Sport

Dwang

Zondag 10 juni. De finale enkelspel van het tennistoernooi op Roland Garros voor de mannetjes. Federer en Nadal zitten op hun stoel en bereiden zich voor op de volgende game. Handdoek over de kop, handen en armen afdrogen, drinken, weer handdoek, het racket bestuderen en de snaren goed leggen. Weer drinken. Flesje dichtschroeven. Neerzetten. De commentatoren, Jan Siemerink en Marcella Mesker, begeleiden de beelden met deskundig commentaar dat droger is dan het gravel op de baan, brandend onder de ploertige zon.

Rafael Nadal heeft rituelen, leggen ze uit: de flesjes moeten precies goed staan, en de dopjes moeten er op dezelfde manier op geschroefd worden, anders kan hij niet tennissen.

Nadal gaat serveren. Maar eerst moet hij zijn sokken ophalen. Het shirt rechttrekken. De schoenen uitkloppen. Het haar achter de oren doen. ‘En even de broek uit de bilnaad’, besluit Jan Siemerink.

Ja, met een broek in je bilnaad kun je natuurlijk niet tennissen.

Drie opslagen later doet Nadal het weer, al die dingen. Precies hetzelfde, eindigend met even de broek uit de bilnaad.

Daar is-ie opeens, de bilnaad, in de sport. In het echte leven kun je hem zo veel mogelijk negeren. Je kunt het woord vermijden in het dagelijkse spraakgebruik; het is een woord dat je niet uitspreekt. Sommige mensen zeggen sommige dingen gewoon niet. Maar nu moet je eraan geloven.

Ik geloof eraan. Ik zeg het gewoon. Bilnaad. Bilnaad. Bilnaad. Het is een heel gewoon woord en een heel gewoon ding. Iedereen heeft er een. (De hoofdletter B lijkt veel op billen als je hem kantelt.)

Even de broek uit de bilnaad en we kunnen verder.

Nadal doet het niet voor niets, en niet voor niets doet hij het op die manier en in die volgorde. Het zal hem geruststellen. Houvast geven, zekerheid. Want dat heb je met dwanghandelingen.

In de psychiatrie heet het een obsessief-compulsieve stoornis. Dat is een angststoornis, in tegenstelling tot de obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis, die een persoonlijkheidsstoornis is. Het belangrijkste kenmerk van een obsessief-compulsieve stoornis (vroeger dwangneurose) is de obsessieve drang om bepaalde handelingen of rituelen uit te voeren, als reactie op dwangmatige gedachten. Andere mensen vinden deze handelingen overbodig, maar voor degene die ze uitvoert zijn ze cruciaal. Anders gebeuren er verschrikkelijke dingen. Bijvoorbeeld uitentreuren checken of de deur dicht is.

Die (geestelijke) handelingen hebben meestal geen (logisch) verband met de gruwelijkheden die ermee moeten worden afgewend of voorkomen.

Het is iets anders dan bijgeloof. Vrijwel alle sporters doen aan bijgeloof (behalve één, die zei: ‘Ik ben niet bijgelovig, want dat brengt ongeluk’). Denk aan Johan Cruijff, die een hele riedel aan handelingen moest verrichtten voor de wedstrijd (masseur zegt ‘hele goeie wedstrijd’, kauwgom in de mond, even kauwen, uitspugen op de helft van de tegenstander), of Gerrie Mühren, die de onderbroek van Sjaak Swart droeg, of Gerd Müller, die schoenen nodig had die drie maten te groot waren.

Nadal kiest waarschijnlijk zijn kleren zo dat ze passen in zijn systeem van dwanghandelingen. Sokken die aan de bovenkant uitlubberen, zodat hij ze goed kan ophalen. Schoenen met veel openingen in de zolen, zodat er lekker veel gravel in kan en er dus ook weer uit kan worden geklopt. Een haarband die net te smal is, zodat het haar er steeds uitfloept. Een shirt dat iets te krap zit onder de armen, zodat hij het steeds moet rechttrekken. En een broek met een moeilijk model, die telkens weer omhoog en in de bilnaad kruipt, zodat Rafael lekker even de broek uit de bilnaad kan trekken.

Waarschijnlijk voelt het goed, allemaal. En maakt het een fijn geluid. Maar het belangrijkste is dat die handelingen Nadal controle geven over de dingen en zichzelf. Of in elk geval de illusie van controle. Maar als het werkt, werkt het.

Want het heet dan wel een o-c-stoornis, maar je kunt ook zeggen dat de ‘patiënt’ door het verrichten van de dwanghandelingen zich juist staande weet te houden in de wereld, in die ongelooflijk onoverzichtelijke, bedreigende chaos die het leven is. En misschien is het wel waar wat die ‘o-c’ers’ denken, en hebben hun handelingen écht invloed, en behoeden ze hen voor nare toestanden. En behoeden ze ook ons voor rampen en andere gruwelijkheden. Waarom zou het niet zo kunnen zijn dat al die obsessief-compulsieve dwanghandelingen van de hele wereld bij elkaar ons daadwerkelijk verlossen van den boze, en het kwaad, het echte Kwaad op afstand houden? Dat kan best. Dan hebben wij ons leven daaraan te danken. Laten we de bilnaad van Rafael Nadal dus maar erkentelijk zijn.