TONEEL

Dumas & Müller

Theatertreffen (2)

Berlijn - De bewering in De Groene Amsterdammer van vorige week dat het toneelproject Mighty Society binnen het toneelklimaat van de Duitse hoofdstad nooit gemaakt zou kunnen worden, verdient enige nuancering. In Hebbel am Ufer, podium voor eigentijds theater aan de rand van Kreuzberg, zou het zomaar kunnen. Annemie Vanackere, artistiek directeur van de Rotterdamse Schouwburg, wordt daar in 2012 trouwens intendant, vanaf dan kan het zeker. En aan het Rosa Luxemburgplein zou het ook moeten lukken, daar flikt schrijver/regisseur René Pollesch al jaren wat Eric de Vroedt hier doet. Als we buiten het Theatertreffen op zoek gaan naar de voltreffer die op dit jaarlijkse festival niet te vinden lijkt, belanden we trouwens vrij snel in de Volksbühne am Rosa Luxemburgplatz, in een productie die een poos is weggeweest, we zien de reprise-première.
Voluit heet het stuk Kean ou Désordre et Génie, komedie in vijf aktes van Alexandre Dumas père, gemixt met Die Hamletmaschine, de beroemdste en meest hermetische toneeltekst van Heiner Müller. Regie voert intendant Frank Castorf, die we de afgelopen jaren een beetje kwijt zijn geraakt en die we hier herontdekken. Kean gaat over de Engelse toneelspeler Edmund Kean (1787-1833), over wie werd gezegd dat als hij speelde het leek op ‘Shakespeare lezen tijdens de bliksem’. Hij was de superster van zijn dagen, als acteur verafgood door de burgerij, als jongen van de straat, zoon van een stoephoer en een bezopen zelfmoordenaar gehaat en veracht door datzelfde burgerdom, lid van een oproerige club die hij de 'wolvengroep’ noemde, kortom: de ideale protagonist voor Castorf, die nog altijd in neon Ost op zijn toneelhuis heeft staan en voor diens verse jeune premier Alexander Scheer, blonde waterrat van 35, de toneelspeler die sneller in zijn elektrieke acteerinstinct kan schakelen dan God stoppen kan verwisselen.
Het Dumas-stuk is een intrigekomedie waarin de titelheld klem komt te zitten tussen de talloze liefdes en veroveringen en zijn relaties in hogere kringen tot de Prince of Wales aan toe. In een ogenschijnlijk uit de kinderverfdoos bij elkaar gekliederd nepdecor, met een door medespelers en toneelknechten voltrokken choreografie van kamerschermen, wordt het exposé van de vertelling tergend langzaam opgezet, om vervolgens in een onstuitbare tornado van toneelspelersenergie en improvisatiepret te belanden. De handeling wordt regelmatig onderbroken voor een potje muzikaal commentaar door het gelegenheidsbandje van Steve Binetti, een oudere jongere van het type dat alleen in de ex-DDR nog in het wild lijkt voor te komen, waarbij titelheldvertolker Alexander Scheer niet schuwt enkele schaamteloos goeie pastiches van Mick Jagger ten beste te geven.
Ergens in de tweede akte duikt Heiner Müller op, als Kean plotseling uitbarst in de openingsregels van de Hamletmaschine: 'Ik was Hamlet. Ik stond aan de kust en sprak met de branding BLABLA.’ Zijn trouwe kompaan en vaste souffleur Salomon kijkt hem verbijsterd aan en vraagt wat hij nu weer voor onzin staat te bazelen en dat is de start van een fabuleus één-tweetje: Scheer laat de stem van Kean tien octaven zakken en roept: 'Ist doch von Heiner Müller’, 'Von wem denn?’, 'Von Hei-ner Mül-ler’. Dezelfde hilariteit als Keans liefje Anna een akte verderop die andere beroemde Müller-regels ('Ik ben Ophelia. Die de rivier niet heeft vastgehouden’) inzet als stof voor een volledig mislukte auditie van een hysterische bakvis. Bijna vier uur vibrerend speelplezier, dat biedt deze Kean. Alexander Scheer repeteert nu met Castorf aan Dostojevski’s Speler. Wij houden u op de hoogte.

Kean en Der Spieler op het repertoire van de Volksbühne. Allebei vanaf september aan het Rosa Luxemburgplein in hartje Ost te zien