morele paniek over die onwelgevallige bladzijde uit het verleden pardoes het individuele en het institutionele niveau door elkaar haalt.
Bij de verslaggever van het Algemeen Dagblad zat de schrik er goed in. Dat Rosalia zijn hooggeleerde opponenten niet met de gebruikelijke titulatuur aansprak, weet hij aan ‘verzet tegen de hegemonie van de westerse wetenschap’. Na afloop snoof de journalist opgelucht de geur van 'Hollandse’ koffie op, deed zich ostentatief te goed aan de inheemse versnaperingen en noteerde dat de zon weer was doorgebroken. De promovendus bleef onverstoorbaar. Die avond zou een gemengd Hollands-Antilliaans gezelschap zich op de stoep bij promotor Andre Hoekema overgeven aan een lichtvoetig dans- en eetfeestje ter ere van Rene Rosalia, met funchi en stoba.
'MIJN BETROKKENHEID bij tambu komt voort uit de familietraditie’, vertelt de kersverse doctor in de rechten, 'maar door de opstand op 30 mei 1969 ontwaakte mijn zelfbesef als Afro-Curacaoenaar. Ik wilde me vanaf dat ogenblik verdiepen in onze geschiedenis en cultuur, die door het koloniale regime in de vergetelheid zijn geraakt. Mijn grootouders van vaders kant waren tambu-organisatoren in de wijk Dominguitu. Mijn grootmoeder was zangeres, mijn grootvader tambuspeler. Mijn vader, een fervent tambudanser, heeft de belangstel ling voor onze cultuur bij me gewekt. Hij gaf me op mijn vijfentwintigste verjaardag een trom cadeau. Vlak daarna richtte ik de Grupo di tambu Trinchera op. Die groep bestaat nog steeds. Van de tambu, de veltrom, ben ik later overgestapt op de chapi, de als muziekinstrument gebruikte schoffel. Dan heb je bij tambumuziek nog de agan, bestaande uit een ijzeren buis, een polsband en een massief ijzeren ploegpunt. De agan komt ook voor als ijzeren buis met een spleet, die op schoot wordt gelegd en met twee ijzeren staafjes bespeeld wordt. Ter completering zijn er de trianguel en de wiri, een geribde metalen buis waarop je schraapt met een staafje.
De zang is een dialoog. De verklaring of de vraag wordt gezongen door de voorzangeres of -zanger, de bevestiging komt van het koor. Net als de Afrikaanse muziek heeft tambu een vijftonenstructuur. Toen de trommels in beslag werden genomen door de politie, gingen de mensen ook op een kalebas spelen die in een tobbe met water dreef, of op houten krukjes.’
WAARAAN MERKTE U dat de Curacaose bevolking de eigen achtergronden is vergeten?
Rosalia: 'Begin jaren zeventig begon ik veldopnamen te maken van tambu. Ik speelde, organiseerde en produceerde muziek en liep met het plan rond om een boek over tambu te schrijven. In die tijd werkte ik in het onderwijs en ik zag dat de jeugd geen enkele kennis had van tambu en andere culturele uitingen. Mijn eerste boek was een biografie van de meesterzanger Shon Cola, Nicolaas Susana, en zijn groep. Mijn tweede boek ging over Petronilia - Petoi - Coco, eveneens een beroemde zangeres.
Bij de oudere tambuspelers en zangeressen viel me vooral de schaamte op. Ik heb vrouwen geinterviewd die zeiden geen tambu meer te willen dansen. Ze hadden te vaak moeten horen dat de bekkendraai die bij de dans hoort, wulps, hoerig en onbetamelijk is. Draaien was lelijk, zeiden de priesters. De vrouwen zijn beinvloed door het zogenaamd nette vrouwbeeld van de katholieke kerk. Uit angst stellen ze hun reputatie boven hun verlangen naar expressie.
Zelf wist ik er ook het fijne niet van toen ik met mijn onderzoek begon. Ik heb behalve met tambubeoefenaren onder meer gesproken met leerlooiers, buschauffeurs, pastoors, ambtenaren en politiemannen. Daarnaast heb ik archiefonderzoek gedaan naar verordeningen, plakkaten en notulen van de Koloniale Raad. En natuurlijk heb ik discografisch onderzoek gedaan. Met behulp van de etnomusicologische theorie en groepsbijeenkomsten heb ik gereconstrueerd hoe tambu vroeger werd beoefend.’
Waar komt tambu oorspronkelijk vandaan? Is dat nog te achterhalen?
'Dat is lastig, omdat de slavenhandelaren niet altijd exact waren in hun geografische aanduidingen. Gelet op de taal zou je denken dat de meeste slaven afkomstig waren uit de bocht van Guinee, maar ze kwamen ook van de kusten van voormalig Frans Congo en Angola. Het feit dat het woord tambu staat voor uiteenlopende aspecten van hetzelfde sociale verschijnsel, verwijst naar de hechte sociale integratie, die typisch is voor de toenmalige Westafrikaanse werkelijkheid. Ook in de Curacaose gemeenschappen waren de dans, het gezongen woord, de muziek, de religie en de sociale organisatie met elkaar vervlochten.
Het woord tambu kan afgeleid zijn van het Franse tambour, maar in de taal van de Congolese Luangokust bestaat het woord ntambu voor de genagelde, eenvellige trom. Volgens de Venezolaanse onderzoeker Dominguez werden de slaven van daar verscheept naar Curacao.
Ik pleit voor etymologisch-semantisch vervolgonderzoek, vanwege de andere betekenissen van ntambu in de Bantoetaal: val, klem, hinderlaag en uitdrijven. Zouden de uit Afrika afkomstige mensen met tambu hebben overleefd in het slavenkamp? Was tambu een middel om zich als mens te kunnen handhaven in die hel? Diezelfde Dominguez zegt dat ntambu bij de Luango’s een rituele strijddans was. Het zou een uiting zijn geweest van spanningen en angsten die door de slavenhandel veroorzaakt werden. Strijd voor zelfbehoud dus. En dat hield altijd in, ook later op Curacao, dat contact met de voorouders en bovennatuurlijke krachten gelegd werd.
De Curacaose onderzoeker Juliana noemt tambu een klaagzang, een manier om het juk van de slavernij te dragen en er bitter om te wenen. Als zodanig hoort het tot het volksgeloof van de zwarte bevolking. Soortgelijke uitingen vind je in Brazilie, Suriname en op de andere Caribische eilanden. Hoe dan ook is het van belang dat er op Curacao een hutspot van allerlei bij elkaar gevoegde culturen ontstond. En ook de omringende slavenkolonien hadden hun invloed.’
HOE GING DE repressie in zijn werk?
'Al in de slaventijd waren er verorderingen om samenkomsten, feesten, rituelen en muziekbeoefening van het volk te verbieden. Onder gouverneur Nuyens kwam er een politiekeur tot stand die openbaar vermaak, optochten en muziekuitvoeringen zonder vergunning verboden. De reden was dat ongeveer alles wat het volk ondernam, “zedenkwetsend” was en “de openbare orde bedreigde”. Die maatregel haalde de spontaniteit eruit en zo begon de repressie. Want nergens staat omschreven wat goede zeden inhouden, voor wie die culturele uitingen bedreigend waren en waarom.
Het zwaartepunt van mijn onderzoek ligt in de periode tussen 1900 en 1950. De blanke kolonisten waren van mening dat de draaiende bekkenbewegingen van tambu de paring imiteerden en de lust opwekten. Dus was tambu schaamteloos, bandeloos en obsceen. Uiteindelijk, in 1936, werd er een algeheel tambuverbod uitgevaardigd.
De waarneming van de kolonisten werd nog eens extra getroubleerd door hun geremde seksuele moraal. Katholieke pries ters noemden het gezang tijdens een tambubijeenkomst “schreeuwen” en stelden het trommelen gelijk aan angstaanjagende Afrikaanse barbarij en heidendom. Daarachter ging het idee van de vermeende superioriteit van het blanke ras schuil.
Tambu werd mede verboden om de gemeenschapsvorming, het zelfbewustzijn en het verzet van de zwarten te breken. Trommen werden in beslag genomen en vernield, bijeenkomsten met karwatsen en klewangs uit elkaar gedreven door de “bananen met groene schil”, de in het groen geklede politie te paard. Pastoors hadden een gezegde: “Tambu ta kos die diabel”: Tambu is een zaak van de duivel. Het gevolg van het verbod was dramatisch.
Van de belangrijke rol van vrouwen in tambu bleef vrijwel niets over. Ze waren van oudsher voorzangeressen en organisatoren, maar zelfs na de afschaffing van het verbod, begin jaren vijftig, bleven ze op de achtergrond. Een tambuminnende vrouw was besmet. Er was een uitdrukking: “De man die een vrouw tijdens een tambufeest leerde kennen, zal haar weer tijdens een tambufeest kwijtraken.” Het toppunt van zelfdiscriminatie is een tambulied dat door een vader moest worden gezongen om zijn dochters ervan te weerhouden naar een tambufeest te gaan: “Waya waya keli, tambu ta ko'i kaya” - “Tambu is voor straatmeiden.”
Tegenwoordig is tambu commercieel vermaak, in handen van professionele mannelijke muzikanten, waarbij veel omstanders passief toekijken. De bevolking weet niets meer van de rijkdom van vroeger. Alleen oude mensen kunnen zich nog herinneren wat tambu ooit heeft betekend. De Curacaose psyche is ernstig aangetast door de repressie. De zingeving van het bestaan is ondermijnd. Het zal nog lang duren en veel pijn kosten om het te herstellen.’
WAT HAD U NOG tegen professor Maris willen zeggen, als het 'hora est’ niet had geklonken?
'In mijn boek bespreek ik de discussie over het kolonialisme als beschavingsmissie en als deculturatie. Ik beargumenteer waarom de liberale these van de beschavingsmissie geen stand kan houden. Alle beschavende activiteiten waren, net als het aanleggen van infrastructuur, onderdeel van een economische strategie. De bedrijvigheid bloeide met behulp van Afrikaanse arbeidskrachten, onder militaire dwang en met wettelijke sancties. De genocide op de Indianen en de slavernij spreken boekdelen.
Van cultuuroverdracht was geen sprake, het ging om gedwongen acculturatie. Dat noem ik, in navolging van de Cubaanse onderzoeker Fraginals, deculturatie. Omdat blanken in de minderheid waren, voelden zij zich bedreigd. Om zich te beschermen tegen verzet en opstand, oefenden ze terreur uit en hielden ze een grote sociale afstand tot de zwarte bevolking in stand. Die zwarte bevolking kwam in verzet, vaak op een verhulde wijze, bijvoorbeeld met eufemistische liedteksten, taalgebruik, langzaam werken, saboteren, zich dom voordoen, stelen, fatalisme, vermijdingsgedrag of schijnbare acceptatie. De respectabele arme conformeerde zich, zette zich af tegen de anderen, gaf tambuspelers aan bij de politie en voedde op die manier de verdeel- en heersstrategie. Het eiland was te klein voor openlijk verzet in de vorm van guerrilla of marronnage, weglopen. Maar in tambu werd de rebellie wel geuit.’
Hoe wilt u dat gekrenkte zelfgevoel weer heel maken?
'Ik ga mijn kennis teruggeven aan de bevolking. Op drie plaatsen, Bandabou, in het midden en Bandariba, geef ik een receptie waarbij ik iets over mijn onderzoek vertel. Het wordt omlijst door tambu. Er komt een gepopulariseerde versie van mijn boek in het Papiamento. Ik hoop intellectuelen en progressieven ervan te overtuigen dat de kennis van het eigene onderdeel moet gaat uitmaken van het onderwijs. We moeten een beweging op gang brengen waarin we ons op onszelf orienteren en op de regio om ons heen, in plaats van op het verre Nederland.
Je kunt de banden best onderhouden en ook de ontwikkelingssamenwerking kan van pas komen, maar het is toch bizar dat we tieners het Nederlandse VWO-examen met Nederlandse geschiedenis laten doen? Er kan geen probleem zijn of de regering pakt een KLM-vliegtuig naar Den Haag. Het wordt tijd dat we op eigen benen gaan staan.’