TONEEL

Dure vis

Op Hoop van Zegen

De oude plataan van de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord is behangen met visnetten. Een trommelaar roept zijn collega-trommelaars op. Die geven vanuit de verte antwoord. Ze voeren een stoet aan van kleurig gekostumeerde spelers en dansers met een grote kar. Daarop een man in statig wit. Overduidelijk een boss, De Boss misschien, reder Bos in ieder geval, uit Heijermans’ Op Hoop van Zegen. Hier gespeeld, gezongen en gedanst door kunstenaars uit Senegal, het West-Afrikaanse vissersland dat zijn territoriale wateren in de afgelopen decennia zag leeggevist. Daarom gaan er nu moederschepen de verre zeeën op, met aan boord bootjes die het gevaarlijke viswerk moeten doen. Een Nederlands toneelstuk dat tijdens de vorige eeuwwisseling misstanden in de visserij aankaartte, het pronkstuk van onze Herman Heijermans, is nu in Senegal actueel. De troep heeft het al een paar jaar geleden voor Senegalese vissers gespeeld, in het Wolof, de taal van de grootste bevolkingsgroep daar. Dieuna Diaffé heet het stuk in Senegal, Dure vis. En om het Nederlands publiek door het verhaal heen te loodsen, wandelt de meest recente Nederlandse Kniertje (actrice Marisa van Eyle) door de voorstelling om hier en daar wat Wolof-Heijermans te vertalen of zachtjes in het Nederlands mee te prevelen.
De Tolhuistuin is deze zondagmiddag overvol van leeftijden en kleuren, net als het toneelidioom van de Afrikaanse spelers – een wilde en woeste gebarentaal gesproken met fonkelende ogen, dans en zang nemen het heft over als de taal onvoldoende expressiemogelijkheden biedt. Hier heerst de eerlijke en klare taal van de carpet-plays – als je op de grasgrond onder de plataan bent, dan ben je óp, achter de boom en de gestapelde pallets ben je áf. Marisa van Eyle maakt als Nederlandse Knier na de openingsdans kennis met de Heijermans-personages. De jonge Barend heet hier Modou, de woeste Geert Madiama, en Knier heet hier Yaye Cathy, gespeeld door Moeder Afrika, de Senegalese actrice Marie Madeleine Diallo. Als zij en haar Hollandse evenknie elkaar in de armen vallen, dan is dat net zo’n geweldig moment als wanneer de twee Kniertjes tegen het eind van de voorstelling, elkaar stevig vasthoudend, wegdeinen in een lange rouwstoet.
De verzwelgende zee is hier een grote lap lichtblauwe stof waarachter de verdronken visserszoons, in wit tule gehuld, tot de spoken worden uit de griezelverhalen van de vissersvrouwen uit het derde bedrijf van het origineel. De Senegalese Knier incasseert haar zoveelste verlies door zich de lap, die net nog tot zee diende, als rouwsluier aan te meten, een overrompelend simpel en schrijnend beeld. Het verdriet wordt hier gevierd, zoals ook de verbeeldingskracht van het stuk tot een viering is gesmeed, waarin Nederlandse krachten (zoals theatermakers Anna Rottier en Leoni Jansen) hecht hebben samengewerkt met de Senegalese uitvoerders.
In de apotheose deelt tot veler verrassing ook de Oermoeder van de Dans uit Senegal, choreografe Germaine Acogny, in de feestvreugde. Ze was enkele jaren geleden hier met haar Company Jant-Bi om in het Muziektheater de prachtige voorstelling Fagaala (Genocide) te spelen. En nu geeft ze aan de Theaterschool in Amsterdam een workshop.
Een Afrikaanse happening, dat werd het, daar in Amsterdam-Noord. Die zich in de komende week verplaatst naar Scheveningen. Nog altijd zeer schatplichtig aan Herman Heijermans.
En iets dichter bij de zee.

Op Hoop van Zegen (Dieuna Diaffé) op 10, 11 en 12 september op het Norfolk Evenementen Terrein, Kranenburgweg 211, Den Haag, 19.30 uur. Reserveren: de Koninklijke Schouwburg, www.ks.nl of 0900-3456789 tussen 14 en 18 uur