Duurste miskoop

Onweerstaanbaar schuift het proces dat we in Nederland besluitvorming noemen naar zijn einde: die Joint Strike Fighter (JSF) zal worden aangeschaft. Eerst kopen we twee toestellen om mee te oefenen en het effect ervan op de werkgelegenheid en de kenniseconomie te onderzoeken. Dan komt de volgende fase: óf we ontdekken dat we voor 113,9 miljoen euro per stuk twee onbruikbare vliegtuigen hebben gekocht óf de deskundigen zijn zo geestdriftig geworden dat ze er nog enige tientallen willen hebben. Dit laatste lijkt me op het ogenblik het waarschijnlijkst, want met twee van die toestellen kun je internationaal niet voor de dag komen. En hoe dan ook, we zitten al meer dan tien jaar in de fuik.
De voorgeschiedenis van deze aankoop is nu al zo ingewikkeld geworden dat je een schriftgeleerde moet zijn om er nog een touw aan vast te kunnen knopen. Straks, als is gebleken dat met deze wonderen van techniek niets te beginnen valt, zal de oppositie een parlementaire enquête eisen, maar dat initiatief wordt door het kabinet en de regeringspartijen handig afgewimpeld. De natie heeft een hypermoderne luchtmacht. Dat is dat. Maar voor welk doel? ‘Ik ben tegen de JSF’, zei Frits Bolkestein tegen Martin Sommer van de Volkskrant. ‘Waar is de vijand?’ Dat zou de eerste vraag aan defensieminister Eimert van Middelkoop en staatssecretaris Jacques de Vries moeten zijn. Jammer genoeg nog niet rechtstreeks aan het kabinet gesteld.
Generaals bereiden zich altijd voor op de vorige oorlog, is een bekende wijsheid van militaire historici. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog dacht de Britse generale staf dat er niets boven een eskadron goed getrainde dragonders ging. Daar kwamen ze aangegaloppeerd. De Duitse infanterie was rijkelijk uitgerust met machinegeweren. De dragonders werden neergemaaid voor ze een schot hadden gelost. (Zie ook The Social History of the Machine Gun, van John Ellis. Verplichte literatuur voor iedere minister van Defensie.) In de jaren dertig hadden de partijen zich voorbereid op de volgende loopgravenoorlog, met de Maginotlinie en de Westwall. Maar de generaals van Hitler hadden het nut van de tank begrepen. Dat werd de Blitzkrieg, die in eerste aanleg door de Duitsers is gewonnen.
De Tweede Wereldoorlog is van Amerikaanse kant beslecht met zware bombardementen. Dresden, Berlijn, Hiroshima, Nagasaki. Vandaar dat daarna de luchtmacht de hoogste prioriteit kreeg. In Vietnam heeft Amerika het weer geprobeerd, met Hanoi. Maar dat was een vergissing. Er was een guerrilla aan de gang die in de jungle is uitgevochten. De Koude Oorlog is niet op het slagveld beslist. Beide partijen vonden een modus vivendi. Uit vrees voor elkaars kernwapens hebben ze zich tot wederzijdse afschrikking, vreedzame wedijver en coëxistentie bepaald. De strijd is ten slotte economisch, politiek en cultureel beslecht.
Daarna paste het Westen het bombardement nog een paar keer toe: in de eerste oorlog tegen Saddam en in Joegoslavië, met succes, en toen nog eens tegen Saddam, met shock and awe, wat resulteerde in een nieuw soort oorlog die nu, na zes jaar, langzamerhand lijkt af te lopen, op een andere manier dan de bedoeling was.
Waar was intussen de Nederlandse luchtmacht? Die is op 23 mei 1977 met succes ingezet tegen de Molukse treinkapers bij De Punt. Twee starfighters vlogen met extra lawaai zo laag over de trein dat de Molukkers zich overgaven. Daarna heeft boven Joegoslavië een Nederlandse F-16 nog een Mig neergeschoten. We hebben altijd wel de laatste snufjes aangeschaft, maar op de keper beschouwd diende zo’n besluit niet om de laatste militaire uitdagingen te beantwoorden, maar om aan de eisen van het bondgenootschap te voldoen; meer voor het politieke mooi.
Op 11 september 2001 is alles veranderd. Kapers, bewapend met messen, slaagden met gekaapte verkeersvliegtuigen erin twee symbolen van het westerse succes te vernietigen. De oorlog die daarop volgde, is door de tegenstander gevoerd met bermbommen, autobommen, zelfmoordterroristen, de simpelste middelen. Het materiaal dat de Amerikanen en de Navo gebruiken is steeds ‘slimmer’ geworden. Onbemande vliegtuigen, drones, schakelen in Afghanistan en Pakistan de Taliban uit. De troepen hebben veel baat bij helikopters.
Toch duurt deze oorlog voort, terwijl onze generaals telkens op zoek zijn naar een nieuwe tactiek en strategie. Het enige front waar we succes hebben, is dat van de luchthavens. Daar moeten de passagiers hun laptop en zichzelf laten doorlichten voor ze in het vliegtuig mogen. De tragikomedie van Nederland en de JSF is in laatste aanleg een illustratie van het grote misverstand: dat met het modernste wapentuig een oorlog kan worden gewonnen in een van de onoverzichtelijkste gebieden van de planeet tegen een onzichtbare vijand. De JSF wordt een van de duurste mislukkingen aller tijden.