Dwangarbeid

‘Werkloze straatveger moet voor uitkering straten vegen’, kopte het Algemeen Dagblad vorige week. In het bericht meldt ‘Hagenaar Harry’ dat hij drie jaar geleden zijn baan als straatveger verloor, maar inmiddels weer ‘de bezem en de prikker’ hanteert. Het verschil: vierhonderd euro per maand. Want in plaats van een normaal salaris te ontvangen, werkt Harry nu met behoud van uitkering.

Medium commentaar 25 2013

Dat werken met behoud van uitkering is in opmars. Soms als ‘tegenprestatie’ voor de bijstand: voor wat hoort wat. Vaak ook gebeurt het in het kader van een reïntegratietraject of participatieplaats, om ervaring en ritme op te doen. Wie niet meewerkt, wordt gekort op zijn uitkering. En dus krabben Roermondse werklozen verf van lantaarnpalen en knappen zij in Rotterdam klusjes op voor een thuiszorg­aanbieder.

Tegenstanders spreken van ‘dwangarbeid’. Volgens de fnv, die eind vorig jaar een zwartboek over werken in de bijstand publiceerde, maken gemeenten massaal misbruik van de veranderde wetgeving. Zonder dat het hun kansen op regulier werk vergroot, worden werk­lozen ingezet als spotgoedkope arbeidskrachten. Het gevolg is verdringing. De vakbond stelt dat bijstandsgerechtigden nu al concurreren met postbezorgers, schoonmakers, schilders en verhuizers. Ondertussen wordt het minimumloon, de stut onder de rest van de arbeidsmarkt, ondergraven.

Daar is niemand bij geholpen. De werklozen die gedwongen worden uitzichtloos werk te verrichten ver onder het minimumloon niet. En evenmin degenen die nog wel een baan hebben. In de crisis kunnen zij de oneerlijke concurrentie vanuit de bijstand missen als kiespijn. Het verwijt dat SP-parlementariër Sadet Karabulut maakte is terecht: dit werklozenbeleid is strijdig met alles wat de pvda beweert in haar recente resolutie ‘Van waarde’. Hoezo, ‘de partij van goed werk’?

De verantwoordelijke pvda-staatssecretaris Jetta Klijnsma lijkt zich desondanks weinig aan te trekken van de kritiek. Eerder deze maand kondigde zij een onderzoek aan naar hoe gemeenten omgaan met de ‘tegenprestatie’. Maar ze heeft al te kennen gegeven dat zij niet van plan is het roer om te gooien.

Het is het zoveelste bewijs van de achterhaalde opvattingen over werkloosheid die deze regering erop nahoudt. In de ogen van ‘Den Haag’ is baanverlies nog altijd een individueel probleem. Wie zonder werk zit, wordt vooral aangespoord aan zichzelf te werken: volg een sollicitatiecursus, stuur nog meer brieven, doe werkervaring op en trek nu eindelijk eens een fatsoenlijk jasje aan.

De bittere waarheid is dat inmiddels 8,2 procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos is. Dat zijn 650.000 mensen - en die zouden allemaal zelf schuld hebben aan hun situatie? Natuurlijk niet. Door de crisis is werkloosheid in Nederland tot een structureel probleem geworden. Er zijn simpelweg te weinig banen. Daar kan geen sollicitatiecursus, kledingadvies of onbetaalde werkervaringsplek tegenop.

Dat betekent niet dat de regering mag terugleunen. Om ook jongeren een kans te geven, zou het bestaande werk eerlijker verdeeld kunnen worden: arbeidstijdverkorting dus. Of de overheid kan zelf werk verschaffen. Niet door bijstandsgerechtigden lantaarnpalen te laten afkrabben, maar door mensen tegen een eerlijk loon zinnig werk te laten doen. Onderhoud, bijvoorbeeld, aan scholen, dijken, infra­structuur en slecht geïsoleerde huurwoningen.

Kost dat geld? Ja, natuurlijk. Zal Olli Rehn staan te juichen? Nee. Maar het gaat om investeringen die vroeg of laat toch gedaan moeten worden. En met een beetje geluk krijgt op die manier de tobbende binnenlandse consumptie, een van de voornaamste oorzaken van de economische malaise, een boost. Dan kan eindelijk een begin worden gemaakt met het herstel van Nederland. Het minimumloon onder­mijnen zal daar in elk geval niet bij helpen.