De meeste lezers zullen zich groen en geel ergeren aan een BILWET-tekst. Sommige BILWET-boekjes, als Bewegingsleer, zijn nog redelijk toegankelijk. In het BILWET Media-Archief draait en kronkelt de tekst rond de onmogelijkheid van een mediatheorie. Dat gaat dus ver. Maar daar staat gelukkig enige ironie tegenover: ‘Tot nu toe doet de mediatheorie niet veel anders dan het vinden van de begrippen waarmee de introductie van de nieuwe technologieën kan worden begeleid.’
In de onnavolgbaarheid van BILWET schuilt ook schoonheid, en misschien wel waarheid: ‘De onstuitbare fascinatie voor de mediasfeer wordt opgeroepen door haar vermogen herkenbare zaken zo weer te geven dat ze absoluut vreemd blijven.’
Tegen alle regels van de vervoering in begint het Media-Archief met vrijwel onleesbare abstractie over de ‘mediatekst’ om te eindigen met inzichtelijke anekdotiek. De meest geduldige lezers worden aan het eind beloond met een grappige beschrijving van de gang van zaken bij onaangepaste kraak-radiostations, die een afstotende mediastrategie beoefenden waar BILWET veel van heeft geleerd.
Zoals het in de geschriften van Marcuse bol staat van de pogingen om meningen in een onderliggende theorie te ‘verankeren’, zo boort BILWET, na een creatieve poging tot beschrijving van het medialandschap, naar grond. Het laatste blok hoofdstukjes heet dan ook ‘Bronnen’. Men refereert uiteindelijk aan diverse theoretici, interpreteert en vat samen, maar komt niet tot keuzes. Dat is inherent aan de zich speels overetende denktrant van BILWET. Maar als de inhoudelijke inzet van het Media-Archief toch is dat we ons in het herfsttij van de media zouden bevinden, dan hoop je op meer vuurwerk aan het slot.
En toch. Ik ben bang dat ik hoe dan ook een zwak heb voor BILWET.