Dwars

Het museum is een pedant instituut, dat steeds wil uitleggen. Maar laten we liever goed kijken. Naar Kurt Schwitters bijvoorbeeld, een ware avant-gardist.

Medium samen picasso a5573
ablo Picasso, Zittende vrouw met vishoed, 1942. Doek, olieverf, krijtgrond, 100 x 81,5 cm; rechts: Kurt Schwitters, Zonder titel (Om de kern van de zaak), 1941. Linoleum, hout, olieverf, 104,5 x 91 cm; © Stedelijk Museum Amsterdam

In de kelder van het Stedelijk Museum, die parmantig nu Base genoemd wordt, zijn de fluweelgrijze wandconstructies van Rem Koolhaas zo opgesteld dat er kleine hoeken en passages en doorkijkjes ontstaan die de dwalende kijker dicht bij en oog in oog met de kunstwerken brengen. Iets moest er in die grote ruimte gebeuren. Omdat het in kunstwerken wezenlijk om concentraties gaat, ligt het voor de hand een mise-en-scène te ontwerpen waarin de afstand tussen kijker en voorwerp overzichtelijk blijft. Tegelijk moet het voorwerp goed in het licht staan of hangen. Daarover gaat het altijd bij het ruimtelijk inrichten van museumzalen. Nu is ervoor gekozen de wanden in een arrangement neer te zetten dat de kijkers, als op een marktplein, laat ronddwalen. Dat kan zo intiem bijvoorbeeld als een straatscène van Jacob Vrel. Elke inrichting van ruimte is goed wanneer het principe ervan optimaal gebruikt wordt – wanneer de kunstwerken, bedoel ik dan, zich er vrij in bewegen kunnen. De ruimtes die zich door en tussen de paneelconstructies openen, zijn impulsief. Eigenlijk zouden ze op steeds andere manieren gebruikt worden waarbij kunstwerken er steeds ook anders uit kunnen gaan zien. Dat maakt een verzameling van kunstdingen verwarrender – daarom veel rijker en verrassender.

Dat begon een goede honderd jaar geleden toen abstracte kunst ontstond. Die nieuwe energie bracht in het kunst maken een verwarring teweeg die nog steeds niet is uitgewerkt. Ook het display-systeem van Koolhaas, dat nieuw maken zelf, is een gevolg van die onrust. Het probeert naast en tegenover elkaar verschillende dingen te laten zien. Dan kom je rare, onwaarschijnlijke dingen tegen zoals je die ook tegenkomt in bijvoorbeeld de wonderbaarlijke sprookjes van Grimm. Maar het museum, een pedant instituut nu, wil de mensen vooral uitleggen wat ze zien. Langs de lange, rechte wanden rondom de panelen is, als een hekwerk, een tijdlijn gebouwd. Die echter is een verzinsel. Moderne kunst is nog steeds zo nieuw dat de geschiedenis ervan nog niet tot rust gekomen is.

Schwitters had een hekel aan Picasso, die vond hij een opschepper

Een voorbeeld: vrijwel naast elkaar hangen in die tijdlijn van Picasso Femme assise au chapeau poisson uit 1942 en van Schwitters een schilderij zonder titel uit 1941. Die twee data, een jaar apart, suggeren een artistieke verwantschap die er tussen deze twee fundamenteel verschillende schilderijen niet is. De Picasso is in wezen een figuratief schilderij dat is uitgevoerd in een kubistisch idioom dat Picasso (samen met Braque) al rond 1910 had uitgevonden. Dat vroege en toen karige kubisme heeft een paar jaar later wezenlijk bijgedragen aan het ontstaan van abstracte kunst als die van Mondriaan. Die zat toen ook in Parijs.

Small 66613 0
Jacobus Vrel, Eine Strassenansicht. Olie op eikenhout, 50 x 38,5 cm © Elke Walford / Hamburger Kunsthalle

Picasso was negen jaar jonger dan Mondriaan. Schwitters was weer zes jaar jonger dan Picasso en was in Hannover geboren en daar als kunstenaar groot geworden voordat hij in 1937 naar Noorwegen vluchtte en in 1940 door naar Engeland waar hij als Duitser eerst werd geïnterneerd. Hij begon als expressionist, vond contact bij de dadaïsten. Zo werd hij avant-gardist. Hij schreef klankgedichten, plakte collages, maakte reliëfs die hij Merz noemde, rook aan de abstractie en leerde in 1921 Van Doesburg kennen, een belangrijk contact voor de Duitser. In 1948 stierf hij in Engeland en liet een overrompelend dwars oeuvre achter – zoals dit vlakke, korzelige, abstracte schilderij dat hij in 1941 schilderde en dat ooit Um den Kern der Sache is gaan heten.

Picasso’s leven was heel wat anders. Hij schilderde overdadig, veel gestalten, vooral vrouwen, vol als die van Rubens. Abstractie vermeed hij als de pest. Hij wist zijn versie van het kubisme om te bouwen tot een luisterrijke en opulente schilderkunst. Deze Zittende vrouw met vishoed bijvoorbeeld. Het schilderij werd verworven omstreeks 1960 toen Picasso wereldberoemd was als een filmster. Het schilderij van Schwitters heb ik rond 2000 kunnen verwerven. Geen moment dacht ik toen aan Picasso maar wel aan Mondriaan. Omdat Schwitters artistiek altijd een expressionistische inborst had, vond hij een abstractie van gebogen lijnen en draaiende vormen en doffe kleuren. Weer iets anders. Hij had trouwens een hekel aan Picasso, die vond hij een opschepper. Maar: je mag alles naast elkaar hangen, vrij en waar je wilt – zolang ze elkaar niet in de weg zitten. Bespaar ons deftigheden als een tijdlijn.