Nan Goldin, The Devil’s Playground

Duivelse speeltuin

Ongemak, onrust, ontroering en onomstotelijk realisme. En altijd de vraag: moeten wij dit zien? En: is dit kunst? Het werk van de Amerikaanse fotografe Nan Goldin in retrospectief.

Fotografe Nan Goldin noemt als inspirator graag Henry Horenstein, een leraar verbonden aan The Cambridge Photography Center. Belang rijke fotografie in Amerika, foto grafie van doodgewone mensen als kunstvorm, werd tot dan toe gemaakt door een beperkt aantal fotografen. Het segment was redelijk nieuw en werd in de decennia voor het ontluiken van Goldin door slechts een handjevol waaghalzen ingevuld. In de vroege ontwikkeling van fotografie moesten foto’s vooral mooie plaatjes zijn. Mensen moesten op een foto mooie dingen of mensen zien. «In iedere amateurfotograaf», schrijft Susan Sontag in On Photography, «schuilt iemand die een foto mooi vindt, omdat het een foto is van iets moois, een mooie vrouw bijvoorbeeld, of een zonsondergang.»

In 1915 fotografeert Edward Steichen een melkfles op een brandtrap. Voor het eerst wordt in de fotografie een andere draai gegeven aan schoonheid en sindsdien wordt het begrip door andere Amerikaanse fotografen verder afgetast. Henry Horenstein laat Nan Goldin kennismaken met Diane Arbus, de fotografe die in 1971 zelfmoord pleegt en wier retrospectief in 1972 drommen mensen naar het Museum of Modern Art in New York doet gaan.

Ach, Arbus, zij fotografeerde nog eens gewone mensen: nudisten in New Jersey, een jongetje in Central Park met een handgranaat (speelgoed), een reus die bij zijn ouders inwoont (A Jewish Giant at Home with His Parents in the Bronx, NY, 1970), een homostel, een hermafrodiet. Natuurlijk zijn dit geen gewone mensen. In het werk van Arbus wordt iedereen een freak. Een jongetje dat wacht om mee te lopen in een pro-oorlog demonstratie en een button draagt met «Bomb Hanoi» wordt ineens doodgriezelig, degene die de button heeft opgespeld al helemaal. Het is een freakshow, zonder dat de mensen het zelf doorhebben. In een interview vertelde Arbus dat ze toen ze het nudistenpaar uit New Jersey fotografeerde zelf ook naakt was. Excuse me? Maar dat was nieuw. De methode maakte dat critici en bewonderaars van Arbus’ werk superlatieven gebruikten als «geweldig», «fantastisch», en: «hoe krijgt ze het voor elkaar?» Zo dus: door niet als een vlieg op de muur te zitten, maar door te participeren en zo haar subject bijna te omsingelen: «Ik kruip voort op mijn buik, zoals ze dat in oorlogsfilms doen», zei ze toen haar werd gevraagd naar haar manier van werken. Arbus liet Amerika kennis maken met de freaks (homo’s, ouderen, reuzen, dwergen), toonde hun schoonheid en wist empathie voor ze op te wekken door zelf empathisch te zijn.

Toch blijft er altijd enige afstandelijkheid in het werk van Diane Arbus. Ze zit dan misschien in haar blote kont, maar wel op afstand en nooit zullen we Arbus zelf zien. Arbus maakt een baanbrekende en voor de fotografie nieuwe stap, maar het is en blijft nog altijd redelijk klassieke fotografie.

Nan Goldin, die in 1987 aankomt in New York, begint juist waar Arbus ophoudt. Bij de junkie-hippies in Washington Square Park, Manhattan. Daarover zegt Arbus: «Ik vond het eng. Ik was in staat een nudist te worden, ik kon een miljoen andere dingen worden, maar ik kon niet zo worden zoals die mensen daar waren. Er waren dagen dat ik er gewoon niet kon werken.»

Nan Goldin wordt op 12 september 1953 geboren in een joods gezin in Washington DC. Kort na haar geboorte verhuist ze naar een buitenwijk van Boston, Massachusetts. Als ze veertien jaar oud is pleegt haar oudere zuster, Barbara Holly, zelfmoord. Over die tragedie wordt in het gezin gezwegen, voor troost en steun zoekt Goldin het gezelschap van vrienden. Dan loopt Goldin van huis weg, in de overtuiging dat het traditionele gezinsleven, waarin ook gewoon naar school moet worden gegaan, niet aan haar is besteed. Via verschillende pleeggezinnen belandt ze uiteindelijk op een alternatieve school, de Satya Community School in Lincoln, Massachusetts. Ze ontmoet vrienden, met name David Armstrong, in wie ze nieuwe familie krijgt, en die ze gaat fotograferen. De foto’s moeten om verschillende redenen worden genomen. «Goldin fotografeert haar dierbaren omdat ze hun altijd wil blijven herinneren, omdat de herinnering aan Barbara al snel dreigde te vervagen. Dat wil Goldin met haar vrienden voorkomen.» Een verklaring die in vrijwel alle biografietjes voorkomt, en die het in het Amerika van Oprah Winfrey en in vrouwenbladen wereldwijd goed doet, maar die de intensiteit van met name Goldins vroege werk geen recht doet.

Dat Nan Goldin gaat fotograferen is best interessant, wat ze wil vastleggen des te meer. David Armstrong is een bekende travestiet in de drag culture van Boston. Hij introduceert Goldin in de schimmige wereld van cross dressing en gender bending. Daarmee komt ze in aanraking met een groep opstandelingen die, net als zij, afstand neemt van het politieke establishment dat in Amerika in die tijd, eind jaren zestig, begin zeventig, de dienst uitmaakt. President Kennedy is al weer jaren dood en onder diens opvolger Johnson raakt Amerika verstrikt in de steeds moeilijker uit te leggen strijd in Vietnam, waarna president Nixon de macht krijgt en die in eigen stijl probeert te continueren door tijdens een verkiezingsstrijd om een tweede ambtstermijn te laten inbreken in het gebouw waar de spindoctors van de Democraten kantoor houden.

De naoorlogse generatie van Goldin («Johnson! Moordenaar!»), van joods-christelijk en republikeins tot atheïstisch en democratisch, wil afrekenen met de termen van het politiek-maatschappelijke klimaat. In de drag-wereld en bij het fotograferen daarvan proberen Goldin en haar vrienden zichzelf te herontdekken. Goldin, getraumatiseerd door de zelfmoord van haar zuster, vervreemdt met de anderen van familie en van het politieke klimaat. David, Kenny, Ivy — Nan Goldin fotografeert haar vrienden in de verschillende stadia van de metamorfose van man tot vrouw, tot travestiet.

Allen wonen inmiddels bij elkaar in een appartement in de wijk Beacon Hill in Boston. De foto’s die ze in die periode maakt, vormen een blauwdruk voor haar latere werk. Haar eerste werk is voornamelijk zwart-witfotografie, kleinbeeldcamera, waarbij ze gebruik maakt van natuurlijk licht. Enkele uitzonderingen daargelaten: in de foto’s uit The Other Side gebruikt Goldin hier en daar flashlight. Als ze echt met kleur gaat werken, en zorgvuldiger flitst, is Nan Goldin al lang geen amateur meer te noemen. Al was het maar omdat ze dan lessen heeft gevolgd aan de Boston School of Fine Arts.

Aangekomen in New York fotografeert Goldin alsof haar leven ervan afhangt. «De shutter click moet regelmatig zijn, en biologeren, zoals een rock beat, of een heartbeat.» (Family of Own Gender, Catherine Lampert in The Devil’s Playground van Nan Goldin.) De klikkende sluiter registreert en documenteert Goldins inner circle en intieme leven. «Het is een liefkozing», zegt Goldin. De travestieten, de transseksuelen, ze zijn er allemaal nog en opnieuw, ze worden omhelsd en bedrijven de liefde. Goldin raakt ze aan, maar in het New York van de jaren tachtig, waarin chagrijn plaatsmaakt voor euforie, en hedonisme de nieuwe arrogantie is, ziet Goldin door de lens (als ze die al gebruikt) de terugkerende elementen in haar leven: heroïne, drugs verslaving en rehab. Goldin participeert. Ook dat moeten wij zien. Dat wat de heart beat slaat is hardcore: zuipfeesten, heroïne, extase, relaties die goed zijn, dan weer slecht, Nan met een blauw oog.

Dit zorgvuldig gedocumenteerde leven resulteert in de inmiddels beroemde 45 mi nuten durende slideshow The Ballad of Sexual Dependency. De wereld maakt kennis met de wereld van Nan Goldin. Ze oogst lof, krijgt prijzen en de vraag wordt gesteld: moeten wij dit zien? En ook: is dit kunst? Begin dit jaar schreef een recensent van NRC Handelsblad naar aanleiding van een tentoonstelling in De Hallen in Haarlem waar een van Goldins slideshows te zien was, naast werk van Arbus en Tom Hunter, dat het genoemde werk van Goldin neerkwam op «een diarit die je geeuwend uitzit». Nan Goldin lijkt wel eens boven de kritiek verheven, maar slaapverwekkend kun je haar werk niet noemen. Ongemak, onrust, ontroering en on omstotelijk realisme, dat eerder, en altijd de vraag: moeten wij dit zien? En: is dit kunst?

The Devil’s Playground geeft een overzicht van Nan Goldins werk, soms bekend, soms nooit eerder gepubliceerd. Van de jaren zeventig tot nu trekt Goldins wereld weer eens aan ons voorbij. The Devil’s Playground is een retrospectief in boekvorm. Het is als een dagboek, zo laat de flap ons weten. Het begint met Elements. Daar zijn ze weer: Nans mensen. Kalend, ouder, gerijpt, als de stills die ze maakt van landschappen. Tide Like Lava, California, 1999; Moss Covered Rocks, Iceland, 1999 en ook: Self-Portrait on Bridge, Golden River, Silver Hill Hospital, Connecticut, 1998. Integere, geslepen fotografie. Goldin beheerst licht, en vooral: kleur. Haar zwemmende vrienden in de zee bij Sicilië, Valerie, dan weer schaterend in een club in Parijs, dan weer teruggetrokken vanwege een kater of een kind. Kind? Ja! Nans posse heeft kinderen! Kinderen zijn in dit fotoboek een terugkerend goed.

Treffend is in dit verband Max at Sharon’s Apartment under Photograph of His Mother Cookie, NYC, 1996. Informatie en context in de titel laten het werk van Goldin beter lezen. Het kan ook zonder meer op zichzelf staan, maar extra informatie maakt het werk van Goldin spannender, zeker als tijdsdocument. Want Max bevindt zich onder een foto van zijn moeder Cookie. Cookie Mueller is schrijfster en vast onderdeel van Goldins hardcore inner circle uit de jaren tachtig. Mueller raakte in die jaren besmet met het hiv-virus en kreeg aids. Ook dat heeft Goldin, tot in de doodskist toe, vastgelegd. Ook dat moesten wij zien. Het was de tijd van Reagan en Thatcher toen in New York en San Francisco complete vriendenkringen op een toen nog onbegrijpelijke manier door de dood werden bezocht en de politiek de andere kant op keek. Maar Goldin documenteerde. Dat maakt haar inderdaad even verheven boven alle kritiek. Ze leerde, niet als vlieg aan de muur of als gelegenheidsnudist, hoe de maatschappij was, door zichzelf en de anderen meedogenloos vast te leggen. Dat ging vaak ten koste van zichzelf (drugs gebruik, overdosis, rehab) en van de mensen om haar heen.

Nan leeft. Cookie is al lang dood. Maar Max leeft. Een mooie jongen, die peinzend langs de lens van Goldin kijkt, met een foto van Cookie op de achtergrond. In The Devil’s Playground staat een stuk van Cookie Mueller waarin ze de geboorte van Max beschrijft (The Birth of Max Mueller, September 25, 1971). Ze beschrijft eerst de verschrikkingen van het baren en als alles achter de rug is schrijft ze: «Toen viel ik weer in slaap. Het was de laatste keer in zestien jaar dat ik vredig sliep.» En dan die foto.

Er staat in The Devil’s Playground ook nieuw en ander werk. Zoete plaatjes bijna, van kinderen, vrijende mensen, natuur. Ik heb er minder mee. Het be wijst dat Goldin (is dit kunst?) ook technisch in de galerie der groten (Arbus) hoort, maar de beste bewijzen voor kunstenaar Goldin zijn toch echt te vinden als die shutter begint te hameren. Een van de mooiste series in The Devil’s Playground is Cinema Voltaire Priory Hospital, Roehampton, London. Het is 2002 en Nan Goldin zit in een Britse kliniek om weer eens af te kicken. De NRC-recensent zal er bij in slaap vallen, want zij en haar vrienden uit Sint Heerejezusveen maken dit natuurlijk elke dag mee, maar Rudi Fuchs (die een grote Goldin-tentoonstelling in het Stedelijk durfde te organiseren) en ik gaan er eens goed voor zitten. Daar is die heartbeat: Self-Portrait in Delirium, My Unmade Bed, View from My Window, Self- Portrait in Pyamas. Wazige foto’s, foto’s van een kerstboom, van een badkamer, onmogelijke uitsneden van het uitzicht vanuit haar patiëntenkamer. Nan is aan het afkicken. Hoe, dat vertellen de foto’s. Toch is Goldin sadder and wiser geworden. Ook dat is terug te zien.

Soms ben ik bang dat Nan Goldin met de vrienden die er nog zijn, en hun kinderen, aan een lange houten tafel onder een perenboom in Frankrijk zit en dat dat het dan is. Dan stokt die shutter. Het laatste nieuws is goed: Nan zit in Egypte en er is een ongeluk gebeurd. De duivel schijt ook altijd op dezelfde hoop.

Nan Goldin

The Devil’s Playground

Phaidon, € 95,-