Economie

Dwangbuis

In de regel worden oudgedienden beleefd maar meewarig aangehoord. Maar er moet een uitzondering gemaakt worden, want Wim Kok heeft gelijk: de tijd voor een europlan dringt. De kudde op de financiële markten is schrikachtig en kan bij de minste of geringste aanleiding weer op hol slaan.

Daardoor kunnen Europese landen en banken in acute problemen komen. Bovendien werkt de schrik op de financiële markten verlammend op de reële economie. Burgers en bedrijven stellen uit onzekerheid bestedingen uit. Te veel tekenen wijzen op een komende recessie, waardoor landen en banken in de problemen kunnen komen.
Dat oudgedienden als Kok, Lubbers en Ruding te horen zijn, is omdat Nederlandse politici zo stil zijn. Leden van het kabinet en van het parlement geven hooguit een reactie op een Frans-Duits voorstel, maar lijken niet in actie te komen. Volgens Kok is het taboe om te spreken over een verhoging van het noodfonds EFSF of de uitgifte van eurobonds. Dat taboe is ingegeven door de eurosceptische houding in Nederland. Het wantrouwen tegen Europese instituties en instrumenten als onderdeel van een europlan is groot, zelfs als de tijd dringt.
Er is nog geen plan A maar in Nederland wordt al geroepen om plan B, bijvoorbeeld door Martin Sommer en René Cuperus in de Volkskrant. Met zo'n plan B zou Nederland zich moeten ontworstelen aan Brusselse bemoeizucht. Maar meer dan roepen is het niet. Het is meer een gevoel dan een gedachte: nog nergens is dit plan B uitgewerkt. Het zal niet zo eenvoudig blijken om Nederlandse beleidsvrijheid te herstellen, met of zonder euro.
Met de euro is het onvermijdelijk dat landen elkaar steunen. Door de introductie van de munt zijn de landen in een vergelijkbare situatie als banken beland. Het is bekend dat problemen bij één bank kunnen leiden tot problemen bij andere banken. Om zo'n cascade van problemen te voorkomen heeft de centrale bank de functie van lender of last resort. De centrale bank verstrekt in een onzekere situatie leningen, ook al is niet zeker dat al die andere banken solvabel zijn. Zo heeft de Amerikaanse Federal Reserve in een periode van drie jaar 1,2 biljoen dollar geleend, onder meer aan Nederlandse banken. Die functie van lender of last resort is niet alleen nodig voor banken, maar ook voor landen in de eurozone. Zonder die functie dreigt steeds de situatie dat de combinatie van hoge rente en onbetaalbare schulden een self-fulfilling prophecy is en landen als Italië en Spanje niet meer kunnen lenen op de financiële markten.
Als onderlinge Europese steun te veel is gevraagd, moet een plan B de euro opgeven. Maar zonder de euro is het nog steeds onvermijdelijk dat landen elkaar zullen beïnvloeden. Die invloed neemt niet de vorm van een lening of overdracht aan, maar is daarom nog niet minder reëel. Neem het voorbeeld van Zwitserland, met een eigen munt en eigen financieel en monetair beleid. Dat land is getroffen door de kredietcrisis, en wordt dat door de eurocrisis, onder meer via een sterk stijgende Zwitserse frank en tegenvallende export.
Kortom, met een plan B zal de eurozone niet minder invloed op Nederland hebben, maar kan Nederland wel minder invloed op de eurozone hebben. Dit is een uitdrukking van het onmogelijkheidstheorema van de Harvard-econoom Dani Rodrik: het is onmogelijk om democratie, nationale staat en internationale economische integratie te combineren. Gegeven de diepe integratie met andere economieën staan voor Nederland twee keuzemogelijkheden open: Europese democratie of nationale soevereiniteit. Maar beide mogelijkheden bieden Nederland als klein land nog geen grote beleidsvrijheid. De Europese democratie is vooralsnog een Frans-Duits dictaat. Kok heeft gelijk dat Nederland hiermee geen genoegen moet nemen en zelf met een plan moet komen. Nationale soevereiniteit is daarentegen een golden straightjacket, met een onafhankelijke centrale bank en semi-automatische budgettaire regels, om de financiële markten vertrouwen te laten houden. In de woorden van de journalist Thomas Friedman is de nationale soevereiniteit dan beperkt tot de keuze tussen Pepsi en Coca-Cola.
Zo bekeken is er de keuze tussen een dictaat van de Europese Unie en een dwangbuis van de financiële markten. De enige manier om de combinatie van democratie en nationale soevereiniteit te verkrijgen en om de Nederlandse beleidsvrijheid terug te winnen is door de internationalisering van de Nederlandse economie in te perken. Dat is niet onmogelijk maar wel drastisch. Het zal restricties op financiële markten betekenen zodat Nederland bijvoorbeeld niet langer per saldo in het buitenland kan sparen en beleggen voor het pensioen.
Het ontworstelen aan de dwangbuis kost tijd. En die tijd is er niet. De schrik houdt financiële markten en Europese economieën gevangen. Als Nederland het Frans-Duitse dictaat wil doorbreken moet het zelf met een plan A, of een plan B, komen. Maar snel.