Durf en moed

Er zijn dingen die ik niet durf. Ik durf bijvoorbeeld niet naar de hoeren te gaan. Maar als ik naar de hoeren zou zijn gegaan, zou ik dat rustig aan iedereen vertellen. Ik durf ook niet te schrijven op een advertentie van een aantr. jng. vr. (27) die dito man zoekt - ik durf op niet een advertentie te schrijven.

Ik durf ook niet te bellen naar ‘Vrouwen, vrouwen, vrouwen’ die alles met me willen doen, voor maar een gulden per minuut. Ik weet niet hoe dat komt.
Ik heb bijvoorbeeld ook grote moeite om pleerollen te kopen bij de Albert Heijn. Ik doe dat wel, ik moet wel, maar ik vind het zeer onprettig om met zo'n enorm pak over straat te lopen.
Condooms kopen gaat weer wel.
Ook vervelend vind ik het kopen van schoenen die afgeprijsd zijn. Ik vind het genant om afgeprijsde schoenen te passen. Sowieso koop ik niet graag kleren in de uitverkoop, tenzij ik er iets bij kan kopen dat nieuw is.
Karel van het Reve vertelde mij eens dat hij geen mensen durft te bellen die hij niet kent om hen journalistieke vragen te stellen, zoals ik dat vaak doe.
Ik heb daar geen moeite mee. Integendeel. Het liefst bel ik mensen van wie ik weet dat ze enigszins kwaad op me zijn. Daarentegen heb ik weer grote moeite om tegenover mensen die ik ken, kritisch te staan.
Er zijn ook zinnen die ik niet durf op te schrijven.
Ik durf nooit te schrijven dat ik van die of die een stijve pik krijg. Ik durf weer wel op te schrijven dat ik erg geil kan worden van Astrid Joosten. Maar ik durf bijvoorbeeld Astrid Joosten weer niet te bellen om te vragen met mij te gaan eten. Als ik het nummer van Guikje Roethoef zou weten, die ik even mooi vind als Astrid, dan zou ik die zo bellen.
Ik durf ook niet op te schrijven wat mijn buren tegen mij gezegd hebben. Over hoe mijn moeder aan het dementeren is, terwijl ik weet dat ze dit leest, zou ik zonder moeite kunnen schrijven. Ik durf ook op te schrijven dat ik erg veel van mijn moeder houd, ik durf haar dat niet te zeggen.
Ik durf ook te schrijven dat een vriendin vindt dat ik te veel van mijn moeder houd, en dat die vriendin psychiater is. Maar wat ik weer niet durf op te schrijven is wat die vriendin en ik wel eens met elkaar doen.
De laatste tien woorden wil ik overigens eigenlijk schrappen want die gaan voor mij al te ver, maar in het kader van dit stuk laat ik ze maar staan.
Over mijn dochter schrijf ik vaak, maar er zijn honderden dingen waarover ik niet schrijf met betrekking tot haar.
Ik heb bijvoorbeeld nog nooit iets onaardigs over mijn ex-vrouw geschreven. Maar wel heb ik dingen geschreven die mijn ex-vrouw onaardig vindt - daar heb ik uiteraard geen moeite mee.
Moeite heb ik om leuke dingen uit het verleden op te rakelen als daar vriendinnen bij betrokken zijn. Ik pak die leuke dingen dan af, hoe ik die vriendinnen thans misschien ook haat.
Naarmate ik ouder word, durf ik steeds minder als het gaat om vocabulaire, maar steeds meer als het gaat om oordelen. Tussen mijn dertigste en veertigste werd ik mild - na mijn veertigste komt er andere agressie terug. Het is gek hoe gefrustreerd je kan zijn om niets.
Ik schaam me minder dan vroeger voor het feit dat ik mensenvrees heb en me altijd en overal in het bijzijn van anderen eigenlijk diep schaam. Dat ik me nu iets minder schaam heeft me, denk ik, twintig jaar gekost. Eigenlijk is die schaamte er nog steeds, maar ik zeg nu eerder dat ik er last van heb. Maar het gevoel dat je in wezen geen contact hebt met mensen die je toch dierbaar zijn, neemt daarentegen weer toe.
Hoewel ik Nederlands spreek en schrijf, heb ik toch het idee dat ik een totaal andere taal spreek dan wie ook.
Het gekke is: dat droom ik ook vaak.