Commentaar: Kunstbeleid

Duopolie in de kunst

Deze week kwam een einde aan vierhonderd jaar staatsmonopolie op de Franse kunstmarkt. Een heuse revolutie, zeker in een land waar post, trein- en zelfs luchtverkeer via subsidieconstructies nog stevig in handen zijn van de overheid. De trein mag in Frankrijk uitmuntend functioneren, het staatsmonopolie op kunstveilingen was minder succesvol. Verhandelden de door de staat aangestelde veilingmeesters een halve eeuw geleden nog negentig procent van het wereldwijde kunstaanbod, in 2001 is dat niet meer dan vijf procent.

Nu is het roer om, wat vooral betekent dat ook in Frankrijk de Engelse veilinghuizen Sotheby’s en Christie’s de koek onderling mogen verdelen. Want internationale concurrentie in de kunstwereld komt in de praktijk neer op het bedrieglijke duopolie van Sotheby’s en Christie’s. Deze veilinghuizen, die de mondiale kunstmarkt beheersen, traden in het verleden al vaker getweeën op als monopolist.

Het beroemdste voorval is tevens het meest recente. Terwijl de concurrentie tussen beide bedrijven volgens gangbare economische vrije-mededingingswetten moordend behoorde te zijn, stegen hun winsten exorbitant na de kunstkrach van 1990. Sotheby’s verhoogde de koperskosten van tien naar twintig procent. Christie’s volgde enkele weken later. Vervolgens introduceerden beide veilinghuizen een gecompliceerd maar uiterst winstgevend tarievenstelsel voor verkopers. De commissieprijs liep daarbij op tot soms meer dan dertig procent van de verkoopprijs. Zoiets loopt in de gaten. Uiteindelijk verlinkte Christie’s zijn partner en concurrent, betaalden de veilinghuizen gezamenlijk 1,3 miljard gulden schadevergoeding, wacht de topman van Sotheby’s een gevangenisstraf en heeft de topvrouw van het veilinghuis zich een compleet nieuw kapsel laten aanmeten om herkenning op straat te voorkomen.

Verontrustender voor de Fransen is dat met het vrijgeven van de markt het behoud van het eertijds zo keurig bewaakte Franse culturele erfgoed gevaar loopt. Had de regering vooralsnog het recht stukken van de veiling te houden, in de toekomst verdwijnen mogelijk ook in Frankrijk de al dan niet door het Napoleontische leger geroofde kunstschatten uit de musea (om in buitenlandse wolkenkrabbers of, erger nog, diep in Japanse kluizen te belanden). De Pepsi en Coca-Cola van de kunstmarkt drijven prijzen van topstukken naar hoogten die slechts in het bereik liggen van hun eigen vaste klantenkring: Japanse vastgoedondernemers en Amerikaanse trustfunds.

In Nederland probeerde staatssecretaris Van der Ploeg na de verkoop van een Cézanne de leegverkoop tegen te houden met de creatie van een fonds in het kader van de Wet Behoud Cultuurbezit. Jaarlijks levert de rente daarvan drie miljoen gulden op. Daarmee kan de overheid meebieden op topstukken die het land dreigen te verlaten. De grote particuliere klanten van de twee veilinghuizen lachen om zo'n bedrag, of hun veilinghuis ze nu bedot of niet.