‘Wat maakt het leven de moeite waard?’

Wim Kayzer, Van de schoonheid en de troost

Of ik haar per direct kon vervangen. Dat dit wat wanhopig klonk, en excuses daarvoor. Of ze al was begonnen aan haar column, vroeg ik, dat ik daar misschien iets mee kon doen. Ze schreef dat ze iets wilde doen met de dood van Wim Kayzer, van wie ik nog helemaal niet wist dat hij dood was.

Ik dacht aan de student die ging afstuderen aan de toneelschool, en ‘iets met het interview als performance’ wilde doen. Haar had ik op het hart gedrukt eens met hem te praten. Ze had nog nooit van hem gehoord, keek zijn programma’s en had besloten dat ze hem graag in levenden lijve wilde spreken, wat niet lukte, terwijl ik – vorige week nog – zei dat hij altijd antwoordt op zijn mails. Tenzij hij dood is, natuurlijk, dacht ik nu.

Regelmatig ben ik op de bank in slaap gevallen tijdens Van de schoonheid en de troost, terwijl Kayzer nog bezig was met zijn eerste vraag. Meestal klonk er mooie muziek, af en toe een vogeltje, en de essayistische vragen van Kayzer als voice-over, met beelden van een verlaten station.

Ik herinner me dat het goede dutjes waren. Dat ik kon wegvallen en als ik wakker werd de geïnterviewde nog steeds peinzend in de verte zat te kijken, omdat het antwoord op de vraag, of beter gezegd, de opdracht, ‘vertel me wat het leven de moeite waard maakt’, niet zo één, twee, drie geformuleerd is.

Toen ik fragmenten van zijn programma herbekeek en niet in slaap viel, tenminste niet zoals vroeger, dacht ik: dutjes maken het leven de moeite waard. Of, zoals mijn neefje het formuleerde, nadat zijn moeder hem vroeg wat hij het leukst vond aan zijn eerste les ijshockey: dat het op een gegeven moment voorbij was.

De meeste gasten uit Van de schoonheid en de troost zijn er nu niet meer. Rutger Kopland, Richard Rorty, Roger Scruton, die overigens de vraag niet wilde beantwoorden. Hij was bang dat hij – als hij zou formuleren wat dit leven de moeite waard maakt – het kwijt zou raken. Ondertussen zag je beelden van hem op een paard, aan de piano, bij de haard, Heidegger citerend. (Toen dit werd uitgezonden, 23 jaar geleden, vond ik het er heel gezellig uitzien, met zo’n geruite pofbroek en Schubert op de achtergrond.) In de slotaflevering kwamen al die gasten samen, vanuit de hele wereld, en namen plaats aan een ovale tafel in Amsterdam. Het idee was geloof ik dat als al die grote geesten samen zouden komen er een optelsom van jewelste zou ontstaan.

Freeman Dyson, ook dood, eminent natuurkundige, probeerde schoorvoetend uit te leggen dat hij soms overvallen kan worden door een groots gevoel als hij denkt aan hoe klein de kans was dat er überhaupt leven op aarde mogelijk was. Dat er wonder op wonder op wonder heeft plaatsgevonden voordat er leven was. En dat idee geeft hem adem en licht, zei hij. ‘En wat als dat wonder de holocaust voortbrengt’, vroeg George Steiner, waarna iedereen natuurlijk z’n welbespraakte waffel hield, en de kijkers zich afvroegen wat het tegendeel van een optelsom eigenlijk is.

In een aflevering van Louie, de fictieserie van Louis C.K., is er een scène waarin hij een vriend opzoekt die het leven niet meer ziet zitten en zegt er een einde aan te willen maken. Ze staan in de regen. Louis C.K. vraagt hem of hij nu moet vertellen wat het leven de moeite waard maakt. De vriend haalt zijn schouders op. ‘Fuck you’, zegt C.K. ‘I’m not going to give you my reasons. I work very hard for my reasons to live. Find your own fucking reasons.’

Vertel me wat dit leven de moeite waard maakt is geen vraag. Het is de opdracht je buit af te geven, alhoewel ik me kan voorstellen dat je een buit ook kunt − delen is het woord niet − maar die zijn er wellicht ook niet. Woorden, bedoel ik. Althans, dat is wat Dyson min of meer zei. Dat woorden echt veel te jong zijn om als antwoord te kunnen dienen.

Rebekka de Wit is schrijver en theatermaker en vervangt de komende weken Marja Pruis