Verborgen herinneringen

Dunya Breur 1942 – 2009

In een gangkast die altijd op slot was, waren ze verborgen, in een smerige, grijze kartonnen map. De sleutel van de kast was ook verstopt. Dunya Breur had de tekeningen die haar moeder, Aat Breur-Hibma, in het geheim in het concentratiekamp Ravensbrück van haar medegevangen had gemaakt, nooit gezien en er werd thuis nooit over gesproken. Maar, schreef zij in De Groene Amsterdammer van 5 mei 1982: ‘Soms is het zwijgen van mensen veelzeggender dan het praten.’
De Groene wijdde in 1982 het bevrijdingsnummer aan de oorlog en de ‘tweede generatie’. Het was misschien voor het eerst dat er over een tweede generatie werd geschreven. Centraal stond het verhaal van Dunya Breur over haar moeder en de tekeningen die zij in het kamp maakte, en over het decennia lange zwijgen over de oorlog, over de gevangenis, waar Dunya als baby met haar moeder gevangen had gezeten, over het vele jaren van haar moeder gescheiden zijn, en ook over haar vader Krijn Breur, die als verzetsman door de Duitsers was geëxecuteerd.
Dunya’s leven was niet gemakkelijk. Het is, achteraf, alsof zij alle problemen van haar familie op haar schouders nam en het is niet zo gek dat zij daardoor af en toe in elkaar klapte. Bijzonder is dat zij dan steeds weer tevoorschijn kwam met prachtige, belangrijke artikelen en boeken over wat zij had ontdekt. In De Groene publiceerde zij in 1982 voor het eerst de aangrijpende tekeningen van haar moeder uit Ravensbrück, een jaar later verscheen het boek Een verborgen herinnering, met behalve de tekeningen ook de verhalen van haar moeder en de vriendinnen die het kamp hadden overleefd en die Dunya had opgespoord en uitgebreid had gesproken. De tekeningen van Aat Breur zijn sindsdien niet meer uit de picturale geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog weg te denken.
Dunya ging verder op onderzoek uit, naar de verschrikkingen waartegen haar ouders zich hadden verzet. Zij had gehoord over het vernietigingskamp Sobibor en de opstand van de joodse gevangenen daar. Daarom nam zij contact op met een van de weinige Nederlandse overlevenden van Sobibor, Jules Schelvis, en ging met hem naar het revisieproces dat in Hagen aan de gang was tegen kampcommandant Frenkel. Ook daarover schreef zij in De Groene en zij legde samen met Jules Schelvis de verhalen van de getuigen vast. Omdat Dunya Slavische talen had gestudeerd, kon zij ook de mensen in het Russisch interviewen. Indrukwekkend was het interview met een van de leiders van de opstand, Alexander Petsjerski, bij hem thuis in Rostov aan de Don. Ook dit gesprek werd in De Groene gepubliceerd en is nu als boekje uitgegeven door de Stichting Sobibor. Hopelijk heeft Dunya voor haar dood (aan een slepende kanker) dat goede nieuws nog gehoord en ook dat alle video-interviews nu op dvd zijn gezet en op het Niod kunnen worden geraadpleegd.
Zijzelf heeft nog een prachtig boekje geschreven Een gesprek met mijn vader, waarin Krijn Breur, een lange, magere man in een vale regenjas, op een avond terugkomt om te vragen wat er van haar, van zijn familie en van zijn idealen is geworden. Hij kan onmogelijk begrijpen dat zijn familie uit elkaar is gevallen en dat zijn communistische idealen in de Sovjet-Unie en Oost-Europa zijn verworden tot onderdrukking en dictatuur. Vanuit de dood probeert hij haar op het laatst van die nacht nog te troosten. Het enige dat hem en haar kan ontroeren, zijn Dunya’s twee prachtige zoons. Daar is nog, helemaal op het eind van haar leven, een onverwacht kleinkind bij gekomen, waar zij intens blij mee was. Gelukkig heeft Dunya het zwijgen doorbroken en zoveel nagelaten, dat wij haar nooit zullen kunnen vergeten.