Dwars werk

Georg Baselitz is een virtuoze schilder die, als het te gemakkelijk dreigt te gaan, obstakels opzoekt. Zo begon hij het motief omgekeerd, op de kop, te schilderen. Dat bleek een ander soort werk op te leveren.

Niet lang nadat hij deze twee kloeke, robuust geborstelde schilderijen gemaakt had, is Baselitz er begin jaren tachtig mee begonnen de doeken plat op de grond liggend te schilderen. Dat was een ingrijpende verandering in zijn praktijk. Normaal hingen doeken, gespannen op een spieraam, aan de wand. De schilder staat ervoor. Om dan verf op het doek te smeren moet hij zijn arm (met kwast in de hand) voor zich uit strekken. In die beweging voelt de arm zijn gewicht. Veel is dat natuurlijk niet, maar toch is er onwillekeurig de neiging de kwast van boven naar beneden te laten gaan. Omdat daarbij het opgespannen linnen onder de druk van de kwast ook iets meegeeft, krijgen de verfstreken al gauw een lichte buiging. Dat is vooral in Der Adler goed te zien. In het midden van het donkere schilderij zien we (natuurlijk omgekeerd) de slanke contour van de vogel nog eens afgezet tegen smalle passages stroef wit en zo geaccentueerd te midden van een struikgewas van korte buigzame streken en tussendoor ook langere halen. Zo groeide de beeldruimte vol met beweeglijk penseelwerk dat grillig is. Hier en daar, onderin vooral, raken driftige streken energiek in elkaar verward. In het geheel echter overwegen soepele verticale bewegingen. Iets boven het midden, links, zien we een strakke horizontale bundeling van korte streken blauw – en ook daar een kort heen-en-weer van zwart dat daar net nog een veeg wit kruist. Dat zijn ingrepen die ruimtelijke effecten forceren zodat het doek niet dichtloopt. Doorheen de hele Adler echter domineren soepele verticale bewegingen.

Het is staande geschilderd. Dan gaan schilderijen als vanzelfsprekend die kant op – van neerwaartse soepele penseelstreken, gerekt en wat kronkelend. In handwerkelijke zin is Georg Baselitz een gewiekste, buitengewoon virtuoze schilder (zoals bijvoorbeeld Tintoretto) die op zekere momenten, als het te gemakkelijk dreigt te gaan, obstakels voor zichzelf opzoekt. In 1969, bijvoorbeeld, begon hij met het omgekeerd (op de kop) schilderen van het motief. Die vreemde onnatuurlijkheid maakte dat hij meer moest nadenken voor hij een penseelstreek kon zetten. Maar zoals Der Adler laat zien, was hij daar in 1978 zeer bedreven in geraakt. Om die reden begon hij een jaar of drie later doeken plat op de grond te leggen.

Als je over een doek gebogen staat om te schilderen, hangt je arm met de kwast in de hand los naar beneden. Die neigt tot bungelen want voelt nauwelijks nog gewicht. De penseelstreken worden daardoor licht en zwabberend en gaan allerlei kanten op. Anders dan bij een schilderij aan de muur is er geen dwingend boven en onder meer omdat de schilder om het doek heen loopt – en om het motief dat dan makkelijk diffuus wordt. Ook kun je de verf dunner en vloeiender gebruiken.

Een heel andere praktijk dus. Maar in de compacte groep werken waartoe ook Der Adler behoort, ontstonden ineens drie brede horizontale schilderijen waarvan Kriechender weiblicher Akt er een is. Dat formaat was toen nieuw in Baselitz’ oeuvre. Hij maakte ze om het handschrift moeilijk te maken. Het is in alle opzichten opmerkelijk stug en stroef geschilderd. Je kunt niet zeggen dat Der Adler nu erg exuberant is maar het oogt een stuk zwieriger dan Kriechender weiblicher Akt. Een opzet van soepel vallende, los gebundelde streken lag vanwege dat brede formaat niet voor de hand. Het schilderij is weerbarstig dwars. Bovenin hangt eerst het motief, de kruipende gestalte in hard zwart. Nog harder oogt die vorm door de strakke witte streep die er achterlangs loopt, en het wit dat de spanning van de rug accentueert. Daaronder zien we robuust en kortaf geschilderd, in hetzelfde droge krijtwit, een soort sokkel. Dit complex samengestelde motief, in zwart en wit, is daar zo dwars dat er verder niets meer in het schilderij kan gaan dansen of vloeien. Wat rest is zwart en dof bruin. Het is een werk dat zichzelf overal dwarszit – maar met opzet. Zo zit het werk van Baselitz in elkaar.