Ik vraag me soms af waarom ik iets doe. Kopje koffie hier, lezinkje daar. Wil je iets vertellen over dit en dat, die en die. Natuurlijk spreek ik de stem in van je overleden moeder in je eindexamenfilm. Kom ik naar Antwerpen om te figureren in een rechtbankdrama. Ga ik met je buikdansen in een programma over Anaïs Nin. Geld is het niet, want dat is er nooit. IJdelheid? Mensen denken altijd dat iemand ze komt redden, schrijft Janet Malcolm in The Journalist and the Murderer. Ja, misschien is het zoiets. Dat ik er rekening mee houd dat ergens iets op me ligt te wachten. Iets anders dan het bosje bloemen en de late terugtocht met de trein. Iets wat ik niet kan bedenken.

Geïnterviewd worden is weliswaar net weer wat anders, maar ook dan is er die belofte. Het zicht op zelfrechtvaardiging, het idee dat je een schone versie van jezelf kunt voortoveren, iemand met contouren, een reden. Misschien heeft theaterregisseur Ruut Weissman even geaarzeld of hij wel mee moest werken aan een documentaire over hem, maar ik denk dat hij ook dacht dat regisseur Judith de Leeuw hem kwam redden. Juist een jonge vrouw zou hem kunnen verlossen van de smet die een #MeToo-affaire op zijn blazoen had achtergelaten.

Janet Malcolm, heks, beschrijft in haar boek het duivelspact tussen de journalist en zijn onderwerp. Ze verwondert zich over de ontvankelijkheid waarmee mensen iedere scribent die op hun pad komt verwelkomen, ervan uitgaande dat die het beste met hen voorheeft. Waarom ik dat ‘heks’ ertussen zet? Omdat zijzelf nooit op het goeie uit was, en vast daarom ook als de dood was om zelf bekeken te worden, laat staan geïnterviewd. Toen ik een paar jaar geleden de aankondiging van een interview met haar zag in Paris Review had ik hoge verwachtingen, ook omdat Katie Roiphe de interviewer was, maar wat bleek? Roiphe moest knarsetandend instemmen met een volkomen geregisseerd interview per mail.

Ruut Weissman – De hoofdpersoon dus. Wat zich aandient als een documentaire over de werkwijze van een geliefd en verguisd theaterregisseur, ontwikkelt zich als een who- en whatdunit, een literair vormgegeven verhaal met echte en bedachte personages, een meta-vertelling met een open einde. Ik kan er allemaal termen voor verzinnen, maar de kijkpraktijk zag er zo uit: open mond, bonzend hart, kromme tenen, toegeknepen vrouwelijk geslachtsdeel.

In pre-#MeToo-tijden was ik geneigd te ­denken dat seks op zekere ­leeftijd van twee kanten komt

In het kort: vrouwelijke regisseur wil beklaagde mannelijke regisseur confronteren met diens #MeToo-aanklachten door hem een #MeToo-verhaal te laten regisseren met een aantrekkelijke vrouwelijke acteur. En het werkt. We zien de man in heel z’n mannelijke dominantie en kwetsbare ijdelheid aan het werk met die actrice. Hij gromt en hij vloekt, hij intimideert en hij smeekt, hij heeft het laatste woord, de laatste glimlach, hij flirt, hij voll-endet.

Toen vijf jaar geleden de eerste berichten verschenen dat Weissman als directeur van de theaterschool grenzen had overschreden van vrouwelijke studenten, vond ik het slachtofferperspectief net te makkelijk. In pre-#MeToo-tijden was ik geneigd te denken dat, afgezien van incest, verkrachting en misbruik, seks op zekere leeftijd van twee kanten komt. Dat intuïtief de afweging wordt gemaakt: voor beide partijen valt er iets te halen, op de korte of de lange termijn. En ja, ik weet het: er is ook nog zoiets als macht. Maar soms is macht iets wat je aan iemand geeft, meer dan dat iemand van zichzelf heeft.

De Leeuw laat in haar documentaire zien hoe delicaat de uitwisseling is tussen de regisseur en de actrice, en de regisseur en haarzelf. Ze houden elkaar gevangen in hun wederzijds reiken naar goedkeuring, schrikken als een conflict dreigt. Hij de vieze man? Never nooit. Dat is hij niet, zoals hij zelf telkens zegt. Hij heeft het bewijs, er zijn beelden van. Ze laten zich allemaal door hem omhelzen, van Thomas Acda tot Peter Pannekoek en Simone Kleinsma. Ooit was hij een wonderschone jongeling. Niet veel ouder dan zijn studenten. Gedrieën staren ze naar een jeugdfoto van hem. ‘Ik was onweerstaanbaar’, zegt de zestiger met buik. En dit bedoel ik niet gemeen. Dat terugblikken is méér dan het zoeken naar bewijzen. Het is die blijkbaar niet tot bedaren te brengen zucht naar aantrekkelijkheid die toch niet zomaar verdwenen kan zijn.

‘Het moet ook gewoon een keer afgelopen zijn met mannetjes zoals ik’, zegt hij tegen het einde. Hij moet het zinnetje net zo lang herhalen tot het klinkt alsof hij het zelf heeft bedacht. Wie heeft de macht? De slotbeelden hadden niet dubbelzinniger kunnen zijn. Je ziet hem zijn hand in de nek van de actrice leggen, en even later op haar buik, lager, lager, dáár ja, dáár moet je ademhaling vandaan komen. Hij mag het nog één keer laten zien. Ik zie iets onuitroeibaars, van twee kanten.